Deze website wordt niet langer ondersteund in Internet Explorer. Update hier je browser voor een betere ervaring.

Natuurlijke selectie van Werner de Valk | Finalist Rode Oor '19

Zo begint het: ‘In Sams wereld is iedere langgerekte vorm een fallussymbool. Ik kan er nog in mee dat een stropdas er eentje is, een dikke lul om je nek, maar een hoog, smal gebouw gaat me te ver. Dat is gewoon een hoog, smal gebouw.’ Of nog: Een man en een vrouw draaien de rollen om. De vraag van 1 miljoen: 'Een fallus is een erecte penis, maar wat is een erecte vagina?'
Door Werner de Valk op 2 mei 2019
Tekst
Politiek & samenleving
Literatuur & taal
Het Rode Oor

Natuurlijke selectie

 

In het kader van de heteronormatieve rolpatronen is het zaak om veel over de fallus te praten. In Sams wereld is iedere langgerekte vorm een fallussymbool. Ik kan er nog in mee dat een stropdas er eentje is, een dikke lul om je nek, maar een hoog, smal gebouw gaat me te ver. Dat is gewoon een hoog, smal gebouw.

 

Sam vindt dat er ook een woord moet bestaan voor het vrouwelijke equivalent. Een fallus is een erecte penis, maar wat is een erecte vagina?

 

‘Vagina’s kunnen toch niet erect worden?’ vraag ik.

‘Denk je dat ik geen zwellichamen heb?’

‘Jij kunt alleen maar nat worden.’

‘Kijk dan!’ Ze drukt haar telefoon in mijn gezicht. Een illustratie van een dwarsdoorsnede van het vrouwelijke geslachtsorgaan, met zwellichamen.

‘Ik maakte maar een grapje. Bovendien betekent erect rechtop, niet opgezwollen.’

 

Een paar dagen later is ze blij. ‘Kijk eens wat de post heeft gebracht.’ Ze laat een doos zien. Niets verraadt wat erin zit, behalve haar ogen. ‘Pak maar uit.’

Dat wil ik eigenlijk niet en ook weer wel. Ik wil dat het gebeurd is, dat ik over de drempel ben. Altijd die drempels en Sam die me eroverheen laat stappen. Ik wil in een uitgestrekte zaal wonen met een vlakke vloer, zonder hobbels. Als er ergens een deur was, dan een zonder drempel, waaronder de vloer gewoon doorloopt.

Het leer van het broekje glimt, het metaal van de gesp maakt een kil geluid als ze hem eruit tilt.

 

‘Trek maar aan,’ zeg ik.

Ze doet haar kleren uit en stapt in het harnas. Zo heet dat, een harnas.

‘Kunnen we het ook zo laten?’ vraag ik.

‘Geef me nu die fallus maar.’

 

Het was de bedoeling dat ze niet doorhad dat het mijn idee was. Ik zou een terloopse opmerking maken, zodat zij alles zou bedenken. Als ze uiteindelijk zou vragen wat ik ervan vond, zou ik doen alsof het een raar idee was – om het daarna schoorvoetend goed te keuren. Dus ik vroeg: ‘Is er nog iets wat je altijd al hebt willen doen, in bed?’

‘Dat weet ik niet.’

‘Jij moet toch vol ideeën zitten?’

‘Ik vind het gewoon fijn zoals…’

‘Ik kan bijvoorbeeld iets tegen je zeggen? Of dat we de rollen omdraaien?’

‘De rollen omdraaien? Wat bedoel je? Wil je dat ik jou…’

‘Het ging niet over mij.’ Ik draaide me om, keek luchtig naar het gordijn, probeerde te negeren dat mijn wangen rood werden, als je toegaf dat je rood werd, werd het alleen maar erger. Ik vroeg: ‘Wat wil jij?’ maar ze was al hard aan het lachen.

 

En nu staat ze voor de spiegel. ‘Ik vind het raar.’

‘Dat valt best mee.’

Ze glimlacht opgelucht, pakt het ding vast en schudt hem. Dan moet ze grinniken. ‘Zal ik je swaffelen?’

‘Rot op.’

 

‘Plas je hierdoor?’ Ze probeert hem in de gootsteen te leggen, maar ze is net iets te kort, ook al staat ze op haar tenen. Een biologiedocent eens vertelde dat mannetjes groter zijn omdat ze om de wijfjes vechten. Natuurlijke selectie: de kleinere verloren en plantten zich niet voort. Een meisje uit de voorste rij opperde dat dat niet voor alle dieren gold. Bij de Chinese bidsprinkhaan at het vrouwtje soms het mannetje op.

 

Ikzelf vond het wel fascinerend: dankzij duizenden gevechten van de mannen vóór mij, kan ik nu in de gootsteen pissen en Sam niet.

Een half uur later lig ik op mijn buik en kan zij mijn gaatje niet vinden. Ze duwt het harde rubber tégen mijn billen, niet ertussen. Ik probeer haar te helpen, moet mijn arm in een rare bocht draaien.

Ik lig op mijn buik zodat ik niet hoef te kijken. Haar lieve idee. Na afloop zal ik blijven liggen, totdat ze weg is gegaan om alles weer schoon te maken.

 

Dan glijdt hij naar binnen en ik snak naar adem.

Het ding is warmer dan ik had verwacht. En groter. Eerst ben ik bang dat hij té groot is, dat ik niet had moeten aandringen maar had moeten luisteren. Toen ik deze voorstelde, vond ze dat we een kleinere versie moesten nemen. Maar die waren voor watjes.

‘Gaat het?’ vraagt ze zacht.

 

Ik druk mijn gezicht in het kussen. ‘Ja.’

 

En terwijl ze zachtjes begint te bewegen, rustig opbouwt en af en toe vraagt of het gaat, begin ik te grommen. Ik ben blij dat we naar mij hebben geluisterd, deze grote versie is beter.

 

Dan begint zij ook te grommen. Ik kijk over mijn schouder en zie een dier. Haar kaak staat strak, haar pupillen wijd als op een festival, ze staart naar onze heupen. Ze bouwt verder op, totdat ze niet meer voorzichtig doet, totdat ik vraag of ze nog sneller kan gaan, sneller en harder.

Vertel het verder: