"We don't do God"

Dat zei spindoctor Alistair Campbell op een vraag van een journalist naar het christelijke geloof van toenmalig Brits Premier Tony Blair. Religie is steeds meer aanwezig in de Europese politiek, aldus Sophie in 't Veld (EP). Hoog tijd de seculiere aard van het Europese project te onderstrepen: Europe doesn’t do God. (Opiniestuk n.a.v. debat 'De religieuze lobby in Europa' op DI 01.02)
Door Sophie in 't Veld op 1 feb 2011
Tekst
Politiek & samenleving
Filosofie & religie
Sophie in 't Veld

Opiniestuk n.a.v. debat 'De religieuze lobby in Europa'. (dinsdag 1 februari 2011, Beursschouwburg)

 

"We don't do God". Dat zei spindoctor Alistair Campbell op een vraag van een journalist naar het christelijke geloof van toenmalig Brits Premier Tony Blair.

De vraag naar de rol van religie in de Europese politiek is hoog actueel.

Met het ontstaan van de natiestaten werd de scheiding tussen kerk en staat een feit, en in de jaren zestig hebben we ons definitief bevrijd van de verstikkende bemoeizucht van de kerk. Sindsdien leven we in een moderne, seculiere samenleving, waar religie een strikt particuliere aangelegenheid is. Kwestie gesloten. Of toch niet?

Vrijheid van godsdienst is één van de kernvrijheden van onze democratie. In vroeger eeuwen werden mensen automatisch geacht de religie van de heerser van het moment aan te hangen, en velen werden vervolgd om hun geloof. Dat is gelukkig niet meer het geval. Een strikte scheiding van kerk en staat is een absolute voorwaarde voor daadwerkelijke godsdienstvrijheid.

Europa wordt meestal beschouwd als het meest geseculariseerde continent ter wereld.  Maar in weinig EU Lidstaten is er een volkomen scheiding tussen kerk en staat. De oude verstrengeling van kerkelijk en wereldlijk gezag is in veel landen tot op heden nog voelbaar. In Groot Brittannië is het staatshoofd tevens hoofd van de kerk en hebben prelaten zitting in het Parlement. Finland en Denemarken hebben nog een staatsgodsdienst, in Griekenland voerde tot voor kort de Orthodoxe kerk de burgerlijke stand. Kerken hebben overal een ferme grip op het onderwijs, de zorg- en medische sector, en de media. Kerken hebben formele en informele uitzonderingsposities in de wet, die soms worden misbruikt voor het weigeren van publieke diensten als abortus of homohuwelijk, of om zich te onttrekken aan het wereldlijk gezag in het geval van kindermisbruik.

Europeanen staan weliswaar wantrouwend tegenover politieke leiders die al te publiekelijk gelovig zijn (terwijl ironisch genoeg in de VS een atheïstische President vrijwel ondenkbaar is), maar toch hebben kerken een grotere invloed op de politiek dan veel mensen zich realiseren. Het Vaticaan heeft een speciale positie, door de sterk gecentraliseerde organisatie, en door de status van land.

Ook binnen de EU instellingen neemt de politieke invloed van religies toe, hoewel  de EU als volstrekt seculier project is opgezet. In het Verdrag van Lissabon is Artikel 17 opgenomen over de dialoog van de EU instellingen met kerken. Dit wordt aangegrepen voor een jaarlijkse “Top” van religieuze leiders met de leiders van de EU instellingen. Seculiere organisaties worden grotendeels genegeerd. Commissievoorzitter Barroso en Raadsvoorzitter Van Rompuy  hebben speciale topambtenaren in dienst voor relaties met kerken. De EU heeft officiële diplomatieke betrekkingen met het Vaticaan. De Katholieke Conferentie van Bisschoppen is één van de machtigste lobby-organisaties in Brussel.


Ook andere religies hebben vertegenwoordigers in Brussel, maar zij zijn minder invloedrijk dan de RK Kerk. Hun gezamenlijke invloed kan echter niet worden onderschat. Daarnaast hebben religies ook via de kansel invloed, zonodig door te dreigen met excommunicatie als politici standpunten innemen die niet stroken met de officiële doctrine. Religie is steeds meer aanwezig in de Europese politiek. Het gaat dan vooral om uiterst conservatieve krachten, want seculiere bewegingen en progressieve religieuze lobbies worden nauwelijks gehoord. Er ontstaat een Europese pendant van de “Religious Right” in de Verenigde Staten.

De thema’s zijn in essentie dezelfde als in de nationale discussies in de afgelopen decennia. De “clash” tussen godsdienstige voorschriften en seculiere wetten doet zich vrij éénzijdig voor op het terrein van familierecht, seksualiteit en voortplanting. Er zijn zelden fundamentele conflicten over, zeg, transportbeleid of industriebeleid. Het gaat over vrouwenrechten, homorechten, en reproductieve rechten en gezondheidszorg (als anti-conceptie, abortus, condooms, IVF). Ook vrijheid van meningsuiting is een thema, meestal in de vorm van wetten tegen godslastering. Godsdienstvrijheid wordt vaak opgevat als collectief recht van een religie om zich te onttrekken aan de wet, in het bijzonder de Europese Grondrechten.

De religieuze lobbies ageren bijvoorbeeld fel tegen de brede Europese anti-discriminatierichtlijn die in de maak is. Onder intense druk van religieuze lobbies durfde de Europese Commissie het aanvankelijk niet aan een richtlijn op tafel te leggen waarmee discriminatie van homo’s kan worden bestreden. Met een beroep op godsdienstvrijheid bedingen de lobbies uitzonderingen op het discriminatieverbod, o.a. voor het discrimineren van homo’s, of voor het recht van confessionele scholen om te discrimineren. Daarmee worden discriminatoire praktijken feitelijk in steen gebeiteld, terwijl  het gelijkheidbeginsel nu juist één van de pijlers van de Europese éénwording is.


De Europese Commissie durft nauwelijks op te treden als Lidstaten met beroep op godsdienstvrijheid de EU grondrechten met voeten treden. Bijvoorbeeld in het geval van Litouwen, waar een wet is aangenomen die “promotie van homoseksualiteit” verbiedt, waardoor Holebi mensen effectief onzichtbaar worden. Ook de huidige omstreden Hongaarse mediawet bevat zo’n paragraaf, die stelt dat de media respect moeten tonen voor het huwelijk en het instituut familie, waarbij de regering grondwettelijk wil vastleggen dat huwelijk uitsluitend tussen man en vrouw is. De nieuwe Hongaarse toezichthouder voor de media heeft uitingen van homoseksualiteit al gekwalificeerd als strijdig met die normen, en dus potentieel strafbaar onder de nieuwe wet. Dergelijke discriminatie is evident in strijd met het discriminatieverbod in de EU Verdragen.

Bij asiel- en immigratiewetgeving ijveren religieuze lobbies voor een conservatieve definitie van “gezin” ten behoeve van “gezinshereniging”, of tegen het erkennen van homoseksualiteit als grond voor een asielverzoek.

Ook de strijd tegen HIV/Aids of het terugdringen van kraamvrouwensterfte vormen het doelwit van religieuze lobbies, die pogen om hun eigen seksuele moraal op te leggen, zoals een condoomverbod.

Dit is misbruik van godsdienstvrijheid. Vrijheid van godsdienst was bedoeld om het individu te beschermen tegen onderdrukking en dwang van het regime. Religies bepalen niet waar de grenzen van de grondrechten liggen. De EU grondrechten krijgen momenteel steeds meer hun beslag in wetgeving. Het is onaanvaardbaar als die wetgeving éénzijdig wordt gevormd naar een streng religieuze moraal. Het wordt hoog tijd de seculiere aard van het Europese project te onderstrepen. Europe doesn’t do God.
Misschien wordt het tijd om “vrijheid van godsdienst” te vervangen door vrijheid van levensbeschouwing of geweten, een individueel recht waar 500 miljoen Europeanen in al hun diversiteit aanspraak op kunnen maken.

Dit artikel verscheen ook in De Morgen van 31/1/2011



Sophie in 't Veld, Nederlands Europarlementslid voor D66 (ALDE). Ze is tevens voorzitter van de EPPSP (European Parliamentary Platform for Secularism in Politics), het platform voor secularisme in de politiek. Sophie in ’t Veld, Paul Cliteur en Rik Torfs gaan op dinsdagavond 1 februari in discussie over de religieuze lobby in de Europese politiek.
>> Lees meer over het debat

Vertel het verder: