De gang van karton

"Het lijkt alsof ik mezelf pas begin af te vragen wat ik beteken, zodra iemand oppert dat ik iets zou kunnen betekenen."
Door Loren Brouwers op 5 dec 2016
Tekst
Literatuur

Dit voorjaar begon het Vlaams-Nederlandse talentontwikkelingsprogramma voor schrijvers Talent op Tilt. Op 12 oktober bezochten de deelnemers In WIELS The Show must Ego on, de eerste grote solotentoonstelling van de Nederlandse kunstenaar Erik van Lieshout in België. Ze kregen een rondleiding door de kunstenaar zelf en de opdracht een artistieke reflectie te schrijven. De vorm was volledig vrij. Dit is de bijdrage van Loren Brouwer.

De gang van karton

Loren Brouwer

Ik moet terug naar dat moment. De gang van karton, foto's van katten tegen de wanden geplakt, tekeningen van meisjes met benen als mikadostokjes. Een naakte man hangt aan een ketting, een auto lijkt hem vooruit te trekken. Een jongen toont de essentie van roepen. Zijn hoofd getekend in lange lijnen alsof heel het gelaat uitstrekt bij het geluid. Wie alleen de contouren van mensen tekent, zoekt misschien naar de kenmerken van expressie, alsof je onze soort moet classificeren in een biologieboek.
  
Ik sta in die gang van karton en ik ben boos. Ik kom jou tegen in die gang en ik ben boos. Je vraagt me waarom en ik zeg: 'het is de hulpeloosheid van de kunstenaar.' Maar nu ik zojuist De minnaar van Marguerite Duras las, weet ik dat het meer is dan dat. De kunstenaar kleedt ons uit en ik ben niet boos omdat hij ons naakt maakt, zoals de Chinese man in De minnaar een zestienjarig meisje neemt, haar lippenstift uitveegt, haar mannenhoed afzet, haar schuin op bed legt, scheldt, huilt en liefkoost, nee ik ben boos om alle anderen die dit niet deden.

Het lijkt alsof ik mezelf pas begin af te vragen wat ik beteken, zodra iemand oppert dat ik iets zou kunnen betekenen. Ik ben ziek, maar ik wil mijn eigen chirurg zijn. Ik ben jaloers, maar ik weet nog niet hoe het gaat, een kunstenaar zijn. De kunstenaar lacht te veel. Erik van Lieshout lacht te veel, te nep en te hoog voor een man. We zeggen dat dit zonde is, hij durft niet, hij krabbelt terug. Hij duwt een boomstam over een rivier en stopt aan de rand van een waterval. Die waterval zit nu vast in mijn romp en ik denk aan hoe van Lieshout dit de gevangenis van elke kunstenaar noemt: 'hoe aan dat wat je voelt een vorm te geven'.
  
Van Lieshout zegt: 'het is een vorm van aandacht waar ik moeite mee heb'. Hij zoomt in op zijn moeder tot je de neusharen bijna uit haar neusgaten ziet groeien. Ik vraag me af, is dat dan rauwheid, onze echte gedaante, ons ego of juist de ontkenning daarvan? De stemmen die droog zijn, het camerawerk slecht, het licht onflatterend. Een kakkerlak neukt een andere kakkerlak en Van Lieshout zegt dat hij nooit zoveel niet heeft geweten als nu. Hij laat me zwemmen, Van Lieshout, hij liegt. Hij liegt over het niet aanwezig zijn van een waterval die je op enkele meters afstand hoort kletteren, maar we houden onze oren dicht, camera op de stilte gericht, nog nooit zozeer niet geweten wat we aan het doen zijn als nu.

 

Loren Brouwer

 

Benieuwd naar wat er nog meer uit de pennen vloeide?

Talent op Tilt is een talentontwikkelingsprogramma van Tilt en deBuren. Zes auteurs scherpten dit voorjaar hun pen: Giuseppe Minervini, Jens Meijen (de eerste Belgische Jonge Dichter des Vaderlands), Loren Brouwers, Marjolijn van de Gender, Bart Smout en Leen Pil. Tilt en deBuren haalden hen in het najaar naar het podium met een bijzondere schrijfopdracht: 'Volg een onbekend persoon op social media en laat je inspireren.' Gemist? Lees hier hun teksten!

Vertel het verder: