Man, 36-45 | Livia Franchini (Vertaling Lies Lavrijsen)

Wanneer Ed aan de vooravond van 2019 vrijkomt uit de gevangenis, lijkt zijn pad te kruisen met dat van zijn oude jeugdvrienden. Met 'Man 36-45' pent Livia Franchini een fragmentarisch relaas neer over vriendschap, nostalgie, isolement en sociale media.
Door deBuren op 27 feb 2019
Tekst
Literatuur
CELA

'Man, 36-45' is de vertaling van Livia Franchini's kortverhaal door Lies Lavrijsen. Beiden maken deel uit van CELA (Connecting Emerging Literary Artists), een talentontwikkelingstraject voor jonge schrijvers en vertalers. Wilt u ze in levenden lijve zien? Kom dan het laatste weekend van maart zeker naar het Passa Porta Festival waar ze uit hun werk voorlezen en met elkaar in gesprek gaan.

Man, 36-45

 

25

 

Toen ik voor het eerst op mezelf ging wonen, verhuisde ik met Kerstmis; mijn moeder wilde niet in de file staan. Ik heb je hierheen gebracht, Ed, dus nou niet moeilijk doen, zei ze. De man van het verhuurkantoor begon te lachen toen ik het contract ondertekende. Hij zei: zo vergeet je nooit wanneer je de huur moet betalen. Het was een zenuwachtig lachje, ik had meteen begrepen dat hij medelijden met me had. In zijn ogen was ik nog maar een jongetje. Ik balde mijn linkervuist onder de tafel, anders had ik hem een dreun gegeven.

 

25 december 2018: Een foto van Noel Livermore die een roze servetje naar zijn mond brengt. Hij draagt een vlinderdasje. Achter hem staat een ziekenhuisbed met het hoofdeinde omhoog, waarin Joanna Livermore met een vredige uitdrukking op haar gezicht ligt te slapen. Bijschrift: ‘bedankt voor alle wensen’. Comments: geen. Likes: geen.

 

Kerstmis was goed geweest, en zijn verjaardag dus ook. Het was Noel als kleine jongen al duidelijk geworden dat hij geen partij was voor het kindeke Jezus. Maar goed, je veertigste verjaardag blijft een mijlpaal. Hij had zichzelf voorgehouden dat het voldoende was dat ze samen waren, zij en hij, niemand anders. De verpleegsters hadden dit jaar cupcakes voor hem neergezet. Op weg naar huis, nadat het bezoekuur voorbij was, werd hij overvallen door nostalgie. Dat gebeurde wel vaker, al zette hij het gevoel meestal snel van zich af als was het een slechte gedachte.

 

26 december 2017: Een foto van Carl Atwood, gepost door Ella Atwood. Hij zit aan het hoofd van een lange tafel, waaraan nog meer familieleden zitten (tags: Donna Atwood, Marcus Atwood, Val Atwood, Chelle Atwood, Ruby Bieber-Atwood). Carl draagt een ultramarijn tweedelig pak en een das met paisleymotief. Bijschrift: wauw paps, superstrak hoor!!!! Comments: één – Ruby Bieber-Atwood heeft een gif gepost van een kat die een zonnebril op krijgt die uit de lucht komt vallen. Likes: zestien.

 

Met kerst heeft iedereen vakantie, maar als je al twee maanden niet gewerkt hebt, krijg je het probleem dat je je niet meer kunt ontspannen, ook als het zou moeten. Iedere dag is identiek aan de vorige. Net wat je zegt, het is vakantie, zei zijn vrouw, daar heb je in je hele leven zo weinig van genomen dat het goed is dat je die dagen nu inhaalt. Ontspan je nu toch eens, Carl, toch minstens vandaag. Maar hij kan zich niet ontspannen, hij voelt zich als een gekooid dier. Er is iemand die vandaag wel uit zijn kooi komt: Ed. Hij heeft tegen Carl gezegd dat hij misschien iets zou laten weten.

'Ik zeg altijd dat mensen die als kind te veel leuke Kerstmissen gehad hebben, als volwassenen geen zak van het leven snappen'

26

 

Ik weet nog dat ik dacht: wat een toeval. Mijn moeder zette me definitief het huis uit op kerstdag. Maakt niet uit, ik zeg altijd dat mensen die als kind te veel leuke Kerstmissen gehad hebben, als volwassenen geen zak van het leven snappen. Ze zette me af in Railton, en van daaruit nam ik de bus. Ik ging op de achterbank zitten, ik was de enige passagier en vreesde dat de chauffeur een praatje wilde maken, iets waar ik absoluut geen zin in had. Ik zette mijn tas neer in de kookhoek. Ik liep naar het balkonnetje en rookte een sigaret; ik keek naar de kerstlichtjes in plastic slangen die om de balustrades gewikkeld zaten. Ik dacht: zo’n toeval maak ik niet gauw meer mee. Ik ben vrij. Ik was vrij en volmaakt alleen.

 

27 december 2018: Carl Atwood liket de pagina van Esso. Carl Atwood speelt nu Ace Online Poker, daag hem uit.

 

Carl heeft altijd een bloedhekel gehad aan het concept casual Friday, waarbij iedereen op vrijdag in een spijkerbroek naar kantoor moet. Spijkerbroeken vindt hij iets voor in het weekend, en de week is pas ten einde als het zaterdag is. Hij droeg altijd overhemden op het werk, en toen hij eenmaal promotie had gemaakt, droeg iedereen opeens overhemden. De bedrijfsleiding vond het niet leuk dat ze achter iemand als Carl aanliepen, iemand die zomaar uit het niks was komen aanzetten en zich gedroeg alsof hij de baas was. Maar hij was goed in zijn vak, dat viel niet te ontkennen. Hij zat boordevol energie, en daar moesten ze gebruik van maken. Dus gaven ze hem werk, hoe langer hoe meer. Hij wilde niet buigen, geen hulp vragen, hij werkte zich nog liever dood. En dat was hem bijna gelukt ook: een zenuwinzinking. Drie maanden gedwongen rust. Niet te geloven, zegt zijn vrouw. Het is al elf uur in de ochtend en ze loopt nog in haar kamerjas. Waar denk jij in je beste pak heen te gaan?

 

26 december 2009: Een foto van de voeten van Noel Livermore en Joanna Livermore, ontspannen rustend op de rand van een balustrade. Op de achtergrond: wit zand en een diepblauwe zee. Bijschrift: ‘een doodgewone dag op kantoor’. Likes: zesentwintig. Comments: drie. Joanna Livermore: ‘een dag in het paradijs’. Becci Smith: ‘geniet, tortelduifjes’. Carl Atwood: ‘En wij maar werken!’

 

De volgende dag gaat Noel weer aan het werk. Het heeft geen zin om vakantie te nemen, hij spaart zijn dagen liever op voor de zomer. Ieder jaar spaart Noel zijn vakantiedagen op, maar behalve die ene keer dat hij in het Lake District ging kamperen is hij nooit ergens naartoe geweest. Na drie dagen regen begon de huid op zijn voeten af te schilferen en vertrok hij vroeger dan gepland terug naar huis, want in die omstandigheden was het niet bepaald prettig wandelen. Maar goed, als hij zijn dagen niet opneemt, krijgt hij ze op het einde van het jaar toch uitbetaald. Ach ja. Zoals Ed al zei: een pak fish and chips op het strand smaakt nergens naar als je het met niemand kunt delen. Ed was zelden openhartig over die dingen, maar als hij het was, dan altijd tegenover Noel, nooit tegenover Carl, ook al zei hij achteraf: je houdt je kop hierover, watje. Daarom denkt Noel altijd met een zekere genegenheid aan Ed, al is hij hem nooit gaan bezoeken. Er had een kort stukje in de krant gestaan, hij zou vervroegd vrijkomen. Hun jeugdzonden waren geen groot nieuws meer. Carl had hem een foto doorgestuurd met zijn telefoon. Laten we hem gaan opzoeken, had Carl gezegd. Ik denk alsmaar dat ik toch echt een keer bij hem langs moet gaan, had Noel geantwoord. Maar ja, soms verliezen oude vrienden elkaar gewoon uit het oog. Carl zei dat Ed nog altijd kwaad was, net als vroeger, en zelfs nog kwader nu zijn moeder gestorven was. Ed werd altijd alleen kwaad op Carl, nooit op Noel, want het had geen zin je boos te maken op hem, dat was als schieten op het Rode Kruis. Hij was altijd de zwakste van de drie geweest, een komisch intermezzo, degene die ze altijd in de zeik namen. Als dat de prijs was om bij hen te horen, betaalde Noel die met plezier – zolang Ed maar niet kwaad op hem werd. Zelfs op zijn twintigste was een kwade Ed behoorlijk angstaanjagend.

27

 

Na de nodige berekeningen bleek dat ik precies gisteren zou worden vrijgelaten. Alsof iemand het had kunnen vergeten. Kerstmis 2018, Kerstmis 1998: twee keer op dezelfde dag officieel in vrijheid gesteld. En net als de eerste keer zit ik hier moederziel alleen. Er is niks feestelijks aan vrijheid als er niemand op je zit te wachten. Mijn moeder is er twee keer vandoor gegaan: de eerste keer was dat haar eigen keuze, de tweede keer ook – maar dan definitief. In het pingpongspel waarbij we verwijten over en weer kaatsten, kreeg zij uiteindelijk het laatste woord door van de speeltafel weg te lopen toen ik een jaar in de bak zat. In mijn ogen was zij de schuld van alles wat er gebeurd was. Toen ze me opgepakt hadden, dacht ik bij mezelf: vroeg of laat zet ik het haar betaald. Maar toen ging ze dood en ketste mijn woede af op de rand van de tafel en richtte zich in haar afwezigheid op nieuwe schuldigen. Ik dacht aan mijn vroegere vrienden – Carl en Noel, ‘broers’ noemden we elkaar – die iedere dag bij mij thuis kwamen feesten, maar die nergens meer te bekennen waren toen ik in de penarie zat. Tijdens mijn jaren in de bak ben ik alles gaan haten, maar tegen alle verwachtingen in maakte mijn verbittering me geduldig. Ik gedroeg me als een modelgevangene. Mijn woede is als gehard staal: trefzeker, vastberaden en wachtend op het juiste moment. Ik heb twintig jaar gehad na te denken.

 

27 december 2014: Een kort reclamefilmpje waarin Noel Livermore een puppy optilt die lijkt op een pekinees, maar met de krullende, witte vacht van een poedel. Op de achtergrond vertelt een langzame, afstandelijke vrouwenstem hoe deze kruising, de pek-a-poo, in de Halvorson-fokkerij tot stand kwam. De pek-a-poo is een kruising tussen de geelbruine pekinees en de poedel. Het filmpje eindigt met een serie infographics tegen een donkerblauwe achtergrond, blokjes witte tekst onder de titel ‘Het Halvorson-succes in cijfers’, gevolgd door het bedrijfslogo. Comments: drieënveertig. Likes: honderdachtenzestig. Post gesponsord door Halvorson – de fokkerij voor hondenliefhebbers.

 

Noel controleert de laatste rij hokken. Alle tweeëndertig puppy’s liggen tot een bolletje gerold te slapen. Als ze slapen zijn ze schattig, denkt Noel, precies zoals mensen zonder kinderen naar de kinderen van anderen kijken. Hij geeft geen zier om dit project. Pek-a-tese, het klinkt als een lingeriemerk. Een klotenaam voor een kloteproject. Maltezer en pekinees, suffer kan haast niet. Zulke kleine hondjes dat je nog meer aan een kat hebt. Harde, graatmagere lijfjes, krukkige korte pootjes. Op een keer bracht iemand een puppy na een week terug, omdat zijn bazinnetje hem met andere ogen bekeek nadat ze hem gewassen had. Zijn ogen... puilen zowat uit zijn kop, had ze gezegd. Hij gooit een munt in de automaat in de hal en gaat op de makkelijke stoel van de conciërge zijn blikje fanta zitten drinken. Hij bekijkt het scherm van zijn telefoon, zet een like bij een afbeelding van een zonsondergang waarover in schreefletters staat: Je bent pas oud als je meer spijt hebt dan dromen. De zonsondergang is vuurrood. Toen hij vanaf de overkant van de straat naar het brandende appartement van mevrouw Bucinwski stond te kijken, besefte Noel dat dit het belangwekkendste was wat hem ooit zou overkomen, en dat was ook zo geweest, ook al had hij er in feite niks mee te maken. Ed en Carl hadden het gedaan. Noel was naar de winkel om bier te kopen.

 

28 december 2018: Een post van Carl Atwood. Een onscherpe foto van een autoweg met een gele vlek erop. Bijschrift: ‘Gele Ferrari op de M18.’ Comments: geen. Likes: zes.

 

Carl stapt in zijn auto en rijdt naar het benzinestation dat ook tijdens de feestdagen open blijft. Hij vindt het fijn om daar te zitten, want de medewerkers zijn er heel efficiënt en door het raam kan hij naar de voorbijscheurende auto’s op de snelweg kijken. Zijn life coach had hem gewaarschuwd dat het even schrikken kon zijn om na een burn-out opnieuw te ontdekken wat je hobby’s waren. Carl had daar toen niet over doorgevraagd, hij moest nog allerlei dingen regelen voor zijn ziekte-uitkering en wat hij thuis precies zou gaan doen was wel de laatste van zijn zorgen. Na de eerste week had hij beseft dat hij geen andere gezonde vrijetijdsbesteding kon bedenken dan wat hij als jonge tiener deed. De deugdzame liefhebberijen van een jongen in de fleur van zijn leven, voordat alles misliep. Kinderachtige, huiselijke dingen: hij herinnerde zich dat hij een tijdlang verwoed kaartjes met auto’s erop verzameld had. Dus reed hij naar het benzinestation en nam een grote, kartonnen beker koffie van de automaat. Hij keek naar de auto’s. Hij verveelde zich. Wat kon hij anders doen tijdens die drie maanden gedwongen vakantie? Sinds Ed in de gevangenis zat, hadden ze nooit meer echt lol gehad samen. Je zou kunnen zeggen dat hun drijvende kracht was weggevallen. Hij was al een tijd van plan hem op te zoeken. Hij had tegen hem gezegd: je hebt geen idee hoe ik me uit de naad heb gewerkt om te staan waar ik nu sta.

'Het contrast van het witte poeder op de zwarte steen – Het schijnt dat je zo verslaafd raakt, had Ed op ernstige toon gezegd. De anderen lachten'

28

 

28 december 2018: Ed Morecambe uploadt zijn eerste profielfoto.

 

Het appartement in The Heights is er nog. Wat een herinneringen. Hetzelfde appartement waar ze me opgepakt hadden, omdat dat oude mens van hiernaast me verlinkt had. Ze hebben me de sleutels teruggegeven, de politiezegels waren allang verwijderd en wettelijk gezien moest ik het appartement terugkrijgen zodra ik werd vrijgelaten. Ik vond twaalf pond en zes pence in de zak van mijn parka, maar ging toch te voet: de weg naar huis kende ik nog, al waren er andere winkels gekomen. In een envelop op de deurmat vond ik driehonderd pond in briefjes van twintig, schone sokken, een telefoon met daarin het nummer van Carl en een pakje tabak. Goeie gast, die Carl, slimme jongen ook, al werd ik altijd zo kwaad op hem. Ik snap dat hij zijn hachje heeft willen redden, ik zou hetzelfde gedaan hebben. Zelf was ik er toch gloeiend bij. Carl zegt dat hij nog af en toe contact heeft met Noel. Noel was een beetje een hypocriet kereltje. Hij zei altijd dat hij zo op ons gesteld was: ik zou niet weten wat ik zonder jullie aan zou moeten, broers. Ik rol een sigaret op het balkon. Ook dit jaar hangen er weer lichtjes buiten. Aan het balkon van mevrouw Bucinwski hangt een vilten kerstman. Ze hebben het zwart van de muren gekrabd, zoals bij een aangebrande worst op de barbecue. Mevrouw Bucinwski was in haar slaap gestorven door de rook; de brand had het appartement verder niet ernstig beschadigd. Dat hadden we weer mooi voor elkaar gekregen. Noel had zijn mond gehouden. Tegen mijn advocaat had hij gezegd dat hij niet voor en niet tegen me zou getuigen.

 

28 december 2018: Carl Atwood aanvaardt het vriendschapsverzoek van zijn oude schoolmakker Ed Morecambe. Ed Morecambe is nieuw op Facebook.

 

Iedere dag stapt hij in de auto, ‘s middags na het eten, als de gezelschapsspelletjes op tafel komen. Een uur of twee houdt hij het vol, maar dan staat zijn hoofd op barsten: te veel geklets, te veel irrelevante informatie. Hij moet naar buiten of hij ontploft. Als hij buiten is, ontploft hij alsnog, maar dan hoeft tenminste niemand het te ontgelden. Hij kan beter alleen zijn als hij ontploft. Dat wist Ed vroeger al: als ze gevochten hadden, bleven ze daarna uit elkaars buurt. Een paar uur later was alles vergeten. Hij rijdt naar de eerste buitenwijken, neemt de oprit naar de M18 en daarna de ringweg om de stad. Zijn woede zakt niet, dat wil zeggen, na verloop van tijd wel maar iedere dag duurt het langer. Vanaf het viaduct kijkt hij naar de volksbuurt waar hij drie maanden met Ed en Noel heeft gewoond. Hij denkt aan de eerste keer dat ze genoeg geld bij elkaar hadden om helemaal los te gaan. Zij drieën, aan de ronde tafel in de keuken annex woonkamer. Het was rond de kerst en het raam was beslagen doordat de verwarming op volle toeren draaide. Ze waren helemaal van de wereld, liepen in hun T-shirt en onderbroek. Het in plakband gewikkelde pakje lag midden op de tafel. Ed had het langs de rand opengesneden met een stanleymes. Het contrast van het witte poeder op de zwarte steen – Het schijnt dat je zo verslaafd raakt, had Ed op ernstige toon gezegd. De anderen lachten. Carl was bang geweest dat de ogen van zijn vrienden uit hun hoofd zouden rollen. Hij neemt het viaduct dat met een bocht naar The Heights voert en parkeert onder aan blok vier. Aan de telefoon had Ed gezegd: ik trek het niet meer, ik heb al drie dagen geen klap uitgevoerd. Ik zou het leuk vinden om wat oude vrienden te zien. Ik heb lang genoeg stilgezeten.

 

28 december 2014: Noel Livermore plaatst een statusupdate: ‘iedereen bedankt voor de wensen en sorry voor de late reactie.’ Geen foto. Likes: twaalf. Comments: twee. Carl Atwood: ‘hoe is het met joanna’. Noel Livermore: ‘ligt nog steeds in het john hopkinson maar aan de beterende hand ook de beste wensen aan jou en de rest van de familie’.

 

Twintig jaar in hetzelfde bedrijf. Nooit iets gedaan waarin hij zijn creativiteit kwijtkon. Ze maken nu al vijf jaar dezelfde honden. Hij denkt aan wat andere mensen van zijn leeftijd doen, of al gedaan hebben. Twintig jaar geleden woonde hij drie maanden lang met zijn twee beste vrienden in een appartement op de twaalfde verdieping, tot Ed opgepakt werd voor brandstichting en dealen. Hij werd niet aangeklaagd voor doodslag, maar omdat hij een paar jaar daarvoor al voorwaardelijk had gekregen werd het nu meteen twintig jaar. Daar eindigde het, met de arrestatie van zijn geschifte vriend, de enige die het leven voor hem in petto had gehad. Vanaf dat moment was de curve bergaf gegaan, met als dieptepunt het ongeluk van Joanna. Als Noel aan zijn jeugdvrienden denkt, stelt hij zich altijd voor dat ze uitgegroeid zijn tot wie ze in aanleg altijd al waren. Carl, de stachanovistische effectenmakelaar. Ed, de crimineel. Twee kanten van dezelfde medaille; allebei heethoofden. Het soort vrienden waar iedere jongen uiteindelijk van droomt, denkt Noel. Hij ziet het leven van zijn vrienden voor zich als ijzerdraad dat wordt afgerold, glanzend, ononderbroken, en dat de vorm aanneemt die door het lot is voorbestemd. Hij stelt zich voor dat ze nu een cocktail zitten te drinken, een martini zonder ijs, om Eds herwonnen vrijheid te vieren – goedgekleed, ergens in een bar op de hoogste verdieping. En ondertussen zit hij hier, in de overmaatse pyjama die zijn volwassen leven is, een fanta te drinken en op Facebook te kijken. Geen comments. Er gebeurt nooit iets. Noel vraagt zich af hoe het zou zijn om voor één keer alles in brand te steken. Hij denkt aan de puppy’s in hun hokken, tweeëndertig paar ogen die hem aanstaren. Zijn telefoon trilt in zijn zak.

 

28 december 2018: Ed Morecambe wil je vriend worden op Facebook.

 

Emerging translator Italian-Dutch

Lies Lavrijsen holds a degree in Romance languages (French and Italian) and has been working as a translator of children’s books and young adult literature for several years. She has been nominated for the IBBY Honour List 2018 for her translation of Frida, a crossover picture book about Mexican artist Frida Kahlo by Sébastien Perez and Benjamin Lacombe. She has always been passionately in love with the Italian language and literature and hopes that more young Italian authors will be discovered by Dutch publishers as a result of the CELA project.

Vertel het verder: