Interview met Jason Epstein

Op 5 en 6 maart, tijdens het literair festival Mind The Book, komt hij naar Antwerpen: de Espresso Book Machine van de Lage Landen, waarvan het eerste Europese exemplaar al enkele maanden proefdraait in Amsterdam.
Door Tjeerd Bijman op 2 mrt 2011
Nieuws
Literatuur

Biografie Jason Epstein

Jason Epstein (1928) is een Amerikaanse uitgever die in 1952 de paperbackrevolutie startte bij uitgeverij Doubleday. Vanaf 1958 werkte hij veertig jaar lang voor Random House als editorial director. Hij was er verantwoordelijk voor de Vintage paperbacks, een fonds waarin het werk van onder meer Norman Mailer, Vladimir Nabokov, Gore Vidal en Philip Roth verscheen. In 1963 was hij medeoprichter van The New York Review of Books, samen met zijn toenmalige echtgenote, de in 2006 overleden Barbara Epstein. In 1979 initieerde Epstein de Library of America, een non-profit reeks waarin de klassiekers uit de Amerikaanse literatuur worden uitgegeven. Naar het voorbeeld van de beroemde Franse Pleiade-serie verschijnt in deze reeks werk van schrijvers als Edgar Allen Poe, William Faulkner en Mark Twain. In 1999 verscheen van de hand van Epstein het boek "Book Business", waarin hij reflecteert op het boekenvak en vooruitloopt op de in zijn ogen onvermijdelijke veranderingen in deze branche. In 2004 was Epstein mede-oprichter van On Demand Books, het bedrijf achter de Espresso Book Machine.

De Espresso Book Machine in Antwerpen

De Espresso Book Machine komt naar Antwerpen. Op 5 en 6 maart is de boekmachine aan het werk te zien tijdens de eerste editie van het literair festival Mind The Book in deSingel in Antwerpen. Deze EBM is de tweede boekmachine in Europa. De eerste EBM staat sinds november 2010 in het American Book Center, de Amerikaanse boekhandel op het Spui in Amsterdam. Stichter en eigenaar Lynn Kaplanian wist al in 2003 van het bestaan van de eerste boekmachine in St. Louis en Jason Epsteins grote plannen. Antwerpen zou vanaf 23 april 2004 Wereldboekenstad zijn.  Michaël Vandebril en Dorian van der Brempt hebben destijds een van de voorlopers van de huidige machine, toen nog Perfect Book Machine geheten. Maar de perfectie in de naam zat nog niet in de machine en daarom werd het plan afgevoerd om tijdens Antwerpen Wereldboekenstad de machine te tonen. Eind 2010 kwam het bericht uit Amsterdam dat de boekmachine, nu Espresso Book Machine geheten, volledig gebruiksklaar was. deBuren besliste toen dat de presentatie van de EBM en de uitnodiging van Epstein de bijdrage van deBuren zou zijn aan Mind The Book 2011.

Een klassieker terwijl u wacht

Jason Epstein en zijn Espresso Book Machine moeten voor een revolutie in boekenland gaan zorgen.
 
Op 5 en 6 maart, tijdens het literair festival Mind The Book, komt hij naar Antwerpen: de Espresso Book Machine van de Lage Landen, waarvan het eerste Europese exemplaar al enkele maanden proefdraait in Amsterdam.

Op de tweede verdieping van het American Book Center op het Amsterdamse Spui staat sinds november 2010 de eerste boekmachine van Nederland. Net voorbij de afdeling esoterie hoor je met grote regelmaat een machine, op het oog een groot uitgevallen printer, tekeergaan. Bij nadere inspectie bestaat de machine uit een  printer, snijmachine, kaftlijmer en computer met toegang tot een database met miljoenen teksten bevat. Het principe is simpel: binnen een minuut of tien (tijdens welke je een espresso kunt gaan drinken om de hoek) print, snijdt en kaft de machine een paperback naar keuze. Dat kan een zelfgeschreven roman zijn, maar ook een langvergeten 17e eeuws geschrift dat door Google gedigitaliseerd is. De database van de Espresso Book Machine biedt op dit moment toegang tot zo’n 3 miljoen tekstfiles en dat moeten er nog veel meer worden.
 
Jason Epstein is de man die het allemaal zo voorzien heeft. Met zijn bijna zestig jaar ervaring in het boekenvak is hij ervan overtuigd dat deze machine de uitgeverswereld kan gaan veranderen. Dat hij nu 83 is is goed te merken wanneer je met hem door winters Amsterdam schuifelt. Maar zodra hij voor 'zijn' machine staat is van die broosheid weinig meer te merken en breekt de ideeënverkoper weer door die hij altijd geweest is:

"Het eerste idee in deze richting kreeg ik zo'n twintig jaar geleden. Ik zag toen nog een ATM-achtige machine voor me, waaruit je elke klassieker uit de wereldliteratuur zou kunnen laten drukken in een paar minuten. Ik zag ze voor me staan in scholen, ziekenhuizen, cruiseschepen, zelfs in vliegtuigen zou het mogelijk moeten zijn om zo’n machine te exploiteren. Jaren later beschreef ik dat idee in de New York Review of Books en werd toen gebeld door iemand die me vertelde dat zo'n boekenmachine al bestond. In St. Louis stuitte ik op de oerversie van deze machine ter grootte van een stoomlocomotief die evenzogoed binnen een paar minuten een nette paperback uitspuugde. Ik heb toen meteen tegen die uitvinder gezegd: deze machine gaat het uitgeven van boeken totaal transformeren."
 
"Want de digitalisering verandert werkelijk alles. Een machine als deze zet het 500 jaar oude Gutenbergsysteem helemaal op z´n kop. Wat dat betekent? In de eerste plaats reken je af met allerlei kosten die nu in de boekenprijs doorberekend worden: met deze machine heb je geen verzendkosten meer, je hebt geen warenhuizen meer nodig, geen kosten voor het terugsturen en verpulpen van onverkochte boeken, kortom minder vaste locaties en veel minder vaste kosten. De prijs van een boek kan dus uiteindelijk omlaag, en de royalties van auteurs en de winsten van uitgevers kunnen groter worden."

Wat toch wel merkwaardig is aan deze uitvinding, en het moment van lanceren, is dat we nu net de doorbraak van e-readers en ipads meemaken. Willen we nog wel een fysiek boek in handen hebben over enkele jaren?

"Alle teksten ooit geschreven worden langzamerhand gedigitaliseerd. En een lezer heeft vervolgens iets nodig om die digitale teksten mee te lezen. Dat kan een scherm zijn, een e-reader, maar het kan ook een boekmachine zijn. Ik verwacht dat mensen e-readers en ipads vooral zullen gaan gebruiken om de krant te lezen, tijdschriften door te bladeren of Wikipedia te raadplegen. Allemaal teksten die op de dag van uitkomen al verouderd zijn en die tijdelijk zijn, die zijn prima te raadplegen via een scherm. Een van de bestlopende genres op de e-reader is softcore porno voor vrouwen. It’s less embarassing that way.
Maar daarnaast zijn er teksten die je wel degelijk als boek wilt hebben, die je juist wel wilt tonen, die je in de kast wilt zetten, waar je op terug wilt komen. En daarvoor kun je de boekmachine gebruiken. Wat mij betreft lopen die ontwikkelingen naast elkaar en spreken ze elkaar niet tegen. De analogie met muziek, waarbij niemand meer om de drager maalt, gaat wat mij betreft niet op. Niemand koopt nog cd’s, maar dat is ook omdat muziek van nature immaterieel is. Een boek wil je vasthouden en tonen.”

Waarom blijft u toch zo vastklampen aan het boek?


"Omdat ik een grote liefde voor het fysieke boek heb, maar ook omdat ik een gevaar zie bij e-books. Amazon verwijderde  in 2009 zonder waarschuwing het boek 1984 van Orwell van de Kindle e-reader van klanten omdat ze toch niet de rechten bleken te hebben om het boek te verkopen. Op afstand, terwijl mensen al betaald hadden! Elektronische opslag van informatie is fragiel, en het kan eenvoudig misbruikt worden. Wat nu als je alle boeken van de wereld op 1 schijf of in 1 systeem hebt? Dan wordt het voor regimes of bedrijven wel erg aantrekkelijk om met een druk op de knop informatie te verwijderen of te veranderen. Een fysiek boek is ook een buffer tegen dat soort misbruik. Ik moet er niet aan denken, het einde van het fysieke boek, dat zou het einde van iets heel belangrijks zijn. Boeken vormen de link tussen het heden en verleden, ze bevatten de complete beschaving."

Hoe wordt de machine gebruikt? Willen mensen inderdaad vooral klassiekers uit de wereldliteratuur printen?


 "Dat gebeurt wel, maar verreweg de meeste mensen gebruiken de machine voor publicatie van eigen werk. Amateurschrijvers blijken een belangrijke doelgroep, de mensen die hun levensverhaal in handen willen hebben. Dat dat zo’n groot deel van de markt zou zijn heeft me wel verbaasd.  Tja, en daar zal genoeg troep bijzitten, maar kwaad kan het natuurlijk niet. En soms is er misschien echt een getalenteerde schrijver die op die manier zijn boek voor het eerst verspreidt."

Maar stelt u zich voor: de jonge Kafka van de 21e eeuw loopt met zijn eerste roman het American Book Center in, print z’n boek, en dan? Hoe wordt zijn briljante werk bekend? Heeft hij geen uitgeverij nodig om zijn werk te verspreiden?
 
"Het zijn niet de minste schrijvers geweest die het op deze manier gedaan hebben. Neem Walt Whitman, die publiceerde Leaves of Grass in eigen beheer en James Joyce zijn Ulysses in Parijs. Hoe bepaalden we voordat er kranten of uitgeverijen waren dat Shakespeare een belangrijke schrijver was? Ik heb nooit gedacht dat je mensen een boek kunt laten lezen dat ze niet willen lezen, hoeveel geld je er ook tegenaan gooit.  Goede boeken verdwijnen niet, mensen vinden die boeken, lezen ze en bevelen ze elkaar aan. Wat goed is, komt bovendrijven. Word of mouth is hoe boeken verkocht worden, marketingafdelingen van uitgeverijen spelen daar nauwelijks een rol in."
 
"Die mond-tot-mond-reclame is veel belangrijker dan veel mensen denken. Hoe wordt een boek als Lolita van Vladimir Nabokov groot? Ik was in 1958 op bezoek bij Edmund Wilson in Cape Cod, en bij het vertrek stopte hij me twee zwarte bandjes toe. “Dit moet je lezen, het is geschreven door een vriend, Nabokov, en het is afschuwelijk.” Het waren twee naamloze bandjes, want Nabokov wilde niet dat iemand wist van wie het kwam. Ik mocht ook op de uitgeverij niet vertellen wie het geschreven had. Niemand had toen nog van Lolita gehoord, en bijna niemand van Nabokov. Ik maakte destijds het tijdschrift The Anchor Review, en heb toen zo´n beetje de helft van het boek daarin afgedrukt. De oplage van het blad daarvan was te verwaarlozen, 15.000 stuks of daaromtrent. Maar voor je het wist praatte de hele wereld over het boek. Het is voor mij altijd een raadsel geweest, hoe ik de ene dag met het manuscript in handen sta waar een week later letterlijk iedereen over praat. Maar zo gaat het en zo zal het gaan, en dat kun je niet stoppen."
 
U praat met veel nostalgie over de jaren vijftig. Was dat wat u betreft een gouden tijdperk voor de uitgeverij?

"Het was het einde van een gouden tijdperk. Toen ik begon bij uitgeverij Random House in 1958 kon je de hele staf in een kamertje van vier bij vier kwijt. We waren met acht redacteuren en we hadden geen managementlaag. We vergaderden nooit want daar hadden we een hekel aan. We waren heel principiële niet-vergaderaars. De schrijvers vielen er met de deur in huis, je vond ze soms ´s ochtends slapend in je kantoor. We kwamen op voor onze schrijvers en de boeken waar we in geloofden. We waren goed, en we wisten wat we deden. We maakten winst maar dat was niet het doel. En omdat alles klopte werden we de meest succesvolle uitgeverij van de Verenigde Staten."
 
"Maar Random House werd opgekocht en weer doorverkocht, net als zoveel andere uitgeverijen, die uiteindelijk in enorme concerns zijn terechtgekomen, die steeds bedrijfsmatiger zijn gaan denken.  De marktkrachten zorgden ervoor dat uitgeverijen steeds groter werden, steeds minder onafhankelijk, steeds meer management en marketingmensen kregen en steeds meer gingen concentreren op de bestsellers. Random House heeft nu 2200 werknemers en zetelt in een enorme glazen toren op Manhattan. Een schrijver komt er zonder bezoekerspasje niet meer binnen. Die bedrijfsmatige aanpak staat voor mij recht tegenover de essentie van ons vak: goede boeken herkennen en doorgeven aan het publiek."

Maar in de jaren vijftig was u toch ook afhankelijk van bestsellers? Hebt u nooit troep uitgebracht waar u niet in geloofde?


"Toch niet zoveel, we hadden wel een paar bestsellerauteurs, en we hebben een keer iets van Ayn Rand uitgebracht, maar daar kregen we zoveel spijt van dat we dat nooit meer hebben gedaan. Een vreselijk mens was dat. Maar er was ook veel minder sprake van een bestsellercultuur. Je had overal nog boekhandels zoals hier op het Spui in Amsterdam en elders in Europa, ruim gesorteerde winkels met kundig personeel met liefde voor het gedrukte woord, die soms wel 100.000 titels op voorraad hadden.

Door de trek van de middenklasse naar de voorsteden zijn die goede boekhandels in de stad bijna helemaal verdwenen. Daarvoor in de plaats kwamen Barnes & Nobles achtige ketens, die dezelfde rente moesten betalen als de buurman en het businessplan leenden van MacDonald´s. Boeken werden hamburgers en de nadruk kwam dus volledig op de bestsellers te liggen. Voorraad en de backlist van wereldliteratuur werd steeds minder belangrijk. Als je nu bij een filiaal van Barnes & Nobles komt en vraagt naar het werk van Gustave Flaubert, heb je goede kans dat ze niet weten waar je het over hebt. Ik heb altijd gehamerd op het belang van de backlist, boeken die ouder dan een paar jaar zijn, maar wel de moeite waard. Die vind je niet meer tussen de stapels bestsellers, maar door de boekmachine kun je die titels dus weer in no time in handen hebben. Out of print bestaat niet meer."

Schetst u eens een beeld van hoe de toekomst er met de boekmachine uit kan zien?


"De essentie van het uitgeven, zoals wij bij elkaar zaten bij Random House in 1958,  komt met de boekmachine weer terug. Zes of zeven mensen, die zich met forelvissen, ballet,  een duister filologisch onderwerp of met literaire teksten bezighouden, kunnen zich verzamelen. Dat hoeft niet eens fysiek, ze kunnen online met elkaar verbonden zijn. Maar ze kunnen samen boeken maken, die tegen minimale kosten in de catalogus plaatsen, en zo iedereen die geïnteresseerd is, kennis laten nemen van hun boek. Natuurlijk kun je daarnaast best nog een hardcover boek maken en dat in een van de overgebleven boekhandels neerzetten, maar waarschijnlijk zijn er over een paar jaar weinig boekhandels meer over. Internetverkoop neemt dat toch voor een belangrijk deel over."

"Internet en de print-on-demand-cultuur, die nu ook weer beslissend is in het succes van de Espresso Book Machine, heeft in Amerika de infrastructuur voor dit toekomstbeeld eigenlijk al neergelegd. Je kunt je ISBN nummer al online aanvragen, je kaftontwerp makkelijk maken, enzovoort."

Als ik het werk van hedendaagse schrijvers als Roth of Franzen in de catalogus zoek krijg ik een hoop rommel maar geen titels van de meester zelf. Hoe zit het nou precies met die database?

"De boekmachine en de database erachter zijn pionierstechnologie, die uiteindelijk heel belangrijk kan worden. Op dit moment zitten er zo’n 2,8 miljoen titels in de database. Mijn eerste visie was: elk boek ooit geschreven in elke taal zou overal beschikbaar moeten zijn. Dus er moeten nog miljoenen boeken bijkomen, bijvoorbeeld van de Library of Congress waar we nu mee in gesprek zijn. En ook copyrightregels moeten anders geregeld worden, want met een machine als deze heeft het weinig zin om de rechten per land te regelen. Daarnaast zal de machine uiteindelijk nog een stuk goedkoper moeten worden, om echt te kunnen doorbreken. Het klopt dat er van veel hedendaagse schrijvers nog geen werk printbaar is via de Espresso Book Machine. Dat zal in de toekomst beter moeten. Want uiteindelijk willen we veel meer recente boeken in de catalogus hebben, en dat zal ook gebeuren, want uitgevers willen uiteindelijk toch gewoon hun boeken verkopen. Nu zijn ze nog huiverig, maar als over vijf jaar Barnes & Nobles uit het straatbeeld is verdwenen, zullen ze vanzelf een keer gaan meewerken. Ze moeten tenslotte toch hun boeken verkopen."

"De uitgeverij is een conservatieve business. En technologische vernieuwing komt vaak uit onverwachte hoek. De monniken in hun kloosters hebben niet de boekdrukpers uitgevonden, paardenfokkers kwamen niet met de eerste auto en de muziekindustrie niet met de Ipod of Itunes. Eind jaren tachtig heb ik al het plan gehad om een grote catalogus samen met alle uitgevers aan te leggen waarin enorme hoeveelheden boeken samengebracht zouden zijn. De uitgevers wilden er niet aan, en uiteindelijk is nu Amazon de allergrootste en worden de uitgevers erdoor bedreigd. Een ontzettende gemiste kans."

 

 

Dit interview verscheen ook in Knack op 2 maart 2011.

Vertel het verder: