De zwevende dag

Binnenkort elke zondagmiddag op de VRT: DE ZWEVENDE DAG. Een nieuw programma dat goesting doet krijgen in kunst en cultuur, onder toezicht van President Jef Lambrecht. Gegarandeerd zonder één gastropopulistische tussenkomst.
Lees/luister/kijk
Door Dorian van der Brempt

Dames en heren,

het is een privilege en een eer om in uw midden te zijn. Elk moment waarop gesproken en geluisterd wordt, is vandaag uitzonderlijk en kan misschien zelfs leiden tot meer uitzicht op inzicht. Ik dank de organisatoren van dit eerbiedwaardig instituut om mij deze kans te geven. Ik zal gebruik maken van de gelegenheid om dingen te zeggen die mij nauw aan het hart liggen. Ik zal slechts in beperkte mate misbruik maken van dit moment om hetzelfde te doen.

Vooraf moet ik u waarschuwen. Ik ben een gewone jongen uit een kleine stad aan de Stroom. Ik heb geen enkele studie afgemaakt, maar met veel goesting en enthousiasme de gekste beroepen uitgeoefend. Twaalf stielen en dertien gelukken. Ik ben een ervaringsdeskundige in dilettantisme, en ik geef dit toe.  Ik zal dus niet verwijzen naar Deleuze, Foucault en Lacan, ik zal Derrida niet citeren en Barthes niet interpreteren (ik bedoel Roland Barthes, niet Bart Debaere, maar dat had u begrepen).

Ik wil u gewoon meedelen waar mijn bewondering en verwondering voorlopig toe hebben geleid. Ik zeg wel voorlopig want mijn grootouders werden gemiddeld 4 jaar ouder dan hun ouders en mijn ouders werden gemiddeld tien jaar ouder dan hun ouders. Als ik deze lijn doortrek moet ik, mits juist getimede verbouwingen, honderd worden. Vandaag ben ik dus helemaal nog niet aan definitieve conclusies toe. Noem dit een tussenstand van kunstzaken gezien vanuit een aandachtige hoek waar droom en daad, wens en realiteit steeds met elkaar in een gesprek zijn.

Mijn verhaal bestaat uit twee delen. Ik wil het eerst hebben over de STAD en haar rol in een toekomstig cultuur- en kunstenbeleid. Dan zal ik het hebben over DE ZWEVENDE DAG, een nieuw wekelijks cultuurprogramma van de Vlaamse Openbare Omroep waar het nieuw management straks mee uitpakt.


1. De stad

Ik kan er niet aan doen: ik hou van de stad. Van deze stad, van steden in het algemeen en van sommige steden in het bijzonder. De reden hiervoor is waarschijnlijk dat ik zeer geboeid ben door mensen en dat steden prachtige  concentraties zijn. Zelfs als ze stinkt, lelijk wordt en aftakelt, zelfs als haar huid verdroogt en haar stem schor wordt, blijf ik van de stad houden. Bossen, hei, berg en dal zijn noodzakelijk voor allerlei biologische en fysiologische processen, maar de stad is voor mij essentieel. Als ik in de parken van Parijs, Brussel of Berlijn loop dan ben ik volmaakt gelukkig want op deze plaatsen vind ik the best of both worlds.

Op mijn veertiende ontdek ik het Middelheim Park en loop er door bekend terrein. Ik kan een kastanje van een eik onderscheiden, maar heb vooral een eigen parcours, een beeldenwandeling die loopt van de 'Koning en Koningin' van Moore naar Balzac en 'Bronzen Tijdperk' van Rodin tot aan 'De Rivier' van Maillol. In het Middelheim verklaart Maillol mij de sensualiteit van de volslanke vrouw. Dan loop ik verder via de 'Eindeloze Kronkel' van Max Bill, 'de Kardinaal' van Manzù en 'de Profeet' van Gargallo om te eindigen bij de beer van Pompon en nog even te knipogen naar Rick Wouters' 'Het Zotte Geweld'.

De wandeling langs de beelden en de bomen heeft nog altijd een magische dimensie. Toen Patrick De Spiegelaere een paar jaar geleden een foto voor de Tijd moest maken, wandelden we samen van Boek.be naar het Middelheimpark. Ik wilde een foto met 'Twee zwangere vrouwen' van Leplae. Een week na de publicatie van de foto met de twee hoogzwangere vrouwen vernam ik dat Lot ook zwanger was: ik zou grootvader worden. Natuur, cultuur en stad, altijd en immer een noodzakelijk toeval.

Maar nu terzake.

Voor kunstenaars en kunst is er goed nieuws. De wereld, ook de kunstwereld is nu globaal. Dat betekent in theorie dat kunstenaars van ‘hier’ overal welkom zijn en dat onze kunst de wereld kan bereiken. Dezelfde boodschap is ook slecht nieuws want betekent dat werk van daar, van ginder en van verder, niet alleen van de Nederlandse, Franse en Spaanse collega’s maar ook van... Chinese, Indische en talrijke Braziliaanse kunstenaars, dat al deze kunst ook hier aandacht zal vragen van de publieke plaatsen en van onze kunstmarkt om tenslotte ook een plaats in ons hart te veroveren. De concurrentie zal, zoals in alle andere culturele of economische sectoren, groter worden en de competitie harder.

Een tweede vaststelling is dat kunst en kunstenaars vandaag nog dikwijls natiegebonden zijn. Maar houdt dit nog steek? Klopt dat? Als Ultima Vez in Barcelona een blinde Marokkaanse Brusselaar op het podium zet, die begeleid door Engelse strijkers een Duits lied zingt, dan staat ’s anderendaags in de krant dat het goed gaat met… de Vlaamse Dans. Wim Vandekeybus is geen Vlaamse choreograaf en Luc Tuymans is ook geen Vlaamse schilder. Beiden wonen en werken in dit land. Hun oeuvre reist en is gemaakt om elke gezonde nieuwsgierigheid te bevredigen, waar ook ter wereld. Kunst is altijd ergens ontstaan en gemaakt, de meeste kunstwerken op één plaats, maar steeds minder kunstwerken behoren tot één plaats. Vandaag heeft de mobiliteit van de kunstenaar en van het werk kunst losgemaakt van de nationaliteit van haar maker terwijl haar maker ook niet echt meer tot één plaats behoort.

Nam June Paik is in Korea geboren maar zijn werk is vooral in New York ontstaan. Frankfurt is de plaats waar de Amerikaanse choreograaf William Forsythe zijn gezelschap kon laten groeien en bloeien en zijn danstaal schrijven. De in Cuba geboren Gordon Matta Clark heeft zijn belangrijkste periode waarschijnlijk in deze stad gekend. Almodóvar schrijft universele filmtaal met een Spaans vocabularium dat waarin Pina Bausch uit Wuppertal een heerlijke verschijning doet.

Als we al van ergens zouden komen, dan moet dat van een stad zijn. Ik gebruik niet graag het woord ‘identiteit’ omdat ik het woord de laatste vijf jaar zoveel hoorde misbruiken. Het is een zoveelste containerbegrip geworden en het heeft ons ook gezond doen twijfelen aan onze gehorigheid. Ik ben een niet-vegetarische heteroman met vrouw en nageslacht. Ik leef in deze stad, maar of ik mij nu ook Antwerpenaar, Vlaming, Belg en Europeaan voel, dat weet ik niet. Vooral dat Europeaan voelen vind ik moeilijk. Toen een Chinese dame mij onlangs in Amsterdam vroeg waarom wij ons niet meer Europeanen voelden in Nederland en België, heb ik haar gevraagd of zij zich eerst Aziatische en dan Chinese voelde. Zelfs immigratieminister Besson heeft moeten vaststellen dat de Franse Identiteit niet meer zo helder definieerbaar was. Als de Fransen het niet meer kunnen, dan wordt het zeer lastig voor vele anderen.

Toen de Chinese dame mij even later het enorme verschil tussen Bejing en Shanghai begon uit te leggen, hadden we opnieuw een gesprek. Vrij snel waren wij het eens. Steden zijn onze ankerpunten zowel in het gigantische China als in België of Nederland. Dit geldt ook voor de Verenigde Staten of voor Zuid-Amerika. Mensen noemen graag een stad als je naar hun origine vraagt. De Amerikanen voegen daar nog een staat bij, maar dat is omdat elke stadsnaam een paar keer voorkomt.

Staten hebben iets artificieels. Staten zijn dikwijls door verdragen ontstaan, na een oorlog of een conflict of na een uit de hand gelopen ruzie. Staten kunnen ook ludieke constructies zijn. Je kan Monaco, Liechtenstein of San Marino toch niet au sérieux nemen. Andorra is ook een leuke plek waar twee prinsen, een zekere Sarkozy en de paus regeren. Ook Zwitserland is als kunstenaar moeilijk te aanvaarden als ‘identiteitsverschaffer’. Wij buigen nederig het hoofd voor de excellente kunstbeurzen van Basel en Zurich en voor enkele verzamelaars die belangrijk waren of zijn, maar een land waar zo lang getwijfeld werd om vrouwen stemrecht te geven en waar onlangs de burger in lederhosen minaretten heeft weggestemd, met dat land van rode kruisen, zwarte centen en rare ringen, doe je best geen zaken en praat je niet over identiteit.

De stad, in al haar fysieke en metaforische betekenissen, is de meest voor de hand liggende vorm van verbondenheid die wij kennen. Het is een menselijke maat vol betekenissen. Kunst en kunstenaar vertrekken altijd uit een stad en landen meestal in een stad. Steden verbinden kunst en kunstenaars. De internationale kunstbeweging COBRA is een letterlijk voorbeeld van die stedelijke artistieke dynamiek. Vandaar dat ik denk dat cultuurpolitiek en in het bijzonder kunstenpolitiek op termijn een stadszaak moet worden. Met andere woorden: laten wij gedurende de volgende tien jaar werken aan het overhevelen van de beleidsdomeinen kunst en cultuur naar de steden en gemeenten. Vlaanderen was begonnen aan het kerntakendebat maar had de moed niet om de moeilijke klus af te maken. Aan minister Schauvliege stel ik voor om een groot deel van de bevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap wat betreft kunst en cultuur, over te hevelen naar steden en gemeenten.

Ken Livingstone, de voormalige burgemeester van Londen, zei dat de burgemeesters de belangrijkste politici van de 21ste eeuw zullen zijn. Job Cohen, Patrick Janssens en Gerd Leers waren het daar (tijdens een debat in deBuren) volledig mee eens. De stad als bindmiddel, als beschermer en als inspirator, de stad ook als bron van ergernis. Kunst kan niet zonder de stad en de stad kan niet zonder kunst. Stad, kunst en cultuur zijn een nuttige en noodzakelijke coalitie: pragmatisme met vleugels.

Het beeldende kunstenbeleid en het kunstenaarsbeleid zijn evidente bevoegdheden voor de stad. Niet de stad als versmachtende brok gezelligheid maar de stad als biotoop, als bemiddelaar en organisator. Kunstenaars zijn ook essentieel voor de stad. Zij maken dat de stad blijft denken, zichzelf in vraag blijft stellen en zichzelf niet te erg au serieux neemt. Dat kunst een stadszaak wordt, is geen handicap voor kleinere steden. Elke stad kan een kunstenbeleid voeren op maat. Custom made, nadat er over nagedacht werd. Wat ís trouwens een ‘kleine stad’? Volgens Andy Warhol zijn er belangrijke steden én interessante steden. Interessante steden hebben geen maat. Kassel is een boerengat, maar werd met Amerikaanse verbeelding en Duits organisatietalent om de vijf jaar een wereldstad voor beeldende kunst. Avignon slaapt elf maand per jaar en waar ligt Polverigi?

Het is duidelijk dat er geld nodig is voor de overheveling van kunst- en cultuurbeleid naar de steden. Steden hebben ambities maar meestal niet de middelen om die te realiseren. Daarbij komt dat een vernieuwend, toekomstgericht kunstenbeleid op de eerste plaats een investering vraagt in mensen en daar zijn wij niet zo goed in. Wij investeren het publieke geld graag in stenen en we koppelen dit stenenbeleid niet altijd aan het juiste mensenbeleid dat nodig is om deze stenen te doen leven.
Vandaag is er om de vraag naar geld te beantwoorden ook enige creativiteit nodig. Vandaar een wat drastisch voorstel: laat ons Landsverdediging afschaffen. De kazernes kunnen best allemaal gerecycleerd worden om mensen in nood op te vangen. Wat voor zin heeft het om in deze hoogtechnologische tijden een Belgisch leger in stand te houden? Welk land wil je trouwens verdedigen als de meerderheid van de Vlaamse verkozenen in stilte of hardop van Vlaamse Onafhankelijkheid droomt? Je kan zo moeilijk een land verdedigen dat je wil afschaffen. Laten wij België behouden als erfgoed, als belangrijk onderdeel van ons cultureel geheugen en laat ons een gediversifieerd kunstenbeleid voeren in de steden. Laten we onze nationale kronkels oplossen in een groter Europees geheel. Daarnaast installeren we een guerillaleger van kunstenaars in steden en gemeenten dat de lokale weerbaarheid en zelfredzaamheid optimaliseert: B-FAST wordt A-FAST.

Een stedenbeleid waarin kunst en cultuur centraal staan is de beste garantie voor een leefbare toekomst.


2. De zwevende dag


Ik heb sinds enkele tijd een latent communicatieprobleem (ik wil het geen conflict noemen) met de Vlaamse Openbare Omroep, de u bekende VORTERKO (Vlaamse Openbare Radio, Televisie En Rode Knop Omroep). Ik hou van die instelling en tot voor enkele jaren was ik altijd fier om in het buitenland te kunnen verkondigen dat in België geen reclame was op radio of tv en dat John Wayne, zoals het een cowboy betaamt, bij ons Engels sprak en ondertiteld werd.

Toen kwam VTM, ontstond het fenomeen BV en werd mijn geliefde openbare omroep gegijzeld door managers, marketeers en politici die elkaar te lijf gingen met een kijk- en luistercijferlogica die mijlenver van de essentie van een openbare omroep staat: het nauwkeurig informeren en cultureel amuseren van kijker en luisteraar met respect voor een eerlijke diversiteit.

Toen ik mijn verbazing uitdrukte over de uitwerking van een literair programma dat plots een boekenmatch moest worden tussen Nederland en Vlaanderen werd mij gezegd dat ik geen televisiemens was en dus niet kon begrijpen waarover het ging. Als ik zie waarover Iets met boeken gaat, ben ik blij dat ik het niet begrijp.

Ik kan het echter niet laten om even een suggestie te formuleren aan mijn (voorlopig nog) andersdenkende vrienden van de Reyerslaan. Op zondagvoormiddag loopt er tussen 11 en 13 uur De zevende dag, een succesprogramma waarin verbredend wordt gewerkt met bussen bejaarden op daguitstap, waarin hoogstaand gastronomisch commentaar gegeven wordt door een ex-journalist en waarin zelfs bijnadebatten tot stand komen én het weer nog eens wordt geduid. Voor een ander publiek, wordt er tussen 11 en 13 u
DE ZWEVENDE DAG gemaakt. Een programma dat GOESTING doet krijgen in kunst en cultuur. Gegarandeerd zonder één gastropopulistische tussenkomst en bestaand uit volgende ingrediënten.

-    Een uitgebreide geïllustreerde agenda podiumkunsten en concerten. Er wordt vooral theater, dans en opera gesignaleerd die in de volgende week in Belgïe en omgeving te zien zijn. Concerten worden geduid met interviews of archieffragmenten.

-    Een ronde langs Belgische en Nederlandse beeldende kunst met reportages over de tentoonstellingen in musea, kunsthallen en galeries.

-    Een wekelijkse reportage over een tentoonstelling in een HST-straal (hogesnelheidstreinstraal) rond Brussel. In dit luik komen Londen, Parijs, Keulen en Amsterdam aan bod.

-    Een interview met één schrijver (fictie of literaire non-fictie) over een recent boek, een prijs, een oeuvre. Gegarandeerd zonder achtergrondmuziek of speciale lichteffecten.

-    Een verrassing, ontdekking of herontdekking als een vitamine tegen de vooroordelen: een reportage over een cultureel of wetenschappelijk onderwerp dat ons allemaal verbaast. Ook archieven zouden hierin een belangrijke rol kunnen spelen. Architectuur, design en mode, de culturele industrieën komen hierin aan bod.

-    Tot slot een documentaire over een artistiek of cultureel onderwerp die tijdens de drukke week te ‘elitair’ is, maar die op zondag wel kan verteerd worden.

Om dit eenvoudig opzet een slaagkans te geven wordt het programma als volgt geproduceerd.

O Redactie en presentatie wordt volledig uit eigen VRT-personeel geselecteerd. In samenwerking met culturele instellingen en academici wordt de redactie ad hoc versterkt.

O Programma wordt gemaakt met een eigen technische staf. Een samenwerking met EXQI magazine kan overwogen worden.

O Het programma wordt zonder externe ‘consultancy’ en zonder externe productiehuizen gemaakt, zeker wat inhoudelijke componenten betreft. Het programma moet ook het zelfvertrouwen van de publieke omroep stimuleren en leiden tot herontdekking van RISICOVREUGDE.

O Aan het programma zal een budget worden toegewezen dat risicovreugde mogelijk maakt. Een evaluatie zal na zes, twaalf en achttien maanden gebeuren en een definitieve beslissing om er mee door te gaan wordt na vierentwintig maanden genomen.

O Het programma loopt gans het jaar op zondag. Tijdens juli en augustus wordt het omgebouwd tot ‘Vlaanderen Cultuurvakantieland’.

Het budget ziet er als volgt uit.

Voor het programma wordt 100.000 Euro per week uitgetrokken, wat gedurende vijftig weken per jaar 5.000.000 euro maakt, oftewel: minder dan 2 % van de VRT-dotatie in crisistijd. Samenwerking met ARTE, met Nederland en betere coalities met VAF, VFL en culturele instellingen kunnen eveneens bijdragen tot de haalbaarheid en kwaliteit van het project.

Tot slot wil ik voor De zwevende dag ook een president aanstellen. Een wijze journalist die onlangs de openbare omroep verliet en door cultureel Vlaanderen gemist wordt. Zijn taak als president van De zwevende dag zal erin bestaan om streng op de kwaliteit te waken en de redactie te voeden met zijn ervaring in schoonheid en wijsheid. Om dit moment te verbinden met vorige editie stel ik voor dat wij Jef Lambrecht voor het leven benoemen tot President van De zwevende dag.

Heffen wij dit jaar het glas op Robert Filliou, op Jef Lambrecht en op de kunst die vandaag jarig is maar nooit zal verjaren!

Dorian van der Brempt
Antwerpen 17 januari 2010

Vertel het verder: