De teen van Mozes

Achttien jonge Vlaamse en Nederlandse auteurs laten eeuwenoude artefacten spreken. Linda van der Pol geeft een stem aan een Mozesschildering van Maerten de Vos. 'Wat gezien is, kan niet meer ongezien zijn.'
Door Linda van der Pol op 2 okt 2018
Tekst
Literatuur
Wetenschap & geschiedenis
Schrijfresidentie Parijs
Maerten de Vos, 'Mozes toont de tafelen der wet aan de Israëlieten (met portretten van leden van de Antwerpse familie Panhuys en hun gematigde vrienden)', 1574/1575. Collectie Museum Catharijneconvent, Utrecht. Foto: Ruben de Heer.

Tijdens de Nacht van de Geschiedenis zal Linda haar tekst live voordragen bij Maerten de Vos' schilderij van Mozes en de Israëlieten, in de expo '80 Jaar Oorlog' van het Rijksmuseum. Op 15 december staat Linda op het podium van Perdu tijdens Mais oui, Paris! in Amsterdam.

De teen van Mozes

 

'Rechtsvoor. Geknield meisje, kruik onder haar arm, tien jaar oud.

Ik ga ervan uit dat u een lijf zoekt bij mijn stem, u wil een gezicht, u zoekt emotie. Daarin moet ik u deels teleurstellen: dit ben ik niet. De schilder heeft me precies mijn moeders gelaat gegeven, in een andere teint.

Mijn naam, Anna, heb ik van de moeder van de moeder van Christus. Weten uw Anna’s dat nog wel?

Misschien doet het er ook niet toe.

 

Het beest vergeet. Verbergt niets, is altijd volkomen eerlijk, weet niet hoe het een rol moet spelen. Rondspringend van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, van dag tot dag, het eet, rust, verteert, springt weer op. Het weet niet wat gisteren of morgen is, is zich alleen in het moment van haar lusten en onlusten bewust, raakt niet zwaarmoedig, niet vermoeid.

 

Bij ons op het doek: nog geen hond.

Ik zie u denken, die koopvaarders durven wel — zich te laten portretteren als de Israëlieten, het volk van Mozes, en met de geboden, “U zult geen andere god aanbidden.”

En de verafgoding van Koningin Geld, dan?

Het goud vloeit, dat is waar, maar dat is voor Gods tabernakel. We volgen God en God alleen: van de Spanjaarden en hun heiligen moeten we niets hebben.

 

'Was Mozes maar naar Antwerpen gekomen, denk ik soms, in de woestijn duurt de tijd lang.' 

Was Mozes maar naar Antwerpen gekomen, denk ik soms, in de woestijn duurt de tijd lang.

Voor uw familieportret hebt u vast ook de woestenij opgezocht. In witte T-shirts bij de branding, of in een oerbos, onder de dikste boom. Het is makkelijk geworden, hé, met die camera’s en telefoons? Misschien zo makkelijk, dat u gedachteloos duizenden foto’s trok, maar nooit één goede, nooit één complete.

Na mij kwamen Peter, Margje, Bart, Janneke, Gilles, Jan, Servaas, Babs en twee Pieters. Bijna allemaal te vroeg dood. Peter, mijn beste vriend, staat hier bij mama’s benen — de verf zal hem ziek gemaakt hebben. Hun gezichten zijn me mistig, maar hun geuren…

Warm, mild, melkachtig.

 

Meestal staan bezoekers links, bij de minder serieuze meisjes met hun mooie neusjes en in gekleurde jurken, en bij de zwarte vrouw, achteraan, van wier aanwezigheid u iets zult vinden.

Uw geschiedenis is lang niet cyclisch meer, ook geen stijgende lijn: de helft van al wat leefde op aarde is verdwenen, u maakt geen opmars naar een paradijs. U bent postmodern, u heeft geen grote verhalen, maar ontelbaar veel individuele ervaringen.

Doe me daarom een plezier, zet één stap opzij, laat mij uw mildheid ruiken… en kijkt u een tel naar de teen van Mozes, afschrikwekkend fors, waar ik me al eeuwen tevergeefs van afwend:

U bent geen beest, al zou u soms wel willen, u sleept het verleden als een ketting mee. Wat gezien is, kan niet meer ongezien zijn.'


© Marianne Hommersom

Linda van der Pol

Linda van der Pol (1992) schrijft fictie en non-fictie. Ze is neerlandicus en cultuurhistoricus, is even bezeten door Flevoland als door oost-Europa en haar werk werd onder andere gepubliceerd in De Groene Amsterdammer en bij Hard//Hoofd. In Parijs buigt ze zich over de aloude dichotomie beschaving en barbarij.

 

Als opdrachttekst bij de aanmelding voor de residentie stelt Linda in een audiodocu de vraag: wie was Joke Smit?

Oude werken, jonge schrijvers

 

Jonge Vlaamse en Nederlandse auteurs die eeuwenoude artefacten laten spreken. In korte poëzievoordrachten en prozavertellingen laten zij de unieke stemmen horen van kletterend wapentuig, ingetogen schilderingen en verrassende voorwerpen.

 

deBuren gaat sinds 2012 iedere zomer met een groep aanstormend schrijftalent uit de Lage Landen naar Parijs. Twee weken verblijven ze daar om over de grenzen heen elkaars werk en ideëen te leren kennen en aan nieuw materiaal te werken. De lichting van 2018 brengt een artefact uit de tentoonstelling over de Tachtigjarige Oorlog op literaire wijze tot spreken. Wat zie je door de ogen van de mensen aan de rand van een schilderij? Hoe klinkt de knal van een tiental kanonskogels en wat heeft het beulszwaard van Van Oldenbarnevelt ons te vertellen?



Tijdens de Nacht van de Geschiedenis bezetten de literaire talenten uit onze schrijfresidentie de expo 80 Jaar Oorlog in het Rijksmuseum. Linda van der Pol schreef over een schilderij van Maerten de Vos, dat te zien is in de zaal Breuk. 

 

 

Je hoort de verhalen, gedichten en reflecties ook elke doordeweekse oktoberavond in Nooit meer slapen en leest ze op de websites van Maand van de Geschiedenis en deBuren.

 

Vertel het verder: