Thomas von der Dunk als president van Europa?

De termijn van huidig president Tusk loopt in mei af, maar intussen is zijn herbenoeming alweer stilletjes beklonken in Brusselse achterkamertjes. Wat als Europeanen hun eigen president zouden mogen kiezen?
Door Thomas von der Dunk op 11 april 2017 op 11 apr 2017
Tekst
Politiek & samenleving
Made in Europe

Op dinsdag 4 april 2017 organiseerde deBuren voor de tweede keer alternatieve Europese Presidentsverkiezingen. 

 

Europaprofessor Hendrik Vos, opiniemaker Thomas von der Dunk, activiste en cultureel ondernemer Rachida Aziz, Europees Jongerenvertegenwoordiger van de Vlaamse Jeugdraad Frédéric Piccavet en Olave Basabose, jurist, schrijver en activist stelden zich met vlammende speeches bij deBuren kandidaat voor het Europese presidentschap.

Gemist? Lees hier de toespraak van Thomas von der Dunk:

 

Europeanen! Medeburgers van dit continent!

 

Ruim acht jaar geleden stond ik hier ook, als kandidaat voor de nieuwe functie van het presidentschap van de Europese Unie. Dat is toen niet gelukt, ik verloor de strijd als frisse buitenstaander om onopgehelderde redenen van Herman van Rompuy, die juist zijn halve leven al in Brussel had doorgebracht.

Maar zoals het een democratische gemeenschap als de Europese betaamt: elke termijn is eindig, dus nieuwe rondes, nieuwe kansen, en Van Rompuy geniet intussen van zijn pensioen. Zijn opvolger Donald Tusk mag dan net door 26 van de 27 resterende lidstaten zijn gecontinueerd, zijn eigen land - Polen - zaagt zozeer aan zijn stoelpoten dat hij als president toch best gebutst mag heten. En wie zegt dat Polen niet straks Groot-Brittannië naar de uitgang volgt? De schending van rechtstatelijke normen door dit land kan in elk geval niet zonder consequenties blijven, als Europa een waardengemeenschap wil blijven. Nog is Polen voor de EU niet verloren, maar het scheelt niet veel.

Europeanen! Europa staat er een stuk beroerder voor dan acht jaar geleden, toen ik mij voor het eerst als kandidaat opwierp, toen nog vergeefs.
Ik wil geen direct verband suggereren tussen de huidige misère en de mislukking van mijn kandidatuur van toen, maar toch. Als men indertijd beter naar mij had geluisterd, stond Europa er nu beslist veel beter voor. Ik heb toen een aantal beleidsvoorstellen gedaan om het verzwakte vertrouwen van de Europese burger, dat zich vertaalt in de snelle opmars van een xenofoob nationalistisch populisme, te herwinnen. De kern van mijn boodschap toen: minder ongebreidelde markt en meer sociaal-economische zekerheid. Of anders gezegd: een Europa dat de belangen van gewone burgers in plaats van die van grote bedrijven vooropstelt. Die boodschap is nog steeds zeer actueel.

 

De kern van mijn boodschap toen: een Europa dat de belangen van gewone burgers in plaats van die van grote bedrijven vooropstelt.

 


Dat heeft om te beginnen consequenties voor de Brexit. Het is niet in het belang van de Europese Unie om in een ernstig conflict te raken met de Britten, maar het is ook niet in het belang van de Europese Unie om zo'n conflict ten koste van alles te willen vermijden. Het uitgangspunt moet helder zijn: voor wat hoort wat. De EU is niet van het cafetariamodel van wel de lusten en niet de lasten.

Het kan niet zo zijn dat de Britten straks van vrije toegang tot de markt kunnen profiteren, maar door sociale en fiscale afbraak in eigen land voor oneigenlijke concurrentie gaan zorgen, die ook in de Europese Unie voor een fiscale en sociale race to the bottom leidt. Want dat is precies de reden dat het vertrouwen van veel burgers in de EU tanende is: dat de EU gelijk is komen te staan aan afbraak van de welvaartstaat, en de vrije markt daarvoor als legitimatie wordt gebruikt. Zoals de EU nu functioneert is zij goed voor hogeropgeleiden, niet voor lageropgeleiden, die hun baan op de tocht zien staan. Het zijn de globaliseringsverliezers die zich, omdat de EU de globalisering te lang als argument voor het opdringen van de neoliberale trits van flexibilisering, deregulering en privatisering heeft misbruikt, nu in opstand komen. Europa zal sociaal zijn, of het zal niet zijn.

 

 

Europa zal sociaal zijn, of het zal niet zijn.

 


Die slag wordt dit jaar vooral in Frankrijk gestreden. Het is niet toevallig dat Marine le Pen, om de kansen van het Front National te vergroten, voor een protectionistisch economisch programma heeft gekozen, waarmee zij aan de angsten van veel kiezers appelleert.
Haar belangrijkste tegenstanders, Fillon en Macron, worden door velen niet zonder reden gezien als vertegenwoordigers van een zelfzuchtige sociaal-economische elite, die zich amper om gewone burgers heeft bekommerd - kasteelheer Fillon was vooral in de weer met familieleden rijk betaalde sinecures te bezorgen, en Macron heeft een bankiersachtergrond. Zoals U weet, waren het vooral bancaire wanpraktijken die het Westen in 2008 in een economische crisis hebben gestort. Die is nog steeds niet voorbij.

Helaas hebben de huidige Europese machthebbers daarvan te weinig geleerd. Dankzij een oppermachtige bankenlobby zijn veel voorgestelde zinnige maatregelen, die de financiële wereld moesten helpen beteugelen, toch weer uitgekleed. Zo dreigt op termijn een herhaling van 2008 - of van 1929, om aan de grootste crisis van de twintigste eeuw te refereren, die toen wèl tot een serie noodzakelijke wetten heeft geleid, die helaas in de jaren negentig - in de euforie over 'het einde van de geschiedenis' en de zege van het westerse model na de ondergang van de Sovjet-Unie - weer zijn afgeschaft.

In dat opzicht moet die ondergang als een ramp beschouwd worden voor de West-Europese samenleving, omdat daarmee - waar de Sovjet-Unie ondanks haar gebrekkig functioneren toch altijd min of meer als tegenmodel fungeerde - de angst voor revolutie verdween die de sociaal-economische elites uit zelfbehoud tot fatsoenlijk gedrag had gedwongen en zo de opbouw van de welvaartstaat mogelijk had gemaakt. Met de Val van de Muur vielen ook de morele hindernissen voor graaizuchtig wangedrag weg. Het is in multimiljonairskring in de jaren negentig ook wel gezegd: nu doen wij weer gewoon waar wíj zin in hebben. Het negeren door de politieke kaste van de onvrede over de - met dit dominante neoliberalisme samenhangende - toenemende welvaartskloof én toenemende economische onzekerheid heeft uiteindelijk de weg vrijgemaakt voor het huidige populisme dat zich tegen Europa keert. Het is nog niet te laat, maar het scheelt niet veel met de Franse verkiezingen in aantocht - Le Pen president betekent het einde van de EU.

 


Laat ik helder zijn: met mij als Europees president wordt de financiële sector eindelijk getemd, en dat zal vooral voor de Brexit consequenties hebben. Die biedt een unieke kans om de bron van al het kwaad, de Londense City, waarvan Westminster als economische spreekbuis fungeert, bij de wortel aan te pakken. Er komt een einde aan alle belastingzwendelparadijzen die terecht zoveel kwaad bloed zetten, omdat gewone burgers en bedrijven voor de fiscale schade mogen opdraaien waar multinationals vrijuit gaan. Hetzelfde gaat op voor de corrumperende bonuscultuur die tot risico-gedrag aanzet, waarna de modale belastingbetaler de banken mag redden, terwijl de boosdoeners juist profiteren: privatisering van de winsten, socialisering van de verliezen, om met de goede oude Marx te spreken.

Als U mij kiest, komt daar resoluut een einde aan, en draaien als gevolg van nieuwe wetgeving met zware sancties de zwendelaars voor jaren in de bak. Dat zal ook mijn boodschap zijn aan Theresa May, mocht zij haar dreigement om Groot-Brittannië tot een fiscale piratenstaat om te vormen indien zij bij de Brexit onvoldoende haar zin krijgt, hard gaat pogen te maken. Voor Britse banken en hun parasitaire methoden geldt dan op het Kanaal: No passaran!

Uiteraard is dat niet het enige probleem, waarmee Europa te kampen heeft. De tijd ontbreekt, om hier nader in te gaan op de vijf andere plagen die haar momenteel - naast de economische en de daarmee samenhangende populistische crisis - teisteren: de vluchtelingencrisis, de nationalistische crisis, de rechtstatelijke crisis, de geopolitieke crisis en de implosie van het Midden-Oosten. Maar één ding is de afgelopen jaren duidelijk geworden: Europa ontbeert de kracht en samenhang om daarop als één blok te reageren, terwijl het tegelijk evident is dat Europa alleen door als één blok te opereren, die crises te boven kan komen. Nu laten de lidstaten zich uit elkaar spelen - onder het motto: andermans ellende is de mijne niet - waarbij oude sentimenten over bondgenootschappen uit lang vervlogen tijde ongezond gewicht blijken te bezitten. Ieder land wil soms iets volkomen anders, en daardoor gebeurt er niets.

Mijn toekomstige collega-voorzitter Claude Juncker heeft daarom terecht recent de lidstaten voor het blok gezet: zij zullen zelf eindelijk eens moeten durven kiezen, wat voor Europa zij willen. Daartoe heeft hij vijf opties voorgelegd. Laat mijn keuze uit die vijf mogelijkheden, de keuze waarvoor ik mij als uw Europees president hard zal maken, duidelijk zijn. Of in feite kies ik er twee van: enerzijds een beperking van de Europese politiek tot een aantal cruciale beleidsterreinen, waarvoor meer integratie geboden is om een vuist te kunnen maken, zoals een einde aan de oneigenlijke fiscale en sociale concurrentie. En anderzijds: een kern-Europa dat daarmee vaart gaat maken, zodat de eeuwige dwarsliggers niet meer elke vooruitgang kunnen blokkeren omdat zij zèlf niets van hun bevoegdheden willen afstaan. Wie niet mee wil doen, zal daar niet toe gedwongen worden, maar moet het wel accepteren wanneer de anderen wel mee willen doen.

Want in dat opzicht zal het voortaan in Europa echt anders moeten: dat niet langer de traagste van wil en begrip ook voor de anderen het tempo bepaalt. Samen kunnen we dat veranderen, maar dan moet U wel Uw eigen nalatigheid van 2008 onder ogen zien, en niet vergeten mij, als Tusk straks alsnog zijn biezen pakt, alsnog als zijn opvolger te kiezen.


Thomas von der Dunk
Brussel, 28 maart 2017

Deze toespraak werd op 8 april 2017 gepubliceerd in de Standaard.

Beluister deze en de andere speeches hier via SoundCloud:

 

Vertel het verder: