De man met de pijp | Niña Weijers

Naar aanleiding van de tentoonstelling ‘Fernand Léger. Schoonheid alom’ nodigden deBuren en BOZAR vijf auteurs uit om in gesprek te gaan met de werken van de kunstenaar. Niña Weijers schreef het verhaal achter 'De man met de pijp'.
Door Niña Weijers op 16 mei 2018
Tekst
Literatuur
Foto Niña Weijers (c) Merlijn Doomernik

Een man met een pijp, ja het zal wel, ik hoor het jullie feministen denken. Hoeveel mannen met pijpen zijn er niet vereeuwigd in de schilderkunst? Neem dat aanstellerige zelfportret van Van Gogh met zijn verbonden oor. Courbet met zijn ijdele blik en gespeelde nonchalance. De keurige meneer van Cézanne. Metzinger, Modigliani, Miró. De Vlaminck. Chagall. To name a few.

Wat moesten die pijpen in hemelsnaam verbeelden? Mannelijkheid? Kunstenaarschap? Levenskunst? Wat zou Freud te zeggen hebben over dat eeuwige gelurk?

Wie een femme a la pipe zoekt in de schilderkunst, kan daar vlug mee ophouden. Pijproken is voor mannen. Vrouwen mogen daar hooguit naakt bij op de achtergrond liggen, al dan niet met hun benen gespreid (ja jij, Picasso).

Wat moesten die pijpen in hemelsnaam verbeelden? Mannelijkheid? Kunstenaarschap? Levenskunst? Wat zou Freud te zeggen hebben over dat eeuwige gelurk?

Ik wil alvast even zeggen: zo ben ik niet. Ik ben een avant-gardeman, gemaakt van blik, volledig gemechaniseerd en geëmancipeerd. Ik ben een eeuw oud, maar ik voorspel de toekomst.

(Die pijp is maar een grapje van mijn maker — je moet trouwens je best doen die überhaupt te ontwaren, zo achteloos ligt hij in mijn hand. Heb je trouwens ooit iemand zien roken door een pijp van blik?)

De argeloze toeschouwer zal misschien denken dat ik een ridder ben, mijn blikken huid slechts een harnas om me te wapenen tegen invloeden van buitenaf. Maar ik vraag je: waartegen zou een harnas me moeten beschermen in een wereld als deze?

Kijk in mijn ogen. Ik ben een mens met fabrieksorganen, met gevoelens van tandwielen en gedachten in de zuiverste algoritmes. Ik ben allang voorbij de oppositie mens/machine, natuur/cultuur, zwart/ wit, man/vrouw, pijpen/gepijpt worden — ja sorry, het onderwerp ontlokt me flauwiteiten. Wie al bijna een eeuw stokstijf in de olieverf staat om de toekomst te voorspellen, wordt af en toe melig van zijn missie.

Ik ben een avant-gardeman, gemaakt van blik. Op een dag zullen alle mannen zijn zoals ik. Kijk in mijn ogen.

(Fun fact: lang geleden, zelfs nog voor de tijd dat ik geschilderd werd, was het een volksgebruik op plattelanden her en der om jongens die bij meisjes thuis op bezoek kwamen, een pijp aan te bieden. Als hij bij een tweede bezoek opnieuw een pijp kreeg van haar ouders, en het meisje hem een kooltje aanreikte voor het vuur, dan mocht hij haar vrijer worden. Niet verwonderlijk dat ‘heb je een vuurtje voor me’ decennialang zo hardnekkig dé openingszin bleef voor jongens die meisjes wilden versieren. Nu rokers de status van leprozen hebben gekregen, kunnen die meisjes eindelijk eens iets anders doen dan andermans vlam ontsteken).

Ik ben een avant-gardeman, gemaakt van blik. Op een dag zullen alle mannen zijn zoals ik. Kijk in mijn ogen.


Beeld Fernand Léger, De man met de pijp, 1920. Centre Pompidou, Paris – Musée national d’art moderne/Centre de création industrielle © Centre Pompidou, RMN-Grand Palais / Agence Bulloz © SABAM Belgium 2018. 

 

Deze tekst is ook te lezen in Proza voor Fernand Léger, dat opgenomen is in de bezoekersgids van de tentoonstelling. Tijdens de nocturne op dinsdag 29 mei leiden de vijf auteurs bezoekers rond langs hun favoriete werk van de tentoonstelling en stellen ze hun teksten voor.

 

Deze literaire nocturne is een coproductie van Vlaams-Nederlands huis deBuren en BOZAR.

 

Vertel het verder: