Het Konijn van Fukushima

Mensen reageren vaak ellendig op ellendige dingen. Vandaar het fenomeen: 'ongeval door kijkfile'.
Door Vitalski op 14 jun 2011
Tekst
Politiek & samenleving
Literatuur

In deze serie columns gaat Antwerps Nachtburgemeester Vitalski op zoek naar erge dingen en de vreselijke manier waarop daarmee wordt omgesprongen. Vijfde aflevering: na Flipper en Bambi begroeten wij nu Het Konijn van Fukushima. Heeft de realiteit de fictie overbodig gemaakt?

 

Bioloog Midas Dekkers heeft gelijk als hij ons hierop wijst: bij het woord ‘beer’ denken we niet meer aan een wild bosdier maar aan een glimlachend knuffelbeest. Alle dolfijnen zijn tot Flipper verworden, alle hertenjongen tot Bambi. En juist nu Europa door een Boerenkrijg om Spaanse komkommers en Duitse sojascheuten uiteenvalt, juist nu zijn aardappelvelden, voor het eerst sinds Lodewijk XV, worden gemassacreerd door achterdochtig voetvolk, verschijnt daar aan de horizont der ware Elysische vlakten het oorloze Konijn van Fukushima. Eén verschil met Flipper of Bambi: dit knaagdier is écht. En wat het verteert, is ons vermogen tot fictie.

Cineast Robbe De Hert mag in zijn columns een lans breken voor Kung Fu Panda 2, de fantastische film als een genre is er belabberd aan toe. Suggestieve monsters zoals The Creature From The Black Lagoon uit 1954 vind je nergens meer. De recente, zeer platte remake van Clash Of The Titans duidt het failliet aan. Hollywoods meest verdorven moordmachine, Predator, kreeg dit jaar, door de schuld van regisseur Rodriguez, zowaar een katholiek trekje, en de nieuwste X-Mannen, goed voor dé blockbuster van deze zomer, worden als vanouds door een leider gedirigeerd die luistert naar de bij ons alvast absoluut knullig, oubollig klinkende voornaam ‘Xavier’. Nog eventjes en Wonderwoman heet voortaan Mireille of Marie-José.

En wat hebben ze gedaan met de Smurfen? Sommige consumenten willen niet hebben dat ze naar New York zijn verhuisd, maar let wel: hun vader Peyo wist het zelf niet goed; oorspronkelijk, in de albums van Johan en Pirrewiet, wonen de Smurfen in het Onzalige Land, een uitgedroogd kasseienveld; pas in hun eigen albums toeven ze plotseling in het kleurrijke Smurfendorp. Wél faliekant is het zopas verschenen essay van Antoine Bueno, dat aantoont waarom dit blauwe volkje een zuiver stelletje nazi's is. De Grote Smurf is een autocraat, de Brilsmurf een om zijn handicap gediscrimineerde zondebok. Gargamel schijnt gemaakt zoals Goebbels Joden demoniseerde. En zo sluit, naar goeie ouwe Belgische traditie, het oorlogskind Peyo de rangen met de eerder al verbrande Hergé en Vandersteen.

Wij, nazaten van Fukushima, verlegen om harde informatie die ons wordt achtergehouden, wij willen geen fictie meer! In de herfst van zijn carrière was Hugo Claus gestopt met het publiceren van poëzie – gedichten worden niet meer gelezen, verklaarde hij. Postuum wordt dit gevoel bevestigd: Claus' vorig jaar verschenen, grotendeels over poëtica handelende briefwisseling met Vinkenoog bleef onopgemerkt, maar nu, één jaar later, is zijn verzameling zeer feitelijke, autobiografische notities, De wolken, tot zo'n bestseller geworden dat het bijna pijnlijk heet – althans voor een auteur die, in zijn oeuvre, van zijn persoonlijke afwezigheid zijn handelsmerk maakte. Zelfs zijn intussen toch flink afgezaagde romance met Sylvia Kristel wordt, nog maar eens, gretig becommentarieerd, tot in de rechtbank toe.

Gelukkig, hier en daar bestaan er wel nog surrealistische denkers ook. De moralist Bas Heijne, nu in de schijnwerpers met zijn pamflet getiteld Moeten wij van elkaar houden?, beweert in Vrij Nederland dat Geert Wilders maar half zoveel succes zou kennen als hij die mooie, krullende haardos niet had, maar Heijnes interview, waarin effectief om de drie woorden het werkwoord ‘moeten’ voorkomt, leest zo suf als zijn eigen, fantasieloos kalende voorkop, terwijl Wilders toch maar mooi de patenthouder is van het concept ‘tuigdorp’: een perifere nederzetting waar alle schurken in zouden kunnen worden samengedreven. Welke regisseur zou hier géén perfecte, futuristische actiethriller in ruiken?

Voor het scenario van zo'n film zou de anonieme publicist kunnen tekenen die onlangs, via facebook, een splinternieuwe urban legend veroorzaakte met de bedoeling de winkelketen Ikea te bekladden. Volgens dit zelfverzonnen griezelverhaal zou, in een afdeling in de gemeente Wilrijk, een winkelende huismoeder haar peuter uit het oog hebben verloren; meteen zou de politie alle deuren hebben geblokkeerd, om het kind algauw terug te vinden: op de toiletten, met afgeschoren haar en met andere kleren aan. Hoe verzint zo iemand er thuis, gratis, zulke huiveringwekkende details bij? Nog andere scènes kunnen worden uitgewerkt door het kamermeisje dat de ongelukkige Strauss-Kahn aan de galg lulde, een ware missing link tussen de bekentenissen van Monica Lewinsky en de slavenromans van Alice Walker.



En ja: de kracht van fictie toch ook weer aan de grenzen tussen Israël en Palestina, nu al een eeuw lang dé ethische barometer van onze beschaving. ‘Israël moet terug naar zijn grenzen van 1967,’ beweerde, een gong in de kerk gelijk, de historische redenaar Obama, wel zonder deadline. Premier Netanyahu legde de wereld uit waarom zo'n uitspraak grotesk is, al wist de President jong én oud meteen weer gerust te stellen:’Er zijn alleen nog een paar taalkundige onduidelijkheden, die moeten worden uitgeklaard, maar dat zal gebeuren in vriendschap.’ En vervolgens ging hij op reis. Niet naar Jeruzalem maar toch naar Dublin. Misschien voor een bezoek aan het geboortehuis van Samuel Beckett?

 

Vertel het verder: