Quelques dialogues intimes dans la chambre à coucher

Slaapkamerdialogen van Julie Cafmeyer: over dansen op Madonna, onduidelijke complimenten en afwezige fotokaders.
Door Julie Cafmeyer op 14 okt 2017
Tekst
Literatuur
Schrijfresidentie Parijs
© Ilya Ilyukhin

Achttien jonge schrijvers namen deze zomer deel aan de schrijfresidentie van deBuren in Parijs. Tijdens deze zesde editie vroegen we aan negen deelnemers een artistieke reactie te schrijven over het thema ‘tijd’. De andere helft schreef over ‘geluk’. In de aanloop naar de ‘De maakbare tijd’ in Tongeren publiceren we deze teksten in ons magazine.

 

Slaapkamerdialogen van Julie Cafmeyer: over dansen op Madonna, onduidelijke complimenten en afwezige fotokaders. Over hoe de tijd dat je elkaar echt vasthoudt niet te meten valt met een secondewijzer.

Quelques dialogues intimes dans la chambre à coucher

 

Johan stuurde me vannacht een filmpje waarop hij karaoke zong op Lost van Michael Bublé. Ik zei dat ik er tranen van in mijn ogen kreeg. Hij zei ‘doe niet zo emotioneel’. Als ik me slecht voel mag ik in zijn bed liggen en masseert hij mijn hele lijf. Hij wil soms aan mijn borsten komen, maar dan schiet ik in de lach en duw ik hem van me af. Johan valt niet op vrouwen en toch vind ik dat we geliefden zijn. Dat verklap ik hem niet, hij zou alleen maar zeggen: ‘doe niet zo emotioneel’.


*

Enkele dagen geleden bleef er een jongen slapen. Hij had een zilveren oorringetje in zijn rechteroor. Ik was bang dat ik een scheur in zijn oorlel zou aanbrengen als ik hem te bruusk beminde. Als mijn hand in de buurt van zijn rechteroor kwam, werd ik extra teder. Ik probeerde sowieso teder te zijn. Ik wilde hem aanraken, overal. Ik raakte zelfs zijn voet aan (misschien vond hij dat wat overdreven).

*

Johan vindt dat ik me seksueel moet bevrijden. Dat ik de innerlijke hoer in mezelf naar boven moet halen. Ik heb lang gedacht dat ik naar minnaars op zoek was, vluchtige seksuele ontmoetingen, een kamer vol genot, die niets met de buitenwereld te maken had. Sinds kort weet ik dat het niet waar is. 

 

*

Maxime blijft slapen. Hij valt ook niet op vrouwen, dus de kans dat hij vannacht mijn borsten aanraakt is klein. Hij neemt een douche en zet Madonna op. Ik was vergeten dat het nummer Don’t tell me bestond en samen dansten we in mijn huis. Bij de koffie zeg ik dat ik me op zondag vaak alleen voel. Wat bedoel ik met alleen? Alleen is gewoon alleen. Alleen is een bedorven pak kaas in de ijskast en de fut niet hebben het weg te gooien. Hij zegt dat hij me volledig begrijpt en dat het bij hem niet gebonden is aan zondag, maar aan alle dagen van de week.

*

Toen de jongen ’s ochtends wakker werd zei hij dat het leek alsof hij in een aflevering van The Young Pope was beland. Aangezien The Young Pope een religieuze televisieserie is – met als onderwerp engelen en God – denk ik dat het als compliment was bedoeld (zeker weet ik dat niet).

 

*

Hij zei: ‘De kamer was zo licht, ik was verblind door het licht’.

Hij zei: ‘De kamer was zo licht, ik was verblind door het licht’.

Diezelfde ochtend vroeg de jongen waarom er geen kaders in mijn slaapkamer hangen. Ik zei hem dat ik zelfs niet in staat ben een plant in mijn huis neer te zetten, laat staan een fotokader. Ik ben bang om me ergens vast te zetten, ik moet het gevoel hebben dat ik – waar ik ook ben – kan vertrekken.

*

Valeria Luiselli schrijft:
Ik wist dat het niet goed was vertrouwen te schenken aan de spullen in huis; dat wanneer we gewend zijn aan stilzwijgende aanwezigheid van het ene of het andere voorwerp het stuk gaat of verdwijnt. Mijn banden met de personen die me omringen werden altijd gekenmerkt door die twee manieren van discontinuïteit: ze braken of gingen in rook op.

*

Tijdens het vrijen met de jongen genoot ik. Ik denk dat ik een vijfvoudig orgasme kreeg, maar echt zeker weet ik dat niet. Ik was de tel kwijt. Toen hij vertrok, wist ik geen blijf met mezelf, ik ging gewoon liggen op mijn bed. Toen ik wakker werd, keek ik rond in mijn huis, ruimde de salontafel op – zeven bierflesjes, een Duvelglas en het boek van Valeria Luiselli. Toen ik het Duvelglas in de vaatwasser had gezet, keek ik rond in mijn huis en vroeg ik me af of hier eigenlijk iets veranderd was (of hier ooit nog iets zou veranderen).

*

De volgende dag kwam Johan op bezoek. Ik zei hem dat ik een fotokader in mijn slaapkamer wilde. Hij nam een spijker, een hamer en hing een kader aan de muur. Over de foto konden we nog nadenken. Ik overwoog een kopie van een schilderij van David Hockney. Ik ging op bed liggen, keek naar de lege kader en kreunde terwijl hij mijn naakte lijf masseerde. Toen hij mijn borsten aanraakte, schoot ik in de lach.

*

Misschien zijn de mannen met wie ik seks heb geen minnaars, maar boodschappers. Passanten die me iets meegeven. Ik zie hen graag om hun lijven, omdat ze mij kussen, om wat ze me leren. Ik begrijp alleen niet waarom ze altijd verdwijnen (ze breken, of gaan in rook op). 


*

Ik bel mijn vriend Benny. Ik zeg hem dat ik niets meer begrijp – over het leven, over de liefde. Hij zegt: ‘je kan je geen beter punt voorstellen dan dat, nu kan je weer verder’.

*

Die ochtend maakte ik in mijn hoofd foto’s van het gezicht van de jongen. Eerst zijn lippen, dan de oorbel aan zijn rechteroor, dan zijn hele gezicht. Maar hij had gelijk, de kamer werd bevangen door het licht, het enige wat ik kon zien was licht, hevig licht.

*

Ik weet niet of de jongen het leuk zou vinden als ik over hem schrijf. Wie zegt dat deze jongen bestaat? Misschien maakt hij geen deel uit van mijn leven. Misschien heb ik hem verzonnen. Misschien is hij hier nooit geweest.

 

*

Ik zag Johan vandaag. De zon scheen, we dronken lavendelthee en aten rabarbercrumblecake met twee lepels. Ik vroeg hem of we elkaar even konden vasthouden. Ik zag dat hij aarzelde en overtuigde hem: ‘niet langer dan drie seconden, beloofd’. Ik voelde zijn magere, warme lijf. Ik heb niet geteld, maar ik weet bijna zeker dat het langer dan drie seconden was.

Julie Cafmeyer

Julie Cafmeyer (1987) is schrijver en theatermaker. Haar voorstelling 'Bombastische Liefdesverklaring' is een collage van foto’s van ex-vriendjes, e-mails, sms’en, audio opnames en poëzie. Worstelend met haar liefdesleven ervaart ze orgasmes, wanhoop, afwijzing en de hemel. Ook in haar teksten vertrekt Julie altijd vanuit het persoonlijke. Met voorbeelden als Karl Öve Knausgard en Sophie Calle is ze gefascineerd door de schaamte, de privésfeer en hoe ze de toeschouwer tot intieme deelgenoot kan maken in haar werk.

Lees meer over de schrijfresidentie van deBuren

 

Op zaterdag 16 december komen de schrijvers naar de Brakke Grond

Vertel het verder: