Het ongelijk van Darwin: huilen is nuttig voor de mens

De mens is de enige diersoort die emotionele tranen vergiet. Geen enkel ander dier doet hem dat na. Waarom is dat eigenlijk? Wat maakt huilen zo speciaal dat alleen mensen het doen? Hoogleraar Ad Vingerhoets (Universiteit Tilburg) gaf er een lezing over in de reeks Standpunt (NONA & deBuren).
Door Ad Vingerhoets op 12 nov 2014
Tekst
Wetenschap & geschiedenis

Hoogleraar Ad Vingerhoets (Universiteit Tilburg) praat graag over tranen en huilen. In tegenstelling tot Darwin is hij er van overtuigd dat tranen in de loop der evolutie wel degelijk een belangrijke functie hadden en nog steeds hebben en dat ze essentieel zijn voor het intermenselijk functioneren. Hij was op 21 oktober te gast voor de reeks Standpunt (NONA & deBuren) en schreef een column over het huilen.

 

De mens is de enige diersoort die emotionele tranen vergiet. Geen enkel ander dier doet hem dat na. Waarom is dat eigenlijk? Wat maakt huilen zo speciaal dat alleen mensen het doen? En wat is of zijn de functie(s) van emotionele tranen?

Hoewel het onderzoek naar emoties thans hoogtijdagen kent, is de interesse van onderzoekers voor het fenomeen huilen zeer gering. In de belangrijke handboeken over emoties zult u tevergeefs in de index zoeken naar termen als tranen, huilen of wenen. En toch begon het allemaal zo goed. Charles Darwin, de man van de evolutietheorie, schreef in 1872 het zeer belangrijke The Expressions of Emotions in Man and Animals, een standaardwerk dat nog steeds zeer de moeite van het lezen waard is. Daarin besteedde hij vrij uitvoerig aandacht aan tranen en huilen: één hoofdstuk gaat over lijden en een tweede hoofdstuk gaat over de tranen die onze tedere gevoelens en ontroering vergezellen. Heel merkwaardig was dat Darwin voor emotionele tranen eigenlijk geen functie kon bedenken. Hij zag wel het belang van de zogeheten basale tranen, die voor voeding en bescherming van het oog zorgen, maar waarom wij bij intense emoties het water over onze wangen laten lopen, daar had hij geen verklaring voor.

Tegenwoordig hebben we daar wel ideeën over. We maken daarbij een onderscheid tussen intra- en inter-individuele functies van huilen. Met intra-individuele functies bedoelen we de effecten die het huilen heeft op de huilende persoon zelf. Dat gaat vooral om de vraag: lucht huilen op? Voel je je beter als je gehuild hebt? En heeft huilen misschien nog andere effecten? De inter-individuele effecten verwijzen naar de effecten van het huilen op anderen. Hoe beïnvloeden onze tranen het denken, doen en voelen van anderen, als zij ons zien huilen? Deze twee globale vragen zullen hier centraal staan.

Veel mensen zijn van mening dat huilen oplucht. In populaire tijdschriften wordt dat vaak ook als een zekerheid, een feit gepresenteerd. Maar is die zienswijze wetenschappelijk houdbaar? Is het inderdaad bewezen dat mensen zich beter voelen na een huilbui? Absoluut niet! Allereerst blijkt de uitkomst van onderzoek in belangrijke mate afhankelijk van hoe het onderzoek precies is uitgevoerd. Om twee extremen te benoemen: als je een grote groep doorsnee mensen vraag of huilen oplucht, dan zegt zo'n zeventig tot tachtig procent het daarmee eens te zijn. Maar als mensen in het laboratorium met een droevige film aan het huilen worden gemaakt en na afloop gevraagd worden hoe ze zich voelen, dan zegt niemand dat hij zich beter voelt. Iedereen voelt zich slechter! En als mensen gevraagd worden om zich de laatste keer dat ze huilden te herinneren en ook nog na te gaan hoe ze zich toen na het huilen voelden, dan zegt zo'n vijftig procent dat ze zich beter voelden na afloop, veertig procent geeft aan zich hetzelfde te voelen als voor het huilen, en zo'n tien procent rapporteert een verslechtering van hoe ze zich voelen. Wat is hier nu precies aan de hand? Hoe kunnen we deze uiteenlopende resultaten verklaren?

Eerst en vooral blijkt dat we ons eigenlijk niet moeten afvragen of huilen oplucht, maar veeleer voor wie en onder welke omstandigheden huilen als opluchting ervaren wordt. Op basis van onze analyses van duizenden huilepisodes kwam wij tot de conclusie dat, om opluchting te ervaren, mensen eerst al goed in hun vel moeten zitten. Mensen die depressief zijn, of last hebben van angsten, rapporteren nooit opluchting na het huilen. Ook wat je aan het huilen maakt is van belang. Als het een situatie is waarop je helemaal geen invloed hebt (bijvoorbeeld het overlijden van een geliefd persoon) dan is de kans dat je zegt dat je je na het huilen beter voelt kleiner dan wanneer er sprake is van een situatie die in principe beïnvloedbaar is (zoals een conflictsituatie). Wat tot slot heel belangrijk is: hoe reageren anderen op je huilen? Als zij vol begrip, met aandacht en troost reageren is het een heel ander verhaal dan wanneer hun reactie met onbegrip, irritatie, of zelfs (verbale) agressie gepaard gaat. En waarom vinden we in het laboratorium steeds maar weer dat mensen zich slechter voelen? Dat zou ermee te maken kunnen hebben dat het herstel na het huilen enige tijd vergt. Misschien meten we gewoon te kort na het huilen. Een recent onderzoek in Kroatië lijkt dat te bevestigen. Als je niet alleen direct na de film, maar ook nog eens na twintig en na negentig minuten meet, dan lijkt het dat huilen mogelijk wel de stemming verbetert. Een belangrijke vraag die dan resteert, is hoe dat komt. Daarover wordt druk gespeculeerd. Huilen zou het parasympathische zenuwstelsel stimuleren (dat is dat deel van het autonome zenuwstelsel dat vooral actief is bij rust, herstel en ontspanning). Maar misschien stimuleert huilen de afgifte in onze hersenen van bepaalde stoffen (bijvoorbeeld oxytocine of endogene opioïden) die ons beter kunnen laten voelen. Maar of dat inderdaad zo is moet nog nader onderzocht worden.

Wat betreft de tweede vraag – hoe reageren anderen op onze tranen? – zijn wat meer onderzoeksresultaten beschikbaar. Recentelijk is er een aantal onderzoeken uitgevoerd met foto's van huilende mensen, waarbij de tranen met photoshop zijn weggepoets. Je houdt dan twee precies dezelfde foto's over, een met, de ander zonder tranen. Vraag je aan proefpersonen om op die foto's te reageren, dan zie je grote verschillen. Huilende mensen worden als aardiger, warmer, empathischer, maar ook als neurotisch en minder competent beschouwd. Verder zeggen mensen dat ze meer begaan zijn met mensen met tranen en dat ze meer bereid zijn om hen te helpen. Maar helaas kent dit onderzoek de nodige beperkingen. Het gaat ten eerste alleen maar om zelf-rapportage. Maar doen mensen ook echt wat ze zeggen, of antwoorden ze alleen maar sociaal wenselijk? En verder: de deelnemers weten niets van de mensen op de foto's, ze kennen hen niet, en ze weten niet waarom ze huilen. En dat zijn toch mogelijk ook heel belangrijke zaken, als het gaat om hoe je reageert. Als iemand geconfronteerd is met het overlijden van een geliefde, zal iedereen het huilen gepast vinden en zal iedereen met begrip reageren. Maar als een volwassene huilt omdat hij iets stoms heeft gedaan? Dan zal het begrip mogelijk een stuk minder zijn en de reactie dienaangaande. Verder lijkt ook nog van belang hoe mensen huilen. Zo is gebleken dat mannen niet met grote rollende tranen moeten reageren, maar, heel subtiel, met enkel wat vochtige ogen. Daarmee wordt het beeld opgeroepen dat hij wel gevoelig is, maar zichzelf toch helemaal onder controle heeft.

De positieve verbindende kracht van tranen blijkt ook wel uit antropologisch onderzoek. Na een ramp, zoals een hongersnood of een overstroming, of wanneer men zich voorbereidde op een oorlog, ging men vaak samen bidden, samen zingen, of samen huilen om de onderlinge verbondenheid te verstevigen. En dat met name omdat het de empathie lijkt te bevorderen: we ervaren sterker hoe anderen zich voelen en dat schept een band en maakt ons tot de ultra-sociale soort die we zijn.

Kortom, tranen hebben vaak, maar lang niet altijd positieve reacties tot gevolg. Voor wetenschappers is het nu de uitdaging om uit te zoeken wanneer huilen wel en wanneer niet tot positieve reacties zal leiden. Wat zijn daarbij de beslissende factoren? Er is nog werk genoeg voor vorsers. Wel lijkt één ding duidelijk: wat betreft ons huilen sloeg Darwin de plank flink mis. Huilen heeft ontegenzeglijk belangrijke functies!

 

* Ad Vingerhoets (2013). Tranen. Waarom mensen huilen. Op bestelling verkrijgbaar.
* Ad Vingerhoets (2013). Why only humans weep. Unravelling the mysteries of tears. Oxford: Oxford University Press.
* Zie ook: www.advingerhoets.com. Deze website bevat heel veel (Engelstalige) artikelen en andere informatie over huilen.

Vertel het verder: