Romeo en Julia (en Anja Beesters)

Romeo en Julia, het puurste verhaal over de onmogelijke liefde. Theatermaker Freek Vielen dacht daar toen hij zestien was heel anders over. Volgens hem gaat Shakespeares klassieker juist over de meest mogelijke vorm van liefde: 'Romeo en Julia hoeven geen onmogelijke sms'en te versturen met precies de juiste balans tussen aantrekken en afstoten, geen facebookfoto's te plaatsen van een avontuurlijk en gezellig leven in de hoop dat zij dat ziet.' Op 22.10 spreekt Freek over de liefde met zijn vriendin, de theatermaakster en schrijfster Rebekka de Wit in HETPALEIS.
Door Freek Vielen op 4 okt 2013
Tekst

Romeo en Julia, het puurste en grootste verhaal over de onmogelijke liefde. Theatermaker, schrijver en radiomaker Freek Vielen dacht daar toen hij zestien was heel anders over. Volgens hem gaat Shakespeares klassieker juist over de meest mogelijke vorm van liefde: 'Romeo en Julia hoeven geen onmogelijke sms'en te versturen met precies de juiste balans tussen aantrekken en afstoten, geen facebookfoto's te plaatsen van een avontuurlijk en gezellig leven in de hoop dat zij dat ziet.' Op 22.10 spreekt Freek over de liefde met zijn vriendin, de theatermaakster en schrijfster Rebekka de Wit in HETPALEIS.

Ze was nieuw en jong en vrouw en gaf Engels. Ze was zeven jaar ouder dan ik, dan onze klas – en maar vijf jaar ouder dan de laatstejaars. Ik had nog geen idee wat zeven jaar betekende. Hoe veel tijd dat is. Hoe ik nu bijvoorbeeld zeven jaar ouder ben dan zij toen was, en dat dat alles niet langer dan een lang ontbijt heeft geduurd. Ik wist nog niet dat je de afstand van zeven jaar in één niesbui kan overbruggen en het tegelijkertijd even onbereikbaar is als een nog onontdekt continent.

Ik had nog van weinig een idee, maar ik wist dat ze jong was en vrouw en dat ze lang blond haar had, wat geen enkele andere docent had. Ze heette Anja en ik geloof dat we haar alleen de eerste les mevrouw Beesters hebben genoemd. Daarna was het Anja – een naam zo saai, zo zonder allure dat ze van geluk mocht spreken dat ze het soort schoonheid had die zich niet al te veel gelegen liet liggen aan de slechte namensmaak van haar ouders.

Toen ze binnenkwam die eerste les, zag je dat ze juist die schoonheid, die ze tot dan toe ongetwijfeld als vanzelfsprekend en dankbaar had omarmd, het liefst van zich af zou leggen. Als een veel te chique bontjas op de buurtbarbecue. Alsof haar schoonheid nu, door de ogen van de dertig zestienjarige, voor het eerst een wapen was waarmee ze vooral zichzelf zou kunnen bezeren.

Ze gaf de module Shakespeare en ze had Romeo en Julia uitgekozen om met ons te gaan lezen. Ze zei dat dat het puurste en grootste en belangrijkste verhaal is dat er ooit geschreven is en ooit geschreven zal worden over Onmogelijk Liefde. Nou voelde ik me, net als bijna alle zestienjarigen, een expert op het gebied van onmogelijke liefde. Liefde was voor mij simpelweg synoniem met onmogelijk, en ik kon me niet voorstellen dat zij, Anja Beesters, daar ook maar iets van af wist.

Of we een modern voorbeeld konden geven van een onmogelijke liefde, vroeg ze na drie lessen. 
Van liefde die door de achtergrond van de personen niet mogelijk kan worden. Het was Rutger die net te stoer iets zei over ‘de liefde tussen student en docent’. Iets wat ik ook wel had willen zeggen, maar niet op die manier, niet met zo’n grijns, niet slechts bedoelt voor de oren van de klas. Niet op een manier waardoor ze rood zou worden van schaamte.

Toen ik later in de afsluitende essayopdracht beweerde dat Romeo en Julia helemaal niet over onmogelijke liefde gaat, maar juist een verhaal is over de meest mogelijke liefde, kreeg ik een zes. Ik had genoeg woorden gebruikt, redelijk Engels geschreven en drie argumenten gebruikt. Ze kon me niet minder dan een zes geven, maar ze had niet willen lezen waar ik eigenlijk over had geschreven.

Ik zei in het essay dat Romeo en Julie elkaar één keer zien en beide meteen verliefd zijn. Meteen. Allebei. Op mekaar. Als dat onmogelijke liefde is, schreef ik, hoe heet het dan als degene met wie jij je leven wil delen, of nee, niet delen, schreef ik haar, maar met wie je je leven wilt optellen -
hoe heet het dan als diegene eigenlijk niet echt weet dat jij bestaat? Hoe heet het dan als iemand zegt dat ze snapt dat er een zeer onduidelijke lijn is tussen vriendschap en liefde, maar dat die lijn voor haar toch wel erg precies loopt tussen jouw gedachte en haar lichaam?

Romeo en Julia hoeven geen onmogelijke sms’en te versturen met precies de juiste balans tussen aantrekken en afstoten, geen facebookfoto’s te posten van een avontuurlijk en gezellig leven in de hoop dat zij dat ziet, ze hoefden geen beslissingen te nemen over de vraag of je het volgende uur juist wel of juist niet naast haar gaat proberen te zitten.



Romeo en Julia zien elkaar en dan kussen ze. Ik had nog maar één keer gekust op een half dronken schoolfeest, bevangen door de walm van weeïge axe-deo en blikkige beats van de zesdeklasser met dj-ambitie, maar dat telde niet. Voor de buitenwereld gelukkig wel; ik hoorde daardoor niet bij het meer en meer als melaatsen behandelde groepje niet-gekuste, maar voor mezelf niet. Het was een kus zonder liefde. Een zuiver mechanische kus. Over kussen met degene op wie je verliefd bent, en dat die ander dan ook op jou is, kon ik alleen maar denken zoals Columbus over de kortere route naar India.

Doe mij de onmogelijke liefde van Romeo en Julia maar, schreef ik aan Anja. Elke dag van de week.

En ook nu, nu ik dat essay terug lees, 

nu het vijf uur is, wat betekent dat over een uur mijn vriendin thuis komt en zal vragen hoe mijn dag is geweest, waarop ik nog niet weet wat ik zal antwoorden, 

nu ik het zelfmedelijden van de puber die ik was al bijna volledig heb ingewisseld voor de deemoed van de dertiger, 

nu ik al zeven jaar met mijn vriendin samenwoon en nog steeds elke dag meer een koppel word, waardoor ik soms het gevoel heb dat we al zeven jaar elke dag alleen maar meer in mekaar, maar uit onszelf, aan groeien zijn, 

ook nu, 

ook nu ken ik geen verhaal met zoveel mogelijke liefde.

De onmogelijkheid van de liefde tussen Romeo en Julia zit in de buitenwereld, in de omgeving, in precies daar waar je je als verliefd persoon niks van aantrekt. Romeo en Julia waren nog doorweekt van verliefdheid, zoals ik zelf ook was zeven jaar geleden, en misschien nu wel weer. Een staat waarin je iedereen en elke buitenwereld vergeet. Om de echte onmogelijkheid van de liefde te ervaren is iets meer tijd nodig, vrees ik. Zeven jaar bijvoorbeeld om ook van je eigen Julia slechts omgeving te maken. Buitenwereld.

Vanmiddag toen ik terug naar huis liep, mijn knieën week, maar zonder scrupules, moest ik denken aan Anja Meesters en wist ik dat ik in ieder geval één ding fout had gezien in mijn essay. We zijn allemaal evenveel expert en beginneling op het gebied van de onmogelijke liefde. Omdat verliefdheid een natuurkracht is waardoor je zonder denken alles wat je hebt kan opgeven. Of zonder spijt alles van iemand kan afpakken, zelfs van je vriendin. Omdat verliefdheid egoïstisch is en liefde je doet verdwijnen. Omdat ze dus geen donder met elkaar te maken hebben –

het is misschien wel daarom, (omdat het de liefde zelf is die onmogelijk is), dat ik straks mijn vriendin voor al zeven jaar, mechanisch maar zeer liefdevol zal kussen en simpelweg ‘nee, niet echt’ zal antwoorden op de vraag of ik vandaag nog iets gedaan heb.

Vertel het verder: