Daarom Venezuela!

'Wat komen jullie in godsnaam in dit land doen?'
Door Saar Fivez en Marianne Cap op 9 mei 2016
Tekst
Politiek & samenleving
© Marianne Cap

De Vlaamse Saar Fivez en Marianne Cap (samen het theatergezelschap Moeder Eik) werken in Venezuela aan een filmproject, samen met een groep jongeren met een moeilijke thuissituatie. Dit is hun laatste blogbericht.

Wat komen jullie in godsnaam in dit land doen?
Die vraag kregen we de voorbije maanden regelmatig voorgeschoteld.
Waarom juist Venezuela, een land dat blijkbaar politiek en economisch de kluts kwijt is?

 

Een eenduidig antwoord hebben we niet. We kwamen naar hier omdat we de ideale partner vonden in Fundación Don Bosco, het tehuis in Mérida. Venezuela zelf was onbekend – en dus onbemind – terrein. Gaandeweg werden we echter verliefd op het land zoals het is, mét haar gebreken, maar vooral met haar mooie kanten.


Oké, er mag dan weinig melk zijn, maar heb je die heerlijke chicha al eens geproefd? En suiker gebruiken we niet zoveel, honing of een blok panela werkt even goed.


Is het de tropische bries, prachtige natuur of de vrijheid, flexibiliteit en openheid van de mensen hier? vragen we ons af terwijl we empanadas, pabellón en pisca andina leren maken. We denken inderdaad dat het die mix is, die ons hart gestolen heeft.

 

Ook dé Venezolaan is een mengeling, maar dan van Europese conquistadores, Afrikanen (de eerste slaven in de zestiende eeuw) en inheemse stammen. Die verschillende culturen smolten dus al veel vroeger samen dan wij met ‘onze' eerste Italianen en Oost-Europeanen in het begin van de twintigste eeuw. Sinds enkele decennia zijn er ook heel wat Chinezen in Venezuela. Vele supermarkten en winkels waar je ‘van-alles-maar-net-niet-wat-je-zoekt' vindt, worden door hen uitgebaat. We zijn er vaste klant voor onze dagelijkse inkopen, maar in het sociale (avond)leven komen we hen zelden tegen.

 

Net als België werd Venezuela (afkomstig van ‘Klein-Venetië') in 1830 onafhankelijk verklaard, na eerst deel uit gemaakt te hebben van Groot-Colombia (samen met buurlanden Ecuador, Colombia en Panama), dé droom van de geroemde vrijheidsstrijder Simón Bolívar. Elk dorp, hoe klein ook, pronkt met een Plaza Bolívar als middelpunt en het land heet sinds het aantreden van Chávez voluit República Bolivariana de Venezuela. ‘El comandante' Chávez – en daarmee ook het socialisme – kwam aan de macht in 1998, een cruciaal keerpunt voor het land. Vele arme mensen kregen een dak boven hun hoofd, gezondheidszorg werd voor iedereen een basisrecht en er werden allerlei sociale projecten opgezet. Toch kende het regime heel wat minder positieve kanten, waar huidig president Maduro nu ook mee te kampen heeft. Zo vieren criminaliteit en corruptie nog steeds hoogtij, blijken heel wat van die sociale projecten onvoldoende uitgewerkt en op lange termijn onbetaalbaar, bedraagt de inflatie meer dan 50% en is de voedselschaarste nog nooit zo groot geweest.

 

Inzicht krijgen in het ingewikkelde Venezolaanse wisselkoerssysteem is een huzarenwerkje. Via de officiële koers krijg je voor één dollar iets meer dan zes bolivares. Hiernaast bestaat er ook SICAD (sistema cambiario alternativa de divisas), met een wisselkoers van ongeveer tien bolivares voor één dollar. Eind maart riep de regering echter ook nog SICAD II in het leven, waar je voor één dollar vijftig bolivares krijgt. Op deze manier hoopt men een tegenantwoord te bieden aan de florerende zwarte markt en de inflatie. Bovendien wil men hiermee het smokkelen tegengaan (heel wat producten worden tegen woekerprijzen doorverkocht aan bijvoorbeeld buurland Colombia) en de bevolking gemakkelijker toegang geven tot dollars. Wie onder welke wisselkoers valt, blijft voor ons echter een raadsel ...


Wijzelf wisselen op de zwarte markt – met een huidige koers van 70 bolivares per dollar, ofwel 95 bolivares voor één euro – wat Venezuela voor ons een goedkoop land maakt. We drinken jugos naturales voor twintig eurocent en de taxi is even duur als een busrit in België. We zijn ons er zeer bewust van dat het net deze zwarte markt en de hoge inflatie zijn die ervoor zorgen dat we ons project op zo'n hoog niveau hebben kunnen uitwerken: de professionele filmploeg telt ongeveer tien personen en diegene die de documentaire nu aan het monteren is, heeft een maand de tijd om er iets moois van te maken. Met hetzelfde budget was ons dat in België nooit gelukt.

© Marianne Cap

Terwijl we deze laatste blog schrijven, loopt ook ons project op haar einde. Vorige week toonden we de eerste montage van de kortfilms aan de jongens en hun families. Het was al een hele overwinning dat er van elke jongen wel iemand aanwezig was; opa, zus, ouders ... Overweldigend was het daarenboven om alle reacties te zien. Javier zat te blinken tussen zijn trotse ouders die hem tijdens ‘zijn' filmpje overstelpten met kussen en knuffels. Zijn mama verkoopt snoepjes op de plaatselijke bussen en zijn papa ontvreemdt blijkbaar af en toe andermans spullen. En de hardvochtige mama van Jonathan, speciaal voor deze gelegenheid helemaal opgemaakt, kwam ons persoonlijk bedanken tijdens de receptie achteraf. Want zo'n première pakken we graag op onze manier aan: een beetje feestelijk, met een hapje en een drankje.

© Saar Fivez

Is het een druppel op een hete plaat? Zijn we naïef en idealistisch? Misschien wel, maar dat zijn we dan maar al te graag. We hopen dat we op z'n minst voor een paar van ‘onze' jongens een verschil maken, dat we deuren op een kier hebben gezet. Hopelijk zien ze door ons andere mogelijkheden, nieuwe wegen in het leven. En indien niet, dan zijn ze alleszins een fantastische ervaring rijker. En wij ook. Wat voor één! In een land dat we van binnenuit hebben leren kennen en waar we van zijn gaan houden.


Daarom Venezuela dus.


La Puerta © Saar Fivez


EXTRA

Beluister het interview met Saar Fivez in De Ochtend op Radio 1 (07.03.2014).

*  Lees ook over de voorbereidingen van Marianne en Saar:

*  Venezuela 2014:

 

Vertel het verder: