Waarom vrouwen meer straatnamen verdienen

Tijdens de schrijfresidentie van deBuren in 2018 onderzocht Selma Franssen hoe er in Parijs en Brussel en Nederland campagne gevoerd wordt om meer straten naar bijzondere vrouwen te vernoemen.
Door Selma Franssen op 9 mei 2019
Tekst
Literatuur
Schrijfresidentie Parijs
© Selma Franssen

Journalist Selma Franssen was een van de achttien deelnemers aan de zevende schrijfresidentie van deBuren. In Parijs en Brussel voeren mensen campagne om meer straten, pleinen en bruggen naar bijzondere vrouwen te vernoemen. Selma ging met hen in gesprek. Hoe doen ze dat, en hoe zit het in Nederland? 

Waarom vrouwen meer straatnamen verdienen

 

Je kon deze zomer in Parijs niet om Simone Veil heen. De hele stad hing vol met gewildplakte posters met de tekst ‘Merci Simone’. In mei werd de Parijse metrohalte ‘Europa’ omgedoopt tot ‘Simone Veil’. En bij de ingang van het Panthéon hangen borden die de levensloop van Veil vertellen. Hoe ze op haar zestiende gedeporteerd werd naar Auschwitz, waar ze haar ouders en broer verloor. Hoe ze overleefde en een indrukwekkende carrière begon als magistraat, minister, eerste vrouwelijke president van het Europees Parlement en lid van de Académie française. Hoe het haar in 1975 lukte om als Minister van Gezondheid – tegen de wil van haar eigen politieke kamp in – abortus uit het strafwetboek te halen en zo veilige abortus toegankelijk te maken voor Franse meisjes en vrouwen.

 

 

Waar zijn de vrouwen in Parijs?


Op 1 juli is Simone Veil vanwege haar verdiensten bijgelegd in het Panthéon, een monument in het Quartier Latin. Ze is daarmee een uitzondering. Het Panthéon was oorspronkelijk een kerk gewijd aan Sainte-Geneviève, nu is het een mausoleum voor beroemde Frans(mann)en.

© Selma Franssen

Céline Piques, woordvoerster van de groep Osez le Féminisme (Durf Feminist te Zijn), legt uit: ‘Er liggen 72 mannen begraven, maar er zijn slechts vier bekende vrouwen opgenomen op grond van hun eigen verdiensten. Dat zijn Marie Curie, Geneviève de Gaulle-Anthonioz, Germaine Tillion en nu ook Simone Veil. De enige andere vrouw die in het Panthéon werd bijgezet was Sophie Berthelot, zij deelt een graf met haar echtgenoot, de scheikundige en politicus Marcellin Berthelot. Ik ben heel blij dat Simone Veil erbij is gekomen. Er mag dan wel ‘grands hommes’ boven de ingang van het Panthéon staan, ook vrouwen hebben Frankrijk gevormd.’

 

In 2015 plakte Osez le Féminisme zestig naambordjes op het Île de la Cité van Parijs over met de namen van beroemde vrouwen, zoals Pont Josephine Baker, Boulevard Emilie du Châtelet en Quai de Nina Simone. Want in Parijs kom je de hele wereldgeschiedenis tegen in de namen van straten en metrostations, maar vrouwen ontbreken. Slechts 2,6 procent van de straatnamen in Parijs is vernoemd naar een vrouw, vaak een echtgenote of dochter van een bekende man. Van de straten is 31 procent naar een man vernoemd en de overige straten zijn niet naar een persoon vernoemd.

 

Céline Piques: ‘Namen van herkenningspunten eren de bijdragen die mensen leverden aan de wetenschap, kunst en politiek. Er zijn nauwelijks herkenningspunten vernoemd naar vrouwen. Daarmee wordt niet alleen een deel van de geschiedenis vergeten, het beïnvloedt ook het beeld dat we hebben van wat vrouwen kunnen bereiken in het leven. Daarom willen we ook bestaande straten die niet naar een persoon vernoemd zijn laten hernoemen naar vrouwen, om zo de man-vrouwbalans gelijk te trekken. Als we moeten wachten op de aanleg van nieuwe straten gaat het nog jaren duren.’

De afgelopen weken voerde de organisatie campagne om twee nieuwe metrostations naar vrouwen te vernoemen. Vier van de 303 metrohaltes op zestien lijnen in Parijs waren tot nu toe vernoemd naar vrouwelijke figuren: Barbès-Rochechouart, een eerbetoon aan Marguerite de Rochechouart de Montpipeau, die de abdis van Montmartre was; Pierre et Marie Curie, naar de Nobelprijs winnende natuurkundigen, en Louise Michel, een militant uit de Commune van Parijs. Er is ook een Rosa Parks-station op het RER-spoorwegnet in Noord-Parijs, vernoemd naar de Amerikaanse burgerrechtenactiviste.

'Er zijn nauwelijks herkenningspunten vernoemd naar vrouwen. Daarmee wordt niet alleen een deel van de geschiedenis vergeten, het beïnvloedt ook het beeld dat we hebben van wat vrouwen kunnen bereiken in het leven.'

Omdat het metronetwerk wordt uitgebreid, komen er twee nieuwe haltes bij op de centrale lijn. Osez le Féminisme riep op om op vrouwen te stemmen in een online verkiezing met zes mogelijke namen – drie mannen en drie vrouwen. Piques: ‘De actie werd vooral positief onthaald en het is gelukt. De stations zullen vernoemd worden naar de bekende zangeres Barbara en naar Lucie Aubrac, een verzetsstrijdster die stierf in 2007. De metrostations die naar hen vernoemd worden liggen in wijken waar beide vrouwen vandaan komen. Dat betekent dat er in totaal zes metrostations naar vrouwen vernoemd zullen zijn. Het is een begin.’

 

 

Primeur voor Brussel

 

Ook de stad Brussel zocht de afgelopen weken naar nieuwe namen. Het evenemententerrein Tour & Taxis wordt een woonwijk, wat betekent dat er 28 straten bijkomen. Via een online wedstrijd konden inwoners van heel België voorstellen indienen die een connectie hadden met de geschiedenis van België. Het was de eerste keer dat Brussel burgers de mogelijkheid gaf om zelf straatnamen voor te stellen. Normaal kiest het schepencollege.

Vesna Jusup, die in Brussel voor de Europese Groenen werkt en expert is op het vlak van gender en stadsplanning, noemt de situatie in Brussel vergelijkbaar met die in Parijs. Van de 54 Brusselse metrostations verwijzen er vier naar een vrouw. ‘Die vier bestaan uit twee koninginnen, een prinses en een heilige. Wat straatnamen betreft is het niet veel beter: 22 procent is naar een man vernoemd en 3 procent naar een vrouw.’

Verschillende organisaties, waaronder Period. Brussels, riepen op om vrouwen te nomineren voor de nieuwe straten. Het stadsbestuur zelf vroeg om ‘poëzie’ en heeft dat ook gekregen: Tour & Taxis kent straks onder meer straten die ‘Ceci n’est pas une rue’ en ‘Frietgang’ heten. Hoewel de meeste straatnamen naar dingen en fenomenen vernoemd zijn, komen er ook een Chantal Akermanstraat en Isala Van Dieststraat, vernoemd naar de bekende in Brussel geboren regisseuse en de eerste Belgische vrouwelijke arts en feministe.

Inmiddels heeft ook Brussels parlementslid Fatoumata Sidibé een ontwerpresolutie ingediend om meer straten in Brussel naar vrouwen te vernoemen. De resolutie heeft de steun van leden van alle partijen in de meerderheidscoalitie van het Brussels parlement en zou moeten worden goedgekeurd wanneer deze in september wordt besproken. Beslissen over de naamgeving blijft uiteindelijk een taak van de 19 Brusselse gemeenten.

© Selma Franssen
Hoe zit het in Nederland?

 

De Nederlandse activisten van De Bovengrondse volgden deze zomer het voorbeeld van Osez le Féminisme: in verschillende steden werden stickers met alternatieve straatnamen geplakt. Zo werd de Dam in Amsterdam ‘Dame’, Rokin werd ‘Beyoncé Boulevard’.

 

Onderzoek van De Correspondent wijst uit dat 88 procent van de straten in Amsterdam die naar een persoon vernoemd zijn, verwijzen naar een man. Namen uit de historische zwarte aanwezigheid in Amsterdam ontbreken. En een telling van D66 Rotterdam wees uit dat in Rotterdam 92 procent van de vernoemde straatnamen uit witte mannen bestaat. ‘De duizenden straatnamen in het straatnamenregister laten een heel eenzijdig beeld zien van de Rotterdamse geschiedenis. In een divers Rotterdam kan dit zo niet langer’, zegt D66-raadslid Nadia Arsieni. D66, NIDA, SP, GroenLinks en de PvdA dienden daarom een initiatiefvoorstel in om de richtlijnen voor het vernoemen van straten in Rotterdam te wijzigen.

 

 

Geen symbooldiscussie

 

Niet iedereen is het ermee eens dat de hele samenleving zich moeten kunnen herkennen in straatnamen. Zo diende in Flevoland de lokale partij Hart voor Urk een motie in om meer witte mannen op de straatnaambordjes te krijgen, waaronder omstreden historische figuren als Michiel de Ruyter en Jan Pieterszoon Coen. De motie werd unaniem aangenomen in de gemeenteraad. Ook in Parijs kwam er kritiek op de acties van Osez le Féminisme. Want is straatintimidatie niet een veel belangrijker probleem voor vrouwen in de publieke ruimte?

 

Vesna Jusup beaamt dat het vernoemen van herkenningspunten niet direct meer rechten voor vrouwen oplevert. ‘Het creëert wel meer bewustzijn: als we weten dat mensen van kleur en vrouwen vroeger en nu bijdroegen aan onze gemeenschappen, zullen we hen sneller zien als mensen die we moeten beschermen in plaats van aanvallen. Het corrigeert ook de manier waarop de prestaties van vrouwen door de eeuwen heen systematisch werden uitgeveegd of toegewezen aan mannen. Het is niet zo dat de geschiedenis door mannen wordt gedomineerd, het is de geschreven geschiedenis die door mannen wordt gedomineerd. En daar horen straatnaambordjes bij.’

 

Céline Piques wijst erop dat het geen kwestie is van het een of het ander. Osez le Féminisme zet zich ook in tegen straatintimidatie. ‘Een enquête onder vrouwen in Parijs gaf aan dat alle vrouwen straatintimidatie meemaken. Ook daar proberen we iets aan te doen, met acties als ‘Take back the metro’, of door met vrouwen door de stad te lopen en plekken te identificeren waar zij zich onveilig voelen.’

 

 

De straten zijn nog niet van iedereen

 

Straatintimidatie – de cijfers liegen er niet om – en gebrek aan erkenning van vrouwen in het straatbeeld zijn met elkaar verbonden. Ze zorgen er allebei voor dat vrouwen de publieke ruimte anders ervaren dan mannen. Vrouwen zijn door de eeuwen heen meer aan huis gebonden geweest, door sociale codes waar zowel mannen als vrouwen zich aan houden, maar ook door wetten.

'Het is niet zo dat de geschiedenis door mannen wordt gedomineerd, het is de geschreven geschiedenis die door mannen wordt gedomineerd. En daar horen straatnaambordjes bij.'

Een voorbeeld van een manier waarop wetten vrouwen beperkten, is wetgeving die sekswerk verbiedt. Zulke wetten bepalen vaak wanneer en waar vrouwen sekswerk mogen uitvoeren, maar bepalen ook waar vrouwen die geen sekswerk uitvoeren zich niet mogen bevinden. Eind 19e eeuw was Frankrijk hier zeer strikt in: vrouwen uit de werkende klasse werden met regelmaat gearresteerd wegens prostitutie om quota’s te halen. Hun ‘vergrijp’ was dat ze buiten waren op verboden plekken en tijdstippen. Ze werden opgesloten in de gevangenis van Saint Lazare en pas weer vrijgelaten als ze zich lieten registreren als sekswerkers.Vrouwen die uit een bordeel probeerden te ontsnappen, werden ook weer naar Saint Lazare gestuurd. Op die manier reguleerde de politie de aanwezigheid van vrouwen op straat.

Ook onpraktische kledingvoorschriften en -trends hebben vrouwen door de eeuwen heen meer beperkt dan mannen. Denk aan schoenen met hoge hakken of te kleine schoenen, zoals de traditie van het voetbinden in China. Zeer lange rokken die over de grond slepen, rokken met heel veel stof of het andere uiterste: heel strakke rokken die de beweging beperken. En wat te denken van korsetten of stoffen die gemakkelijk beschadigen?

Vesna Jusup bevestigt dat mannen en vrouwen de publieke ruimte nog altijd anders ervaren: ‘Ons dagelijks leven wordt zwaar bepaald door gender. De manier waarop mannen en vrouwen communiceren, samenwerken en bewegen is anders. Veel van die verschillen nemen we al op zeer jonge leeftijd aan, we leren ze vaak als onderdeel van zelfzorg of goed gedrag. Zo krijgen meisjes van jongs af aan te horen hoe ze zich op straat zouden moeten gedragen. Het gaat dan vooral om dingen die ze niet moeten doen: korte rokjes dragen, alleen in een metrostation staan, door donkere steegjes wandelen, 's nachts alleen over straat lopen.’

 

Maar zoals Rebecca Solnit opmerkt in haar boek Wanderlust, waarin ze de geschiedenis van wandelen onderzoekt, heeft solo wandelen de grote denkers uit de geschiedenis mogelijkheden geboden die vrouwen niet hadden. Solnit: ‘Vrouwen zijn enthousiaste deelnemers aan pelgrimstochten, wandelclubs, parades, processies en revoluties geweest, onder meer omdat in een omkaderde activiteit hun aanwezigheid minder snel wordt gezien als een seksuele uitnodiging, maar ook omdat gezelschap de beste garantie is voor vrouwen om veilig te zijn in het openbaar. Maar in je eentje wandelen heeft een enorme spirituele, culturele en politieke resonantie. Het is een manier om te contempleren en componeren, van de wandelende filosofen van Aristoteles’ Peripatetische School tot de rondtrekkende dichters van New York en Parijs. Het heeft geleid tot de ontmoetingen en ervaringen die het werk hebben geïnspireerd van schrijvers, kunstenaars, politieke denkers, en anderen. Het is onmogelijk om te weten wat er terecht zou zijn gekomen van veel belangrijke mannen als zij niet de mogelijkheid hadden gehad om zich vrij door de wereld te bewegen. Stel je Aristoteles voor die aan huis gekluisterd was, of John Muir beperkt door een hoepelrok.’

Het mag dan langzaam gaan, de acties om straten te vernoemen doen ertoe, net zozeer als het tegengaan van straatintimidatie. Het niet erkennen van de verdiensten van vrouwen in de publieke ruimte bevestigt het idee dat vrouwen minder waard zijn dan mannen en ook zo behandeld mogen worden. En wie zich minder veilig en vrij voelt in de publieke ruimte, heeft minder kansen om te denken, te dagdromen, te zien, te ontmoeten en te bereiken. Kortom: minder kansen om een indruk na te laten op de geschiedenis, die ooit kan leiden tot een vermelding op een straatnaambordje.

 

 

 

 


 

Deze tekst werd geschreven tijdens een residentieproject in Parijs van deBuren in samenwerking met de Stichting Biermans-Lapôtre in de zomer van 2018.



Selma's artikel werd gepubliceerd door OneWorld, verscheen herwerkt tot opiniestuk in De Morgen en in Engelse vertaling op het City Metric platform van The New Statesman.

 

Lees meer over de schrijfresidentie van deBuren.

 

© Marianne Hommersom

Selma Franssen (1988) is freelance journalist. Haar werk verscheen onder meer bij Charlie Magazine, OneWorld, De Morgen, De Standaard, The New Statesman, VPRO en Vice. Ze volgde het postgraduaat Internationale Onderzoeksjournalistiek, ontving een beurs van het Fonds Pascal Decroos voor haar werk en presenteert de journalistieke lezingenreeks Moeilijke Dingen Makkelijk Uitgelegd. In 2019 verscheen haar eerste boek Vriendschap in tijden van eenzaamheid bij uitgeverij Houtekiet.

 

Als opdrachttekst bij de aanmelding voor de residentie herleest Selma een essay van Joan Didion. In Parijs schreef ze naast het artikel Waarom vrouwen meer straatnamen verdienen ook de korte tekst Verdreven hoop, waarin ze Patientia aan het woord laat, geïnspireerd door een de allegorische voorstelling van Gillis Mostaert.

Vertel het verder: