Pakistan: 'Een wereld zonder sultan of slaaf'

De komende zes maanden trekken Gie Goris, hoofdredacteur van MO*, en Brecht Goris, zijn zoon fotograaf, door Pakistan en de buurlanden.
Door Gie Goris op 16 feb 2011
Tekst
Politiek & samenleving
Filosofie & religie

Naar aanleiding van die reis zullen er bij deBuren een aantal debatten worden georganiseerd. Gie stuurt ondertussen zijn indrukken vanuit Pakistan. In het najaar wordt er in de Beursschouwburg een tentoonstelling georganiseerd met de foto’s van Brecht Goris.

 

Gie Goris, hoofdredacteur van MO*, neemt zes maanden sabbat om te werken aan boek over de brandende bergen in Zuid-Azië. Op reis in de regio houdt hij voor deBuren een blog bij. Een eerste aflevering, vanuit Islamabad. Over poëzie, geloof en Machiavelli.

Een andere wereld is mogelijk, schreef Muhammad Iqbal, de geestelijke vader van Pakistan, in 1932. In het gedicht Perzischtalige gedicht Javid Namah omschrijft hij die mogelijkheid als ‘een wereld zonder onderscheid van bloed en kleur, / Waar de avond helderder is / Dan de ochtend in het Westen; / Een wereld die gezuiverd is van sultan en van slaaf, / Grenzenloos als het hart van een gelovige.’

 

Dat Iqbal de ochtend situeert in het Westen heeft niet te maken met zijn gebrek aan natuurkennis, maar met historische machtsverhoudingen: met het Britse Rijk op het toppunt van zijn macht, leek alles mooier, nieuwer en belangrijker als het van het Westen kwam. Niet waar, vond Iqbal. Het alternatief is een wereld die we kennen, maar vergeten zijn. ‘Een eeuwige wereld, maar waarin de gebeurtenissen altijd nieuw zijn.’ Iqbal was er helemaal van overtuigd dat rechtvaardigheid, broederlijkheid en geluk mogelijk waren als moslims zich zouden ontdoen van buitenlandse overheersing en externe invloeden. Voor hem betekende dat onder andere dat er uit het Britse Rijk een aparte staat voor moslims gesneden moest worden. In die staat ben ik nu. Pakistan.

Rode vlekken op wit marmer


Ik lees de gedichten van Iqbal op het witte marmer van de Data Darbar in Lahore, Iqbal’s stad. Data Darbar is een heilige plek want de stoffelijke resten van Data Ganj Bakhsh -een elfde eeuwse mysticus uit Afghanistan- worden hier bewaard. Dat trekt veel gelovigen aan die voorspraak zoeken in den hoge om vruchtbaarheid, welvaart of gewoon rust te vinden in hun ondermaanse levens. Er is betrekkelijk weinig volk op de dinsdagmiddag dat we het schrijn bezoeken. Dat was anders op donderdagavond 1 juli 2010, want op de vooravond van het vrijdaggebed is het altijd superdruk in Data Darbar. In de duisternis en de drukte liepen toen plots twee jongemannen het binnenplein op en detoneerden hun explosievengordel. Resultaat: 44 doden en tientallen gewonden. Het bloed is weggewassen, de schade is hersteld. Maar de wonde blijft.
Alleen al de Data Darbar binnengeraken met een rugzakje (waarin een notitieboekje en een opnametoestel) of -erger nog- met een fototoestel, was een krachttoer. Van de eerste ingang werden we naar de controlepost gestuurd, die ons doorverwees naar Gate 4, waar we meegenomen werden naar de secretaris van de manager van het schrijn, die ten slotte zelf zijn toestemming gaf. Twee jaar geleden wandelde ik nog ongehinderd het heiligdom binnen.


De zelfmoordactie van begin juli was een aanslag op de volksreligiositeit van een meerderheid van de Pakistanen. En er is geen tekort aan groepen die vinden dat mystiek, verering van heiligen, religieuze muziek en andere vormen van religieuze cultuur uitgebannen moeten worden. Die organisaties drukken hun puristische overtuigingen niet noodzakelijk uit in dodelijke zelfmoordacties, maar ze zijn er ook niet per se afkerig van. In elk geval blazen ze het poëtische geloof en de religieuze utopie van Muhammed Iqbal op.

Machavelli voor moslims


Pakistan is geen islamitische staat, maar een natie voor moslims -waar christenen, sikhs, hindoes en andere minderheden grondwettelijk beschermd worden. Zo wou Muhammed Iqbal het en zo staat dat op papier. In kranten en theehuizen woedt een hevig debat over dat uitgangsprincipe. In een versie van dat debat stelt men de vraag in hoeverre de mooie principes in de praktijk waargemaakt worden. Antwoord: veel te weinig, en vooral: steeds minder.

 

In de andere versie luidt de vraag: tot hoe ver moet de bescherming van minderheden gaan? Antwoord: niet over de lijn van respect voor onze godsdienst, en die lijn trekken wij zelf. Dat dubbele debat werd de voorbije maanden toegespitst op de wet tegen godslastering, met het concrete geval van een christelijke vrouw die ter dood veroordeeld werd als focus, en met de moord op de Punjaabse gouverneur Saleem Taseer als uiteindelijke consequentie. In gesprekken die ik de voorbije dagen in Islamabad had met een paar journalisten en onderzoekers van verschillende kleur en strekking, onthou ik vooral dat de meer dan twintig kogels van Mumtaz Qadri niet alleen Salman Taseer doodden, maar ook de vrijheid van de seculiere middenklasse.

 

Auteur Mohsin Hamid, van De val van een fundamentalist, omschreef dat als het Iraanse scenario voor de Pakistaanse toekomst: ‘De mollahs en maulana’s krijgen steeds meer greep op het openbare en politieke leven van Pakistan. Als ze ooit echt de macht in handen krijgen, zal de middenklasse haar rolluiken neerlaten en haar leven leiden achter gesloten deuren. Op straat zal heerst dan de ijzeren wet van een puristische, orthodoxe islam. Binnenshuis proberen mensen hun menselijkheid te ontwikkelen en de beperkingen te compenseren.’ Hamid gelooft niet dat het ooit zo ver zal komen. Anderen vrezen dat de realiteit hem nu al ongelijk geeft.

 

In elk geval heeft premier Gilani gisteren nogmaals herhaald dat er zeker niets in huis komt van eender welke wijziging aan de wet op godslastering. En de uitgesproken volksvertegenwoordigster Sherry Rehman, die een wetvoorstel voor wijziging had ingediend, heeft laten weten dat ze zich daarbij neerlegt. Niet over de lijn van respect voor onze godsdienst, en die lijn trekken de luid schreeuwende vertegenwoordigers van de orthodoxie zelf, want het levert politiek kapitaal op. Hopen zij. Vrezen anderen.



Het journalistieke project van Gie Goris komt tot stand met steun van MO* en het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek. Het fotografieproject van Brecht Goris krijgt de steun van deBuren, de Beursschouwburg en de Warande (Turnhout).

Vertel het verder: