De natte zoen van Fidel Castro

Voor de zevende Speech Battle vroegen wij aan deelnemers om een speech te schrijven voor een dictator. Maar hoe doe je dat? Speechschrijver, vast jurylid en co-organisator Renée Broekmeulen gaf tijdens de Battle een inleiding.
Lees/luister/kijk
Door Renée Broekmeulen

´Een goede speech heeft pathos, logos en ethos. Dictators hoeven geen woorden te verknoeien aan hun ethos, dat dwingen ze gewoon af: wie niet voor me is, is tegen me.´

 

Voor de zevende Speech Battle vroegen wij aan deelnemers om een speech te schrijven voor een dictator. Maar hoe doe je dat? Speechschrijver, vast jurylid en co-organisator Renée Broekmeulen gaf tijdens de Battle een inleiding over het schrijven van een een goede dictatorspeech. En over die natte zoen die ze ooit kreeg van Fidel Castro.

In 1986 werd ik in Nederland internationaal secretaris van de LSVb, de Landelijke Studentenvakbond.

Voor de jongeren onder ons: dat was het jaar van grootse protesten tegen de plaatsing van kruisraketten,

het jaar waarin de kerncentrale in Tjernobyl ontplofte, en Evert van Benthem voor de tweede keer de Elfstedentocht won.

Het is ook het jaar, het tijdperk van de Sovjet-Unie en de DDR, apartheid en glasnost, Irangate en het gat in de ozonlaag.

Het tijdperk, de wereld van Reagan en Thatcher, Gorbatsjov en Honecker, Pinochet en Bouterse.

In Nederland is Lubbers premier en verdwijnt de CPN na 67 jaar uit het Nederlandse parlement.

 

Het was een mooi baantje.

Ik reisde naar congressen in Moskou en Minsk, Brussel en Parijs.

Ik ontmoette studenten die communist waren in Pakistan, democraat in Chili en kapitalist in de DDR.

En in 1987 werd ik uitgenodigd voor een Internationaal studentencongres in Havana. We sliepen in Hotel Nacional – nu vijf sterren, toen nog vergane glorie vol stoffige gordijnen, krakende bedden en krioelende kakkerlakken.

We discussieerden over democratie en feminisme, over toegankelijkheid van het onderwijs en studiefinanciering, over actie en verzet.

We bezochten de Varkensbaai, dronken liters rum en vroegen ons vooral iedere dag af: zou HIJ komen?

Hij was natuurlijk Fidel Castro.

En hij kwam.

De laatste middag.

We mochten vragen stellen.

Twee vragen waren samen goed voor ruim vier uur antwoord.

Grootse woorden over het bloed van het volk, de emancipatie van de massa en de kracht van de revolutie.

Het verveelde geen minuut, ook al was mijn Spaans niet bijster goed.

We waren onder de indruk.

En ’s avonds was hij opeens ook in de tuin van het hotel.

Ik kreeg een hand en een nogal natte zoen.

Mij Finse collega viel bijna flauw.

Ik realiseerde me eigenlijk pas veel later hoe bijzonder dat moment was.

Zo dicht bij een echte dictator kom je tenslotte niet vaak.

 

Ik vond het dus prachtig dat we dit jaar een speechbattle konden organiseren rond de nacht van de Dictatuur.

Schrijf een speech voor een dictator.

Geen makkelijke opdracht, want dat is – gelukkig – een traditie die we niet van heel dichtbij kennen.

Al hebben ook sommige democratisch gekozen leiders wel eens dictatoriale trekjes...

 

Maar wat is er nu bijzonder, anders aan een speech voor een dictator?

 

Wat vooral anders is, is het doel.

Het gaat er niet om mensen te overtuigen – je hebt toch altijd gelijk – maar om mensen enthousiast te maken en vooral te houden.

Want, vrij naar Stef Blok: noem mij een voorbeeld van een postrevolutionaire samenleving, waar mensen in vrede en voorspoed samenleven...

 

Aan revoluties gaat meestal een hoop ellende vooraf – de deelnemers aan de battle wisten daar vele poëtische woorden aan te wijden: het zwartglinsterende bloed, de wegkwijnende zuigelingen en huilende moeders vlogen ons om de oren.

Maar na een revolutie is er meestal ook nog het nodige te wensen: zorg, eten, werk.

Om maar wat te noemen.

En daar moet je als dictator wat tegenover stellen.

Geluk, geld, voldoening, een klasseloze samenleving, een duizendjarig rijk of duizend bloeiende bloemen – overdrijven is ook heel dictatoriaal...

 

U heeft het vast al eens gehoord: een goede speech heeft pathos, logos en ethos. Pathos staat voor passie, emotie, de woorden die je gebruikt om gevoelens op te wekken.

Logos staat voor feiten en structuur, de woorden die je gebruikt om je stelling te bewijzen.

Ethos staat voor charme en charisma, de woorden die je gebruikt om duidelijk te maken dat je geloofwaardig bent.

Dictators hoeven geen woorden te verknoeien aan hun ethos, dat dwingen ze gewoon af: wie niet voor me is, is tegen me.

Met dodelijke afloop...

En verder wint pathos het in hun speeches meestal van logos.

In speeches van dictators is gevoel belangrijker dan rede/ratio.

Het gevoel dat de strijd die gestreden wordt heroïsch is, dat de strijd zelf de motor is van de vooruitgang zoals Hans Blom twee weken geleden in de Volkskrant schreef toen hij de Nederlandse versie van Mein Kampf recenseerde.

Het gevoel dat het lijden van nu leidt tot een utopisch bestaan later.

De Vijfjarenplannen waar Lenin en Stalin en hun collega’s dol op waren, zijn bedoeld om die toekomst behapbaar, voorstelbaar te maken.

Daarom moest de speech van onze dictator gaan over zijn Vijfjarenplan: waar gaan we naartoe, waar was het allemaal goed voor?

Want daar wordt het moeilijk, daar moet je als dictator de juiste plannen hebben en de juiste woorden vinden om het enthousiasme van je volk vast te houden.

Om je volk tevreden te houden.

Niet de minderheid, maar de meerderheid.

Want een revolutie smaakt vaak naar meer.

Als het bloed eenmaal heeft gekookt en de gemoederen eenmaal verhit waren, is een nieuwe revolutie, is een nieuwe dictator geen al te grote stap.

Dus je moet dingen beloven. Misschien geen democratie, zoals één van de inzendingen, maar brood en spelen of zelfs een ander land, een andere wereld; leuke dingen voor de mensen die de illusie geven dat hun leider het beste met hun voor heeft en alles straks beter wordt.

Ja, grote en kleine zaken die allemaal grote woorden nodig hebben.

 

We kunnen rustig vaststellen dat revoluties en kneuterigheid niet samengaan.

 

Daarom is het in Nederland nooit zover gekomen.

Bijna precies 100 jaar geleden zaten we er even dichtbij...

Op 12 november 1918 hield Pieter Jelles Troelstra, leider van de Sociaal Democratische Arbeiderspartij- de voorloper van de PvdA – een toespraak waarin hij aankondigde dat de arbeidersklasse niet meer om veranderingen zou vragen, maar veranderingen zou afdwingen; zonder geweld, al zou men voor geweld niet wijken.

Hoe dat er allemaal precies uit zou zien werd niet helemaal duidelijk, maar revolutionair was het zeker.

Kamerlid Bomans - ja de ‘vader van’ - sprak van ‘bedenkelijke opruiing’, het kabinet bezon zich op maatregelen en de particulier secretaris van koningin Wilhelmina stopte twee handkoffers vol juwelen en 40.000 gulden onder zijn kleding, om ‘in geval van uiterste nood koningin en prinses voort te kunnen helpen’.

Troelstra was te ver gegaan.

Dat vond zijn fractie, de partijleiding, de rest van de Kamer en het kabinet.

Veel arbeiders dachten daar echter heel anders over.

De avond voor de Kamertoespraak had Troelstra een soortgelijk verhaal gehouden in Rotterdam en daar was de nieuwe revolutionaire beweging met vreugde en instemming begroet.

Maar in plaats van een bestorming van de burgerlijke barricaden – het Rotterdamse stadhuis – gingen de mensen ordelijk naar huis.

Want ‘het parool der leiding’ dat ze geacht werden te volgen was al per rijtuig teruggekeerd naar Den Haag.

Troelstra, onze dictator- in- spé was doodmoe....

 

Het was zoals de liberaal Marchant twee dagen later in de Kamer zei: “Men heeft gevraagd; als nu overal in het buitenland, tenminste naar het oosten, revolutie is, waarom moet die dan ophouden in Zevenaar? Ik antwoord: om de eenvoudige reden dat Zevenaar in Nederland ligt.”

Inderdaad, Nederland is te kneuterig voor revoluties…

En gelukkig ook te kneuterig voor dictators; Thierry Baudet mag lekker aan het zwembad blijven dromen...

Wij speechschrijvers hoeven dus ook niet te leren hoe je een speech schrijft voor een dictator, maar het bleek erg leuk om het een keertje te proberen.

Er waren maar liefst 114 inzendingen.

Mijn Vlaamse collega Kristoff Geutjes zal straks vertellen wat we van al die speeches vonden, maar we gaan eerst luisteren naar de drie die we er als beste, meest passende uit hebben gehaald.

Journalist Henk Hofland schreef ooit: “In Nederland vindt nooit een staatsgreep plaats, omdat we hier geen grote balkons hebben.”

Vandaag is De Balie voor even een heel groot balkon!

Vertel het verder: