Deze website wordt niet langer ondersteund in Internet Explorer. Update hier je browser voor een betere ervaring.

Ruimtevaart is emotie

27 mei 2009 is een stukje Belgische ruimtevaartgeschiedenis: Frank De Winne werd voor de tweede en wellicht laatste keer met een bom onder zijn kont naar het Internationaal Ruimtestation geschoten. Ik mocht naar Bajkonoer in Kazachstan om die historische liftoff vanaf 800 meter mee te maken.
Door Reinout Verbeke op 16 jun 2009
Tekst

Ruimtevaart is emotie27 mei 2009 is een stukje Belgische ruimtevaartgeschiedenis: Frank De Winne werd voor de tweede en wellicht laatste keer met een bom onder zijn kont naar het Internationaal Ruimtestation geschoten. Ik mocht naar Bajkonoer in Kazachstan om die historische liftoff vanaf 800 meter mee te maken.

'Komáán Frank... komáán Frank... komáán Frank!' De aanmoedigingen van een collega bij de liftoff gaan door merg en been. Alsof hij in zijn eentje De Winne en zijn twee kompanen Thirsk en Romanenko de lucht in stuwt. Al mag je de grommende boosters niet onderschatten. Het geluid is nog best te vergelijken met het geruis van een snelkoker dat je door de versterkers van een festivalpodium haalt. Het blijft in je oren kleven.

We zitten op nog geen kilometer afstand: dichter bij een lancering kan je niet komen. Op Cape Canaveral zit je op 4 kilometer toe te kijken, op Kourou in Frans-Guyana zitten genodigden op 3,5 kilometer, de pers zelfs 14 kilometer ver. Bajkonoer, de Russische lanceerbasis in de Kazachse steppe, is dus home cinema. We maken het er ook naar: we zitten op een grote steen, helemaal op de eerste rij, terwijl de genodigden en de VIP's vanuit twee vierdeprovencialertribunes achter ons de lancering volgen.

Een vreemde stilte valt als de brandstofarm naar beneden gaat, de zogenoemde topple off. Dan is het nog 29 seconden voor de ontbranding van de boosters. Luttele seconden later stijgt de Sojoezraket met de heldhaftigste Belg van het moment op, als een dartspijltje. Er wordt al snel geklapt in de VIP-tribune, terwijl dat totaal ongepast is. Remember the Challenger. Normaal gaan de handen pas op mekaar na acht minuten, als de sojoez in orbit is, in een baan om de aarde. En dat gebeurt ook. Geklap. Gelukkig.

Leden van de Belgische astronomieclub Urania omhelzen mekaar. Voor hen is dit een bedevaartsoord, een Mekka, een Medina. Eén keer in je leven. Ze hebben voor de korte trip 3.000 euro neergeteld. Een lyrische collega, die me de voorbije vijf dagen maar bleef benadrukken hoe historisch deze grond is (denk Spoetnik, denk Laika, denk Gagarin), is vanzelfsprekend geëmotioneerd. Voor hem was het zijn vierde keer Bajkonoer (waaronder een keertje voor de Nederlander André Kuipers in 2004 en voor de eerste trip van Frank De Winne in 2002). Maar zijn verwondering en devotie is er alleen maar groter op geworden. In zijn binnenzak draagt hij een piepklein shampooflesje met verse aarde van het lanceerplatform, als een relikwie. Thuis op zijn schouw staat al een stuk Arianeraket uit Kourou in Frans-Guyana. Hij is hier niet de enige met een ruimtevaartfetisj.

Heb ik zelf een traan in mijn oog of keek ik te lang in de zon terwijl ik als een gek beelden schoot van de stijgende Sojoezraket? Traan, dus. Na vijf dagen Bajkonoer, weet ik het: ruimtevaart is pure emotie. Emotie opgewekt door de zaterdagavondse thrilleringrediënten: risico, heldendom, geheimdoenerij, een onwereldse locatie en dat alles in een heel strakke en flitsende verhaallijn. En met Frank De Winne als een heel gewone, aanraakbare actieheld.

Maar de echte action hero, de oerheld, is Joeri Gagarin, de man die vanaf deze plek in 1961 het eerst een rondje om de aarde maakte en het er nog levend afbracht ook. Alles in Bajkonoer moet aan zijn status (en aan de gloriedagen van de Russische ruimtevaart) herinneren. Tot op het ridicule af: alle ruimtevaarders plassen tegen het rechterachterwiel van de bus zoals hij deed vlak voor zijn vlucht; ze moeten een boompje planten zoals hij deed, schrijven hun naam op de hotelkamerdeur, zoals hij. Ze bekijken aan de vooravond van de grote dag ook altijd dezelfde Russische western, Witte zon van de woestijn. Al kan dat geen traditie van Gagarins tijd zijn, want de film dateert van 1969, zo stond op de doos in de luchthaven van Moskou te lezen.

Alle Bajkonoerse ruimtevaarthistorie is samengebald in het plaatselijke museum. Een Russische tolk krijgt plots de krop in de keel als we voorbij de foto's en attributen van haar grootvader komen, Pavel Beljajev. Hij vloog in 1965 samen met Aleksei Leonov, die de eerste ruimtewandeling uitvoerde. Een wandeling die bijna faliekant afliep. We zien er onder luid gejammer van de ruimtevaartfreaks ook een filmpje van de Boeran, de Russische tegenhanger van de Amerikaanse spaceshuttle die slechts één onbemande vlucht maakte, maar wegens geldgebrek werd opgedoekt en later vernield raakte toen het dak van de hangar instortte.

Al weet ik dat Bajkonoer opgepept sentiment is, toch ben ik blij de pure verwondering voor raketten en ruimtevaarders te hebben gedeeld. Blinde verwondering is iets dat wij in dit regenland al lang zijn kwijtgespeeld.


Vertel het verder: