Mijn ochtendwandeling

Toen ik vorige vrijdag las dat de jury van de Hugues C. Pernathprijs haar nominaties had bekendgemaakt, kreeg ik plots een schuldgevoel. Dat had niets met de genomineerden te maken, maar wel met de man naar wie deze tweejaarlijkse poëzieprijs is genoemd. Al jaren had ik me voorgenomen om het werk van een van onze grootste Vlaamse dichters te lezen, maar daar was totnogtoe niets van in huis gekomen.
Door Ann De Craemer op 16 jun 2009
Tekst

Mijn ochtendwandelingToen ik vorige vrijdag las dat de jury van de Hugues C. Pernathprijs haar nominaties had bekendgemaakt, kreeg ik plots een schuldgevoel. Dat had niets met de genomineerden te maken, maar wel met de man naar wie deze tweejaarlijkse poëzieprijs is genoemd. Al jaren  had ik me voorgenomen om het werk van een van onze grootste Vlaamse dichters te lezen, maar daar was totnogtoe niets van in huis gekomen. Ik besloot terstond komaf te maken met mijn schuldgevoel en fietste vrijdagmiddag naar de plaatselijke Standaard Boekhandel. Dat de poëzie van Hugues C. Pernath daar niet zomaar uit de rekken te plukken zou zijn, had ik natuurlijk wel vermoed, en daarom bestelde ik zijn verzameld werk, simpelweg Gedichten getiteld.

Sinds vanmorgen ligt het boek op mijn bureau, en ik heb mezelf alvast het plezier gegund om het even te doorbladeren. Grondig heb ik zijn oeuvre dus nog niet doorploegd, maar laat dat geen bezwaar zijn om u vandaag mee te nemen naar de nieuwe wereld die ik zonet ontdekt heb.

Wat meteen opvalt bij een eerste vluchtige lezing is dat de vroege poëzie van Pernath heel wat minder toegankelijk is dan zijn latere werk. In het begin van Gedichten vind je vooral verzen die de lezer om tijd en geduld vragen. Je moet de woorden proeven, herkauwen en in je mond laten smelten vooraleer hun smaak echt tot je kan doordringen: 'Er was geen vuur, geen raken/ Geen breken van het water,/ De moeder draagt wat hevig is/ En leest haar kind de dagen voor./ Alles wordt soms sterren, gebleven/ Zoals het was, met mens het harde trillen/ Het zachte erts der bitterheid.'  Dit gedicht lijkt op het eerste gezicht op slot en grendel: je moet met blote handen naar de betekenis graven. Het gaat over een geboorte, en, zo wil Pernath ons misschien zeggen, er was bij de verwekking geen passie, geen vuur, geen aanraking. Ook bij het baren zelf bleven passie en kracht achterwege: 'geen breken van het water'. Er is een kind geboren, maar alles blijft zoals het was. Tot zover valt de betekenis te doorgronden, maar wat te denken van 'het zachte erts der bitterheid'? Erts is hard, maar waarom maakt Pernath er iets zachts van? Eén sluitende interpretatie is er niet, en dat is net wat poëzie zo interessant kan maken.

Naarmate ik verder bladerde in Pernaths verzameld werk, kwam ik meer en meer gedichten tegen die zich makkelijker laten lezen. De geslotenheid maakt plaats voor herkenbare poëzie. Denk bijvoorbeeld aan de beroemdste verzen van Pernath, die voor iedereen verstaanbaar zijn: 'Ik treur niet, geen tederheid trekt mij aan/ Geen lichaam kan ooit het mijne voelen/ Geen ander oor mijn verwarring, mijn onrust/ In de sprakeloze plaag van de taal.'

Hier is de dichter eenzaam en gelooft hij niet dat iemand ooit zijn onrust kan begrijpen of verzachten. Er is echter niet alleen plaats voor wanhoop in het universum van Pernath, maar ook voor hoop en geloof in de liefde, zoals bijvoorbeeld in het magistrale gedicht 'De onkuisheid': 'Geloof in mij, want ik geloof in jou/ Weigerend wat was en wetend wat ons weerhield./ Ik zal je vernoemen, je mee voorbij dit leven dragen/ Jij, Enige, en schaduw die mij bedekt./ Door jou ben ik geworden en met de littekens/ Van jouw weefsels, de waas van jou.'  Hij is geworden wie hij is door zijn geliefde (het gedicht is opgedragen 'aan Myra'); meer nog, hij is ook háár geworden: zij is de schaduw die hem bedekt en haar littekens zijn ook de zijne.

Mijn korte ochtendlijke wandeling door het werk van Hugues C. Pernath heeft me doen verlangen naar meer. Ik ontdekte in sneltempo de pen van een man die veel verzen over bitterheid, angst en eenzaamheid schreef, maar die ook durfde te geloven in de grote, misschien zelfs eeuwige liefde: 'Jij bent mijn eerste dag. Hier ben ik, want ik blijf.'
 

Vertel het verder: