Volwassen en infantiel

Zullen onze kinderen binnenkort bij ons komen zeuren om een zoetgevooisde Himmlerlollie? Als je de trend van Holocaustverfilmingen doortrekt, is die gedachte zo gek nog niet ...
Door Vitalski op 20 mrt 2012
Tekst
Politiek & samenleving

Als Spielberg zijn tanden in Kuifje zet, zijn we minder panisch dan wanneer hij zich waagt aan historische tragediën zoals de Holocaust. Maar wanneer Kapitein Haddock een integrale bende zeerovers over de kling jaagt, doet het onder water genomen prachtbeeld van hoe deze piraten naar de zeebodem zinken, griezelig hard terugdenken aan één bepaalde scène uit Spielbergs Amistad: eveneens onder water gefilmd, uitzonderlijk esthetisch, een honderdtal negerslaven die we tot in detail mogen zien verdrinken, zoals dezen, waar gebeurd, van het slavenschip Amistad overboord werden gegooid. Een eer voor Kuifje, een aanfluiting voor een duizendjarig historisch inferno.

Is er in de Westerse vertelkunst een infantilisering gaande, dan heeft dat zeker te maken met de moeilijke positie van het kind in de romantraditie. Een teken aan de wand was Goethes baanbrekende moderne roman Affiniteiten, waarin er een kind uit een roeibootje valt en verdrinkt, maar vreemd genoeg zonder dat iemand er een traan om laat. In zijn essay Roman en Voortplanting wijst Milan Kundera ons er meer algemeen op dat amper één procent van de wereldbevolking kinderloos is maar minstens de helft van de klassieke Westerse romanpersonages de roman verlaat zonder nakomelingen. Pantagruel, Don Quichote, Werther, Svejk en Tom Jones, en voorts alle hoofdfiguren van Kafka, Stendhal en Dostojevksi: ze nemen afscheid zonder zich te hebben voortgeplant.

Op zoek naar illustere tegenvoorbeelden stuit je algauw op Thomas Mann in Duitsland en James Joyce in Europa. Bij Mann wordt het individu ingebed in een generatie overschrijdende familiekroniek. In het oeuvre van Joyce wordt op de complexe vader-zoonrelatie juist obsessief ingegaan. Al schijnt bij Joyce het concept voortplanting niet zuiver materieel. Zijn meest indringende biograaf Louis Gillet stelt dat voor Joyce de vader-zoonrelatie een bijna buitenzintuiglijke ervaring is, waarbij zelfs de bemiddeling der moederlijke ingewanden schijnt te worden overgeslagen. Zoals in de genealogieën van Mattheüs, 'Isaac bracht Joseph voort', of zoals in de traditie van sommige aristocratische middens om op geboortekaartjes de naam van de moeder niet eens te vermelden.

Zowel Mann als Joyce verhieven naast hun letteren ook hun patriarchale bestaan zelf tot een kunstwerk. Maar Manns discriminerende tendensen als huisvader zijn legendarisch. Van zijn zes kinderen konden Erika en Klaus nooit iets verkeerd doen, maar stootten Golo en Moni aldoor op zijn minachting. Manns biografe Margreet den Buurman zegt vergoelijkend dat hij daarmee wel, tenminste, een sociaal taboe doorbrak – de zelfmoord van twee van zijn zoons voert er anders weinig promotie voor. In Manns Doctor Faustus wordt het summum van liefde ons aangereikt in de figuur van de kleine Nepomuk, strikt gemodelleerd naar zijn lievelingskleinzoon Frido Mann – maar in het boek sterft dit kind een afschuwelijke dood. 'Dit kan je niet maken!', moet Manns echtgenote hebben uitgeroepen.

Toen Joyce als jongeling werd gevraagd hoe zijn kroost het stelde, antwoordde hij boudweg daar weinig tijd voor te hebben. Ook zei hij wel eens dat zijn twee kinderen samen in één rol bij elkaar geplakt nog niet de helft van zijn vrouw waard zouden zijn. Geleidelijk aan echter werden Lucia en Giorgio, zoals ze heetten, zijn alfa en omega. Dat Lucia geleidelijk aan psychiatrisch werd, ongeneeslijk, verwoestte hem ongeveer. Finnegan's Wake, alleszins bij uitstek een boek over voortplanting, zij het voor velen het product van een krankzinnige, was zeker een poging om zijn verloren dochter terug te vinden. Weer in Gillets biografie geeft Joyce toe: 'Soms hoop ik dat als er een eind zal zijn gekomen aan de duistere nacht van mijn boek, dat ook Lucia dan genezen zal zijn.'

Kortom: in het al te omvangrijke ego van de auteur vallen ouder en kind samen. Vandaar de huidige degradatie van volwassen thema's. In 1949 riep de socioloog Adorno nog uit dat het schrijven van poëzie na Auschwitz een barbaarse zaak is. Vandaag is die scepsis weg, ten laatste sinds de verfilming van de superheldenreeks X-Men, waarin de Holocaust wordt aangewend als een zeer goedkoop effect, meer niet. Al oordeelt zelfs JewishJournal.com daar anders over: die verwelkomt X-Men First Class als een doorbraak in popcultuur, juist vanwege de openingsscène, waarin het belachelijke, telepathisch begaafde personage Xavier, gevangen in Auschwitz, op verzoek van een nazibeul zijn eigen moeder vermoordt. Het weekend van de première bracht deze film 55 miljoen dollar op.

Voor de eveneens zopas weer verfilmde superheld Captain America is het aflappen van nazi's als favoriet tijdverdrijf iets beter verdedigbaar: het figuur werd bewust ontworpen als propagandamiddel voor de geallieerden. De eerste Captain America kwam uit in 1941; op de cover gaf onze held niemand minder dan Hitler zelf een stevige rechtse, en gingen er zodoende meteen een miljoen exemplaren van over de toonbank.

 

 

Toch staat zelfs de best wel vermakelijke aartsvijand van Captain America, de van hakenkruizen vergeven Red Skull, in het teken van deze richting: zoals we vandaag in snoepwinkels Napoleonbollen mogen gaan halen, ongeacht wat voor seriemoordenaar die Napoleon wel was, zo zullen onze kinderen binnenkort bij ons komen zeuren om een zoetgevooisde Himmlerlollie.

Vertel het verder: