De Zeven Hoofdzonden springlevend

Naar aanleiding van onze nieuwe debatreeks De Zeven Hoofdzonden geeft Rik Torfs, vaste moderator van de reeks, duiding bij de zonden. De kracht en het succes van deze hoofdzonden zijn volgens hem aan twee factoren te danken. Vooreerst bestaan ze niet echt, en ze zijn vaag genoeg om altijd en overal in de buurt te blijven.
Door Rik Torfs op 16 jun 2009
Tekst

De Zeven Hoofdzonden springlevendVerleden maand had monseigneur Girotti van de Apostolische Penitentiarie te Rome een gesprek met L'Osservatore Romano, de partijkrant van het Vaticaan, die ook in Vlaanderen moeiteloos lezers vindt, want zie, al onze bladen verspreidden het bericht dat er nieuwe hoofdzonden waren bijgekomen. Girotti zette ze netjes op een rij: vervuiling, genetische manipulatie, sociale ongelijkheid. Zonden winden Vlamingen danig op, en daar gaat enige dubbelzinnigheid mee gepaard. Enerzijds vinden we het een schande dat er nieuwe zonden bijkomen. Die kerk! Hoe durft ze! Anderzijds zoeken we onmiddellijk uit hoe we die zonden actief kunnen bedrijven, want zondigheid staat stoer. De gemiddelde Vlaamse huismoeder slooft zich uit om er als een zondares uit te zien, ondanks haar fidele gelaatstrekken. En de volmaakte kantoorbediende, te saai om corrupt te zijn, verzekert ons met een smoezelige glimlach dat zijn zondigheid boven elke twijfel verheven is. Wie zonder zonden is, krijgt de eerste steen toegeworpen.

De fascinatie voor de zeven hoofdzonden past in dat plaatje. Humo pakt er al heel erg lang mee uit, ook in de tijd die aan de alsmaar aanzwellende fusiegeruchten met Kerk en Leven voorafging. Ze zijn dan ook erg oud, de zeven hoofdzonden. Er bestaan al sporen van in de vierde eeuw, paus Gregorius I (540-604) zette ze op een rij in de zesde eeuw, en ook Thomas van Aquino (+ 1274) maakte er melding van in zijn Summa Theologica. De kracht en het succes van deze hoofdzonden zijn aan twee factoren te danken. Vooreerst bestaan ze niet echt. Het gaat niet om een officiële lijst, maar om een beweeglijke leidraad die dus niet kan worden opgeheven. Dat is een ijzersterk punt. De hoofdzonden zijn krachtiger dan een wettekst. Een wet kan worden afgeschaft, een lijst met morele wenken niet. Een beetje zoals de afzetting van een dictator wel mogelijk is, maar die van een profeet niet, want een profeet bekleedt geen enkele functie. En er is nog een tweede sterk punt: de zeven hoofdzonden zijn vaag genoeg om altijd en overal in de buurt te blijven. Ze zijn niet de gevangenen van een strakke definitie. Luiheid, ijdelheid, gulzigheid, onkuisheid, gierigheid, woede, jaloersheid: prachtige begrippen! Hun invulling is nu en dan verouderd, maar hun diepere inhoud wordt nooit uitgehold.

Wie vandaag naar de zeven hoofdzonden kijkt, stuit op minstens drie verschijnselen die de aandacht trekken: er bestaan vermomde, verplichte en vernieuwde hoofdzonden.

De vermomde hoofdzonden. De luiheid biedt er een prachtig voorbeeld van. Rechtgeaarde katholieken, voor zover die bij ons nog vrij rondlopen, staan erop een deugdzaam leven te leiden. Luiheid is bijvoorbeeld uit den boze. Maar kerkleiders komen wel uitdrukkelijk op voor onthaasting, want zeg nu zelf, anders leef je toch niet echt? Zie je toch niets? Verslapt je aandacht voor Gods schepping? Wie nader toekijkt, ontdekt echter dat onthaasting niets anders is dan de hoofdzonde luiheid, weliswaar vermomd als een deugdzame kloosterzuster. Typisch! De duivel vermomde zich vroeger ook al. Wreed kan ze zijn, die onthaasting. Veronderstel dat drie collega's samenwerken op een kantoor. Twee nemen het besluit om te gaan onthaasten. Daar zit de derde dan. Hij blijft achter met alle werk, en trekt bovendien moreel aan het kortste eind, want onthaasters zijn toch zulke fijne mensen. Als ik zelf geen katholiek was, zou ik dit een tsjevenstreek noemen: doodgewone luiheid vermomd als nobele onthaasting. Schande! Maar pas op, en ook hier ligt een cliché op de loer, niet alleen katholieken zijn hypocriet. Ook een dapper vrijdenker, neem nu de doorsnee BV, drukt de luiheid aan zijn hart, zij het op een geheel eigen wijze. Tijdens interviews met de verzamelde wereldpers herhaalt hij telkens weer dat hij eigenlijk verschrikkelijk lui is. Lui, lui, lui, je hebt er geen idee van, beste mensen, voor u zit de vleesgeworden passiviteit. De BV pakt er glimmend van trots mee uit. Wie scherp toekijkt, merkt echter dat hij niet zozeer zijn luiheid etaleert, maar wel zijn genialiteit. Wie het ver heeft gebracht en toch lui is, heeft zijn succes aan zijn genie te danken. Kortom, de BV die zich lui noemt, is waarschijnlijk een uitslover, maar zeer zeker een ijdeltuit, die ons probeert wijs te maken dat hij moeiteloos briljant weet te zijn. Luiheid is vermomde ijdelheid, en dat is ook een hoofdzonde, maar een andere. Niets is wat het lijkt. De zonden zijn vermomd. De onthaaster doet zich als een diepzinnig iemand voor, en is eigenlijk lui. De BV van zijn kant veinst luiheid, maar weet zijn ijdelheid nauwelijks onder controle te houden.

Naast de vermomde hoofdzonden, vallen de verplichte op. Hier scoort de onkuisheid hoog. Vroeger was het raadzaam om kuis te zijn. Niet te veel seks en zo. Efficiënte voortplanting, liefst in het donker. Mooie tijd trouwens, de fifties, weinig seks, veel voortplanting. Want schuld en schaamte maakten zich van ons meester. Nu zijn we daar in Vlaanderen van bevrijd, ofschoon we nog altijd niet helemaal bijgekomen zijn van de bevrijding, misschien wel als laatste land van West-Europa. Maar goed, vandaag liggen de kaarten duidelijk anders: onkuisheid is een dure plicht geworden. Als een hoogwaardigheidsbekleder in een interview de vraag krijgt voorgeschoteld wat voor hem het hoogste lichamelijke genot is, moet het antwoord zonder aarzelen luiden: het orgasme! Dat geldt ook wanneer de ondervraagde een bejaarde minister van staat is, die diep in zijn hart tegen een orgasme opkijkt als tegen een wereldreis in een tweedeklascoupé, en die eigenlijk niets heerlijker vindt dan een glas Gevrey-Chambertin geserveerd op de juiste temperatuur. Maar neen dus, het orgasme zal hij prijzen met een vibrerende stem waaruit alle lust is verdwenen. Vroeger was die er wel. Toen het nog niet mocht. The tragedy of the elderly statesman. De plicht tot zonde, in plaats van de zondagsplicht. Misschien zijn wij wel een volk dat niet van vrijheid houdt. Wat niet langer niet mag, moet.

Hoofdzonden kunnen vermomd zijn of verplicht. Dan kennen zij inhoudelijk donkere momenten, maar tegelijk scherpen ze de geest. Toch bestaan er ook vernieuwde hoofdzonden. Ze gooien hun oude gewaden af. Soms zien ze eruit alsof ze de tegenpool van de traditionele hoofdzonden zijn, terwijl ze wezenlijk hetzelfde zeggen. Neem nu de gulzigheid of vraatzucht. Het was me wat met die menu's van honderd jaar geleden. Zeven gangen, op zijn minst. Je staat er van te kijken dat er toch nog enkele disgenoten waren die levend het feestmaal verlieten. Vandaag eten we minder. Veel minder. Soms eten we helemaal niet. Misschien is extreme magerzucht wel de moderne gulzigheid. Knokige juffrouwen met gekwelde gezichtjes die dood neerzijgen op de catwalk.Ook de gierigheid doet zich anders voor dan vroeger. Elke frank in twee bijten, dat is niet langer populair, ook al omdat er nog weinig franken overblijven. Vandaag zijn we gierig met de tijd. Die willen we niet meer delen of afstaan. Je kunt dat zeperig bekijken, en erover klagen dat er geen schouders meer zijn om uit op te huilen. Maar gierig omspringen met de tijd heeft ook onverwachte consequenties. Zo vloeit het stoere begrip zero tolerance dikwijls voort uit een gebrek aan tijd. Repressief optreden gaat immers vlugger dan eindeloze gesprekken aanknopen om de dolende medemens weer op het rechte pad te brengen.En waar wordt de onkuisheid virtuozer beoefend dan in de media? Voyeurisme. De mens als object, die wordt weggegooid als het verhaal is verteld. De onkuisheid richt zich minder dan vroeger op het naakte lichaam, maar ze blijft wezenlijk dezelfde. Zoals het beroemde tweeluik van Goya in het Prado te Madrid, voorstellende de naakte Maya, en de geklede Maya. Het gaat om exact dezelfde vrouw, in exact dezelfde pose. Met exact dezelfde blik die van de kijker een voyeur maakt.

Heerlijke zonden. Goed dat ze er zijn. Dat ze er nog altijd zijn. De biecht is weg, maar de zonden zijn gebleven. Ze verplichten ons om na te denken. En ze geven ons een heerlijk schuldgevoel, dat voor afstomping behoedt. Het schuldgevoel is zoals alcohol. Geniet ervan, maar geniet met mate.

Rik Torfs is professor kerkelijk recht aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij publiceert regelmatig opiniestukken in de Vlaamse pers en heeft een tweewekelijkse column in De Standaard. Zowel in zijn artikelen als op radio en televisie werpt hij zich op als een helder en kritisch commentator van religieuze kwesties. Hij is de vaste gastheer van de debatreeks De Zeven Hoofdzonden.

 

Vertel het verder: