Bodem

Achttien jonge Vlaamse en Nederlandse auteurs laten eeuwenoude artefacten spreken. Yelena Schmitz kruipt in de dunne huid van een eeuwenoude kaart van Duinkerke en verkent haar diepte. 'Meter voor meter haal je boven wat vergeten is.'
Door Yelena Schmitz op 3 okt 2018
Tekst
Literatuur
Wetenschap & geschiedenis
Schrijfresidentie Parijs
Jacob van Deventer, manuscriptkaart Duinkerke, ca. 1550-1560. Bron: Koninklijke Bibliotheek van België, MS. 22.090

Tijdens de Nacht van de Geschiedenis draagt Yelena haar tekst live voor bij Jacob van Deventers kaart van Duinkerke, in de expo '80 Jaar Oorlog' van het Rijksmuseum. Op 15 december staat zij op het podium van Perdu tijdens Mais oui, Paris in Amsterdam.

Bodem

 

Jacob was nog maar twaalf toen hij stiekem op kerktorens begon te klimmen. Hij zocht het hoogste punt van de stad en ging er uren zitten kijken. In zijn zak had hij altijd een stukje papier waarop hij alle wegen tekende - hij bewaarde alles in schriften. Jacob keek liever van bovenaf naar de straten dan er in te lopen. Elke dag schetste hij er een stukje bij, tot hij aan de randen zat van waar hij kon kijken. Dan was het af.

 

Jacob heeft ook mij getekend. Ik ben één van zijn tweehonderd kaarten. Hij reisde het hele land af met zijn landmeter en zijn penselen. Ik herinner me zijn hand nog goed. Als je een microscoopje neemt kan je aan mij zien dat de duinen met de hand getekend zijn. Heel precies. Zo was hij. Met waterverf zocht hij naar de juiste kleuren van de golven. Op het einde schreef hij met zwarte letters op mijn vel: ‘Duynkerke’.

 

Vanaf dat moment ben ik de stad gaan dragen. Ik, licht stuk stof, werd de stadsdrager. Duinkerke is op mij blijven plakken en ging er nooit meer af. We hangen aan elkaar vast. Ze is in de jaren na Jacob hard veranderd, maar dat kan je niet aan mij lezen. Ik blijf voor altijd een tekening van een dorp met molens. Die zijn nu allemaal verdwenen. Van wat ik er van gehoord heb, is Duinkerke één groot industrieterrein geworden. Een omtrek van leegte, gevuld met supertankers en scheepbouw. Boorplatformen. Het waait er hard en niemand stopt er voor koffie of een wafel. De meeste mensen drinken liever een bekertje oploskoffie op het dek van het schip dan op de pier. Ben jij ooit in Duinkerke geweest? Ik heb gehoord dat er de laatste tijd steeds meer mensen neerstrijken. Met tenten. Mensen van een verre zee vluchten de duinen in. Er vallen veel tranen. Het zeewater is zout.

'Ben jij ooit in Duinkerke geweest? Ik heb gehoord dat er de laatste tijd steeds meer mensen neerstrijken. Met tenten.'

Dat proef je niet aan mij. Ik blijf zoals ik was, lijnen, punten, vlakken. Ik voel me zo vaak vlak. Le plat pays. Ik was liever een bodemkaart geweest. In de grond vind je schelpen, botjes en bommen. Een papieren bloem of een bout van een boot. Je graaft en graaft in de stukjes klei en dan komt er plots een schrift van vijfhonderd jaar weer boven. Net onder het zandoppervlak ligt een kindersok, een pannetje, een tentzeil. Meter voor meter haal je boven wat vergeten is. Dat schrijf je allemaal op en breng je in kaart. Je maakt een legende van alles wat je vanaf het bovenaanzicht niet kan zien. Wat overspoeld werd, wordt weer blootgelegd. Wat vergeten moest worden, blijkt toch bewaard. Molenwieken steken de kop op. De haan van de kerktoren drijft boven. In de diepte ligt veel te wachten.

 

Ik zie alles van bovenaf gebeuren. Ik blijf zoals ik hier getekend ben. Een stuk papier, wat stof dat blijft. Ik laat dit niet los. Mijn hart ligt diep in het zand. Het bonkt.


© Marianne Hommersom

Yelena Schmitz

Yelena Schmitz (1996) volgt de master Woordkunst op het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen. Ze schrijft, maakt radiodocumentaires en is lid van schrijverscollectief en literair tijdschrift ZINK. In 2017 won ze de Nieuwe Types prijs voor beste afstudeerwerk van een Nederlandstalige schrijfopleiding. Ook won ze de Korte Golf Radioprijs 2017 en werd geselecteerd voor het talentontwikkelingsproject Talent op Tilt. Met het microverhaal 'Ich bin wie du' won ze het Flash Fiction Fest.

Oude werken, jonge schrijvers

 

Jonge Vlaamse en Nederlandse auteurs die eeuwenoude artefacten laten spreken. In korte poëzievoordrachten en prozavertellingen laten zij de unieke stemmen horen van kletterend wapentuig, ingetogen schilderingen en verrassende voorwerpen.

 

deBuren gaat sinds 2012 iedere zomer met een groep aanstormend schrijftalent uit de Lage Landen naar Parijs. Twee weken verblijven ze daar om over de grenzen heen elkaars werk en ideëen te leren kennen en aan nieuw materiaal te werken. De lichting van 2018 brengt een artefact uit de tentoonstelling over de Tachtigjarige Oorlog op literaire wijze tot spreken. Wat zie je door de ogen van de mensen aan de rand van een schilderij? Hoe klinkt de knal van een tiental kanonskogels en wat heeft het beulszwaard van Van Oldenbarnevelt ons te vertellen?

 

'Bodem' verscheen 24 oktober op de tweetalige blog van de Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français onder de titel 'Bodem / Fond'.



Tijdens de Nacht van de Geschiedenis bezetten de literaire talenten uit onze schrijfresidentie de expo 80 Jaar Oorlog in het Rijksmuseum. Yelena Schmitz schreef over een kaart van Jacob van Deventer, die te zien is in de zaal Orde. 

 

 

Je hoort de verhalen, gedichten en reflecties ook elke doordeweekse oktoberavond in Nooit meer slapen en leest ze op de websites van Maand van de Geschiedenis en deBuren.

 

Vertel het verder: