Botsneus

Als kind van vijf hebben we - één keer - een kleine botsing meegemaakt. In Italië was dat. In een Fiat 500. Een tante reed verstrooid een parkeerplek uit en knal: een auto in haar gat. Broertje en ik werden lichtjes naar voor gekatapulteerd. Bloedneuzen.
Lees/luister/kijk
Grenskijker
Door Astrid Wittebolle

Als kind van vijf hebben we - één keer - een kleine botsing meegemaakt. In Italië was dat. In een Fiat 500. Een tante reed verstrooid een parkeerplek uit en knal: een auto in haar gat. Broertje en ik werden lichtjes naar voor gekatapulteerd. Bloedneuzen. Van een whiplash had toen nog niemand gehoord. We denken er aan terug, vandaag. Met dat dodelijke treinongeluk in Buizingen in het achterhoofd. In niets is het met elkaar te vergelijken, maar wat we ons herinneren van onze minimalistische pech, is dat de omstaanders ons deden schreeuwen. Niet de botsing zelf. Goedmenende Italiaanse handen sleurden ons uit dat kleine wagentje alsof we aan de dood waren ontsnapt. Jezus en de maagd Maria werden erbij geroepen. Er werd veel te hard over onze haren gestreeld. Nog snikkend en in kleermakerszit prutsten we met onze vingertjes in de gaatjes van de travertijnen stoep. We moesten wachten. Op de politie. Al wie niet op die trein zat vanmorgen wacht ook. Op nieuws. Een menselijke fout is niet uitgesloten. Rood licht genegeerd? En de ene locomotief zou geen botsneus hebben gehad. Het verandert niets aan wat gebeurd is. Het hoe en het waarom. Het plaatst ons veilig op de stoep. Onder voorbehoud.

Vertel het verder: