Het rode oor | Hondje bijt niet

‘Dat het roer omging, had hij besloten toen hij, kijkend naar de perziken gloed van de zonsondergang, een vijftiental meter in de ebbende branding stond en het zoele water tegen zijn blote balzak voelde klotsen.‘
Lees/luister/kijk
deBuren hebben rode oren
Door Mikhail Fluijter

In het voorjaar organiseerde deBuren samen met VPRO en Canvas onder de titel deBuren hebben rode oren een erotische schrijfwedstrijd. De teksten van de drie finalisten werden kort na de finale op onze site gepubliceerd. Er zitten echter nog heel wat mooie verhalen tussen de inzendingen. Zonde om die ongelezen te laten. Daarom serveren wij u de komende zomermaanden om de paar weken een erotisch kortverhaal.


Dat het roer omging, had hij besloten toen hij, kijkend naar de perziken gloed van de zonsondergang, een vijftiental meter in de ebbende branding stond en het zoele water tegen zijn blote balzak voelde klotsen.

Schoorvoetend moest hij aan zichzelf bekennen dat verleidingen zich zelden spontaan aanbieden. Uiteraard overkwam het hem weleens, maar je kon er beter niet op wachten. Verleidingen dienden gecultiveerd te worden, in een getijstroom van toewijding en verwaarlozing, zoals een exotisch gewas je na een tijdje plots onbeschaamd haar vrucht aanbiedt in al haar weelde. Het was een zilte overpeinzing die hem smaakte maar lang geen voldoening gaf.

Het gilletje van verbazing haalde hem uit zijn bespiegelingen. Achteromkijkend zag hij hoe een dame op het punt stond om haar hyperactieve hondje bij de branding af te lijnen.

Half hurkend zag zij plots wat ze verstrooid kuierend niet had opgemerkt: een rijzige man, halfnaakt en wijdbeens in het water. De panden van zijn nette hemd kleefden aan zijn dijen, doorzichtig, waardoor ze ongegeneerd kon kijken naar de halfblote billen die af en toe door een golf omsloten werden.

Een razendsnelle non-verbale dialoog ontrolde zich, waarbij hij hoofdschuddend bepleitte dat dit geen typisch gevalletje van potloodventerij was, zij haar besluit nam om strak vooruitkijkend verder te marcheren, en hij zijn blik weer naar de horizon richtte. Nieuwsgierig om deze absurde bravoure liet ze haar plan varen. Nerveus trippelde de hond weg over het natte zand.

‘Blijft u daar staan?' vroeg hij aan de vrouw toen ze onverwachts geen aanstalten maakte om verder te lopen.
- ‘Ik wilde jou net hetzelfde vragen.' Haar brutaliteit gaf haar een korte siddering. ‘Willen ze niet bijten vandaag?' Ze kon een monkellach niet onderdrukken.
‘Nee. Te zware dobber, ben ik bang.'
- ‘Weet je zeker dat het lijntje niet te kort is?' Een volle schaterlach rolde door het geluid van de golven.

‘Waarom kom je er niet bij staan? Dit is aangenamer dan je kunt vermoeden.'
Ze zag hoe het getijde traag en onweerstaanbaar aan zijn heupen trok.
- ‘Nee dank je, ik kom hier elke dag en wil dat graag blijven doen. Maar wat ga jij straks doen als je beet hebt? Waar is je broek?'
Die had hij achteloos op het strand uitgetrapt, maar lag er nu niet meer. Zou morgenochtend best eens in de netten van een garnaalvisser kunnen opduiken. Een plan had hij niet, en was er ook nooit geweest.

‘Ik heb hier iets verderop een strandhokje. Loop maar even met me mee.' De vrouw trok de trui los die ze om haar middel had geknoopt en hield hem omhoog in zijn richting, een knik in haar heupen, vol van uitdaging.

Hij draaide zich nu geheel naar haar om en bekeek haar blik met volle aandacht.
De diepe lijnen die van zijn heupen schuin naar elkaar toe liepen, kwamen langzaam los van de luie golven.

‘'t Hondje bijt ook niet,' zei ze.

Vertel het verder: