Wij gaan naar Parijs en nemen mee: Uschi Cop

'Verhoud je vanuit het heden tot een van de fenomenen die de jaren '60 karakteriseren': dat was de opdracht voor de kandidaat-schrijfresidenten 2018. Uschi Cop verhoudt zich tot de iconische foto die tegen wil en dank het symbool werd van de 'pro-choice'-beweging in de jaren '60.
Door Uschi Cop op 28 jun 2018
Tekst
Literatuur
Schrijfresidentie Parijs
De erfenis van de jaren 60

Hier is verandering niet aan de orde. Hier blijft alles wat het is. Als het evolutie is die jullie zoeken, blijf dan nog even daar. Waar het uitmaakt. Vreedzaam.

Noem me baby Santoro

 

Noem me baby Santoro, jullie slechts bekend als het plasje bloed dat tussen de benen van mijn moeder op foto werd vastgelegd. Die foto waarmee ik tegen wil en dank het icoon voor de pro-choice beweging werd in the swinging sixties. Hier ben ik ondertussen met mijn half-gevormde lichaampje (amper 28 weken gerijpt in Geraldine) ook een kleine bekendheid geworden: de laatste abortus-foetus die hier terechtkwam voordat het wereldbeeld veranderde, de poortwachter naar het hiernamaals voor idealisten.

Maandagnacht 8 juni 1964 arriveerde ik hier. Met hagelwitte charismatische lach in een schedel als een bloederige bloemkool, deed de president toen nog de verwelkoming. JFK maakte ook hier razendsnel promotie: wagen van de firma, eigen kantoor met uitzicht over de eeuwige jachtvelden. Ik verwelkom nu in zijn plaats.

 

Oh, die beginjaren! Een tijd om te schoppen tegen schenen van sociale conventies en te strijden voor vrouwenrechten, zwartenrechten, homorechten, ... Vrijheidsstrijders bij de vleet: vrijwillig verhongerden voor vrede, collectieve sektezelfmoordenaars en vertrappelden in protestacties. Ik zag ze allemaal langskomen.

 

Het spijt me dit te moeten zeggen, maar de stroom nieuwelingen is niet geslonken, integendeel. Tegenwoordig komen ze hier bij bosjes binnengewandeld: scherven en roestige spijkers in hun botten, hoofden half weggeblazen, kapotgemaakt. Zinloze offers aan … ja, waaraan? Laatst nog, achtendertig bebloede Irakezen, ironische veiligheidshelmen nog op het hoofd. Ik schonk hen mijn beroemd scheef lachje, maar zag hen toch niet graag komen.

Begrijp me niet verkeerd: jullie zijn hier allemaal welkom, zonder onderscheid. Hier is het goed, John en Dr. King spelen nog steeds van imagine my dream en Polanski Junior zorgt voor video-tainment. Maar opgelet. Hier is verandering niet aan de orde. Hier blijft alles wat het is. Als het evolutie is die jullie zoeken, blijf dan nog even daar. Waar het uitmaakt. Vreedzaam.

Ik moet gaan, er wordt op de poort geklopt.

Uschi Cop

Uschi Cop (1988) is doctor in de experimentele taalpsychologie. Ze leeft uitbundig in Brussel en werkt als beleidsmedewerker voor het Departement Cultuur, Jeugd en Media. Haar literaire passie viert ze bot in een schrijfopleiding en een Master Westerse literatuur. Ze schrijft kortverhalen, brengt haar poëzie op podia en publiceert columns in De Morgen. In Parijs zal ze haar fascinatie voor de ongrijpbare band tussen mensen vastleggen in proza.

Vertel het verder: