No satisfaction

Een serie columns genaamd 'Ongeval door kijkfile' kan niet voorbijgaan aan het drama op de Rally van de Condroz op 12 november, waarbij door een race-autoaccident twee toeschouwers het leven lieten. Woordvoerder Jean-Louis Roiseux zegt aan de VRT: "Het is bijna zeker dat de slachtoffers in een veilige zone stonden." Let wel: bijna.
Door Vitalski op 15 nov 2011
Tekst
Politiek & samenleving

Mensen reageren vaak ellendig op ellendige dingen. Vandaar het fenomeen: 'ongeval door kijkfile'. In deze serie columns gaat Antwerps Nachtburgemeester Vitalski op zoek naar erge dingen en de vreselijke manier waarop daarmee wordt omgesprongen. Een serie columns genaamd 'Ongeval door kijkfile' kan niet voorbijgaan aan het drama op de Rally van de Condroz op 12 november, waarbij door een race-autoaccident twee toeschouwers het leven lieten.

 

Woordvoerder Jean-Louis Roiseux zegt aan de VRT: "Het is bijna zeker dat de slachtoffers in een veilige zone stonden." Let wel: bijna. Een morbide metafoor voor wat nu erg modieus 'participatiedemocratie' wordt genoemd: het volk moet dichter en nog dichter bij de actie worden betrokken – maar wat levert het op? Het volk, betoogt Vitalski, krijgt het juist alsmaar minder voor het zeggen.

Al een halve eeuw lang regent het biografieën van The Rolling Stones, maar tegengesteld aan overtollig, meer inzichtelijk dan zelfs de recente autobiografie van Keith Richards, is het zopas verschenen Butterfly On A Wheel, dat zich toespitst op de processen tegen Mick en Keith na de politie-inval op hun buitenverblijf in Redlands in 1967. Het verdict, een wel verijdelde gevangenisstraf voor vermoed drugsbezit, het vleesgeworden pars pro toto van een generatieconflict. Waarbij de pers zich genoodzaakt zag om kleur te bekennen. Het rechtse The Sunday Telegraph loofde de veroordeling als een toonbeeld voor de jeugd, News Of The World, dat die politie-inval feitelijk had besteld, kraaide victorie. Maar in de toen gematigde krant Times noemde de dappere lansbreker Rees-Mogg de straf buitenproportioneel en The Observer leunde daar voorzichtig bij aan.

Een krijgsgeschiedenis die doet verlangen naar toen er nog kranten waren van waarachtig progressieve snit. Waarom kijken we in Vlaanderen dan toch nog steeds vanzelf naar De Morgen? Sinds kort is er in onze contreien een kleine Berlusconi actief, die niet alleen televisiekanalen maar ook ganse wielerkoersen opkoopt en naar zijn hand zet: in de jaren zestig zou zo'n fenomeen op zijn minst in de linkse media op een kritische voetnoot zijn gestuit; kind van mei '68 Paul Goossens is bij De Morgen evenwel reeds 20 jaar lang hoofdredacteur af (hem werd ook aangewreven, op de duur door het establishment te zijn gerecupereerd), en huidig waarnemer Yves Desmet besluit alvast, in een opiniestuk over die usurpator, Wouter Vandenhaute: "Voor zo iemand kan je alleen maar bewondering hebben."

Of zouden de nozems van vandaag misschien bescherming vinden bij Hugo Camps, dat andere De Morgen-instituut? In zijn columns neemt hij het wel eens op voor de underdog: CD&V-voorzitster Marianne Thyssen toen die werd gewipt, de groene partij toen die, zopas nog, werd beduveld. Maar twee bladzijden verderop zie je diezelfde Camps, gek genoeg, koketteren met een etentje bij een snob als Graaf Leopold Lippens thuis. In Camps' zopas onder de titel Belgen verzamelde serie interviews is het met een vergrootglas zoeken naar een beetje oppositie, ook tegenover een Leterme of een Verhofstadt. Niét omdat de auteur hier maar de interviewer is, want één iemand krijgt er toch van langs: de arme Stijn Meuris, langs de neus weg een derderangs zanger genoemd. Wat die sneer daar zo geïsoleerd staat te doen, is raadselachtig, al wordt wel duidelijk: hier wordt geschoten op alleen maar de allerkleinste garnaal.

Wie vandaag zijn onvrede wil ventileren, moet zich aansluiten bij de Indignado's, die alle mogelijke motieven op één hoop gooien. Al neemt hun betekenis evenredig toe met het politiegeweld dat ze genereren, voor een heldere, vooruitstrevende discussie is het snakken naar een platform. En toch: toen de schrandere David Van Reybrouck en de steeds goed gecoiffeerde Francesca Vanthielen een halfmiljoen euro wisten te verzamelen om duizend door een onderzoeksbureau als representatief aangeduide burgers met elkaar in gesprek te doen treden over 's lands politieke knelpunten, live volgbaar op de televisie als een uit de hand gelopen volksenquête, was ik niét zo moralistisch te bedenken dat dit geld beter ware uitbesteed aan onze daklozen, maar bad ik wel heimelijk: God, maak dat die twee er, met dat sportieve budget, als een nieuwe Bonnie & Clyde vandoor gaan en niet meer terugkomen! Maar hun plannen werden wel degelijk letterlijk uitgevoerd, in een droge hangar, minder pop-art dan verhoopt, zij het toch van een kid's corner voorzien. Jammer dat Spencer Tunick niet van de partij was om die ijverige wereldburgers alle duizend terloops ook te fotograferen zonder kleren aan.



In ieder politiek debat duiken deze twee modewoorden met overschot het vaakst op: "populisme" en "participatiedemocratie", het kwade en het goede – met een dunne scheidslijn wel. Als iedereen moet kunnen meebesturen, waarom werd het door Papandreou voorgestelde volksreferendum onlangs dan met zoveel agressie afgeknald? Na de Arabische lente, de Westerse herfst. De revolutionaire jaren zestig zijn maar terug in één opzicht: het terzake doen van de versmoorde noodkreet "No Satisfaction!"

Vertel het verder: