Deze website wordt niet langer ondersteund in Internet Explorer. Update hier je browser voor een betere ervaring.

Nattigheid van Anne Mari Marcel | Finalist Rode Oor '19

Situatieschets: Opwinding in het olympisch zwembad. Dat gaat zo: ‘Er ontstaan vreemde uitstulpingen vooraan in zijn broek waar in vette letters Speedo staat gedrukt. Hij kreunt. Onze blikken kruisen elkaar.’
Door Anne Mari Marcel op 2 mei 2019
Tekst
Politiek & samenleving
Literatuur & taal
Het Rode Oor

Nattigheid

 

Er wordt gefloten, we moeten eruit. Vlak voor mij neemt een man twee treden tegelijkertijd. Zijn gespierde kuiten blinken als muurtegels. Zijn lichaam is licht behaard en lijkt op een goed onderhouden plantsoen met weggetjes, een toegankelijkheid die ik waardeer. Ik tuit mijn lippen en verzoen me met het verwilderd plekje aan de binnenkant van zijn dijen. Subtiel controleer ik mijn bikinilijn met mijn wijsvinger terwijl ik onafgebroken naar hem kijk. Hij draagt een rode badmuts en witte zwembril en is de man die me tweemaal rakelings in crawl passeerde tijdens de laatste baan die ik trok.

 

Als een gestroomlijnde orka schoof hij langs mij heen terwijl wij echter de laatste zwemmers waren in het olympisch bad. Geen gejoel en een strak wateroppervlak voor ons. Onder water keek ik hem na. Met krachtige stoten duwde ik het water opzij, al mijn ledematen open- en toegaande. De nylon naden schuurden tussen mijn benen. Ik spande mijn zitvlak op en mijn bekkenbodem maar kon de opwinding niet tegenhouden. Ter hoogte van mijn buik trok ik aan de stof waardoor er een luchtbel ontstond. Een verademing maar na drie zwemslagen plakte de polyamide alweer tegen mijn huid. Straks in het kleedhokje stroop ik dat natte badpak gretig van mijn lijf.

 

De stenen vloer is glad. De koude slaat als een handdoek om mij heen. Ineengedrongen schuifel ik naar de douches. Hij staat er al, knijpt krachtig de laatste oceaanblauwe zeep in zijn hand en werpt de fles naar de vuilnisbak. Ernaast, tegen mijn verwachtingen in. Het water klettert op mijn badmuts. De man rukt aan het koordje van zijn zwembroek. Brede schouders, smalle heupen, die zwemt duidelijk vaker dan ik. Hij schrobt zich zoals alleen mannen dat kunnen. Rondvliegend schuim, geronk en gepuf. Zijn sop bereikt mijn tenen.

 

Langs mijn huid hangt zijn sterke muntgeur. Ik draai me om, het water glijdt over mijn gelaat. Met één oog zie ik hoe hij met zijn hand in zijn kobaltblauwe zwemshort schuift. Ik sleur mijn badmuts van mijn hoofd, zwier mijn haren los en kijk. Kort, fragmentarisch met voor me een hemelsblauwe muur. Met mijn vingertoppen masseer ik mijn hoofdhuid en verstop mijn blik achter mijn elleboog. Zijn hand draait rondjes. Ik duizel, mijn bloed lijkt in de andere richting te stromen.  Verward grijp ik naar de doucheknop. De waterstraal herneemt zich, ik adem diep in en uit.

 

Er ontstaan vreemde uitstulpingen vooraan in zijn broek waar in vette letters Speedo staat gedrukt. Hij kreunt. Onze blikken kruisen elkaar. Langzaam hijst hij het ene uiteinde van het strikje uit zijn short. Hij sist. Ik bedenk hoe het koordje, met aan het uiteinde een plastic malie, langs zijn penis glijdt. Langzaam strelend. Ik knijp mijn billen dicht, klem mijn tanden op elkaar. Hij trekt het touwtje strak vooruit en knipoogt. Zijn vingertoppen zijn breed, zijn handen groot. Dan slingert hij het lintje in het rond en wiegt met zijn heupen. Hij duwt zich tegen de muur aan en wrijft met zijn rug alsof hij zo’n gladde vis is die het aquarium poetst. Zijn sproeterige knieën knikken.

 

De waterstraal stopt. Hij glimlacht naar mij en vertrekt. Wijdbeens waadt hij door het voetbad. Ik tel vier stappen en wacht tot het geploeter stopt, dan volg ik hem. In de gang zie ik niemand. Op de vloer een waterig spoor. Bij de deur van de mannentoiletten wacht ik. Een huivering jaagt door mij. Voorzichtig gluur ik naar binnen en zie hoe hij zijn onderlichaam tegen de koude wastafel drukt. De stof van zijn zwemshort zit strak rond en tussen zijn billen. Zijn kin recht omhoog, zijn ogen toe. Een schok stoot zich door mijn lichaam. In zijn hals zie ik rode vlekken. Sissende en kermende geluiden vullen de vochtige ruimte.

 

Kittelingen en rillingen vullen de mijne. De geur van chloor bedwelmt me. Langs zijn geladen lijf glijden straaltjes water. Ik heb dorst, een ondraaglijke dorst om de druppels van zijn schouders te likken en met mijn tong zijn routes te volgen.

 

Ik glip het sanitaire blok binnen en zuig me aan hem vast.

 

Vertel het verder: