Deze website wordt niet langer ondersteund in Internet Explorer. Update hier je browser voor een betere ervaring.

All that jazz van Vanessa Vanhove | Finalist Rode Oor '19

De openingszin: ''Komende zondagavond, op het zolderkamerconcert van X in Y waar ik jou mee naartoe neem.' Zo had hij het gezegd.' Of nog: Hoe de verbeelding altijd vooruitloopt op de realiteit. Spoiler alert: 'Ze weet dat ze zullen opstaan en als twee betrapte minderjarigen de trap zullen aflopen.'
Door Vanessa Vanhove op 2 mei 2019
Tekst
Politiek & samenleving
Literatuur & taal
Het Rode Oor

All that jazz

 

“Komende zondagavond, op het zolderkamerconcert van X in Y waar ik jou mee naartoe neem”. Zo had hij het gezegd. Hij had het niet gevraagd, had niet gesuggereerd dat ze haar agenda voor alle zekerheid moest checken, bleek niet geïnteresseerd te zijn in de mogelijkheid dat ze een echtgenoot of vriend verzwegen had die ze misschien iets zou moeten voorliegen.

 

“I’ve been cruising at the bottom of the sea, why don’t you dive and look for me”.

 

Ze had niet gezocht, was niet aan het shoppen voor een nieuw lief; ze verving voor één middag een vriendin aan de kassa van De Slegte toen er een blonde Viking opdook met Bill Bryson en Yuval Harari. Een intrigerende blonde Viking dus, een jaar of zes jonger dan zij. “Moeilijk maar mooi”, had ze gezegd, bij het afrekenen. “Zoals jij”, had ie plagerig gevraagd? “100% zoals ik”, had ze onbegrijpelijk cool kunnen antwoorden.  Het was hij die gebloosd had. Hij had een kaartje uit het rek op de toonbank gekozen (Le Baiser de l’Hotel de Ville, voorspelbaar maar mooi), had er zijn gsm-nummer op geschreven en had daarna dat kaartje naar haar toe geschoven.

 

“Wij zien mekaar nog, mooie, moeilijke mevrouw”. Hij klonk hees toen hij het zei, en hij had zich nogal onmannelijk de winkel uit gehaast. Zij had twee volle uren gewacht voordat ze hem een bericht stuurde, uren waarin ze niet was kunnen stoppen met zingen. “We zijn twee uur later. Wanneer dacht je me te zien?” Zijn antwoord kwam exact 20 seconden later: “Komende zondagavond, op het zolderkamerconcert  van X in Y waar ik jou mee naartoe neem”. Er was een tsunami van whatsappjes op gevolgd, waarin ze iemand durfde te zijn die ze in het echte leven niet was, iemand die het woord ‘geil’ kon tikken zonder te blozen. 

 

En nu kust hij haar onhandig op haar wang voor de deur van het jazzcafé waar X om 21u optreedt. Dat hij net zo nerveus is, geeft haar moed. Overal liggen kussens, en ze kiezen zonder overleg voor een donker hoekje achteraan. Hij haalt een cola voor haar en een Duvel voor zichzelf, en hij doet aandoenlijk zijn best om zich met enige stijl op zijn kont te laten zakken. “Zo, mooie mevrouw,” begint hij na een heerlijk eindeloze stilte van 15 seconden, “ik heb vaak aan u gedacht”. Ze voelt hoe alles in haar tekeergaat, hoe ze nog enkel uit ogen, een mond, een buik bestaat.

 

Hij zit nu heel dicht tegen haar aan. Een blonde man van midden dertig die haar aankijkt als een puber die op het punt staat zijn maagdelijkheid te verliezen, en zich daar acuut van bewust is. “Ik ben ondertussen helemaal bijgelezen over Lucas Davenport, maar ik hoop keihard dat er nog andere dingen zijn waar je geil van wordt. Ik wil je vanavond helemaal leren kennen”. Hij zégt het. Hardop. Het gebeurt écht. De vér over het paard getilde E.L. James zou schrijven hoe ze nu al het bloed naar haar kut voelt stromen, maar zélf hoopt ze alleen maar dat hij het ruisen in haar oren niet kan horen en dat haar statisch geworden lijf het wollen tapijt niet in de fik steekt. Ze haalt onhoorbaar adem. “De intro van ‘Come together’ van The Beatles.” Pauze. “De seksscènes in Brokeback Mountain - de gretigheid waarmee die cowboys in mekaars broek tasten. Mieke Maaikes obscene jeugd. Dat heb ik gelezen met één hand, toen ik vijftien was. Het besef dat het zo maar mogelijk is dat jij je hand onder mijn truitje steekt en mijn BH los maakt”.

 

Hij trekt haar naar zich toe en fluistert: “ik zweer je dat het jaren geleden is dat ik nog zulke erectie had. Het doet verdomme zéér, weet je dat?” Ze ademt niet meer, ze is zélf lucht. Als iemand op het idee komt om een dakraam open te zetten,  zweeft ze dadelijk het heelal in, verloren voor de eeuwigheid. Ze kijkt naar de blonde man die ruikt naar groene appels en bier. Zo smaakt hij ook, weet ze, en opeens weet ze alles. Ze weet dat ze zullen opstaan en als twee betrapte minderjarigen de trap zullen aflopen. Ze weet dat ze buiten in een portiek in mekaar zullen verstrengelen en dat ze zullen zoenen keihard en heel teder en dan weer verwoestend  en rondom hen zullen de straatstenen omhoog komen zullen deurlijsten versplinteren zal het water over de bruggen klotsen terwijl hij zijn hoofd begraaft in haar borsten en haar handen aan de slag gaan met zijn erectie, handen waarover hij geen 3 minuten later kreunend zal klaarkomen. “Je bent geweldig”, fluistert ze bij de voordeur, en hij schrikt, want hij moet het allemaal nog in het echt meemaken. Boven klinken de eerste gitaarakkoorden van een lied dat zij weldra worden.   

 

 

 

Vertel het verder: