De Wever en de Botermarkt

Toen Mauro Pawlowski werd ingelijfd bij dEUS, interpreteerde hij de hoge verwachtingen nogal laconiek: 'Ieder zichzelf respecterend Belgisch rockmuzikant moet minstens één keer in dEUS hebben meegespeeld.' Op gelijkaardige wijze moet ieder zichzelf eerbiedigend columnist van deze generatie minstens één keer een eigen stukje hebben gepubliceerd over Bart De Wever. Een net zo penibele opdracht, want hoevelen hebben hun tanden op deze Disney van de Vlaamse politiek niet reeds stukgebeten?
Door Vitalski op 21 feb 2013
Tekst
Politiek & samenleving

Toen Mauro Pawlowski werd ingelijfd bij dEUS, interpreteerde hij de hoge verwachtingen nogal laconiek: 'Ieder zichzelf respecterend Belgisch rockmuzikant moet minstens één keer in dEUS hebben meegespeeld.' Op gelijkaardige wijze moet ieder zichzelf eerbiedigend columnist van deze generatie minstens één keer een eigen stukje hebben gepubliceerd over Bart De Wever. Een net zo penibele opdracht, want hoevelen hebben hun tanden op deze Disney van de Vlaamse politiek niet reeds stukgebeten?


'De Wever maakt er een sport van om fenomenen die er niet zijn, te problematiseren.' Aldus de niet onopgemerkte krantenkop van Desmet in De Morgen onlangs, niet op een opiniepagina binnenin, maar frontaal op de cover. Een tamelijk stille echo van de wat al te straffe, misschien zelfs lichtzinnige metafoor waarmee David Van Reybrouck een paar jaar eerder al uitpakte, gemààkt om in deze reeks, Ongeval Door Kijkfile, te worden aangehaald: 'Bart De Wever lijkt op een vrachtwagenchauffeur die zijn camion dwars over de E40 plaatst en daarna komt klagen over het aangroeiende fileprobleem.'

In de zomer van 2011 zagen we dan ook met enige wellust uit naar een botsing, toen met veel bombarie een gesprek werd aangekondigd tussen De Wever en Van Reybrouck in De Standaard. Helaas, het werd zeker geen David en Goliath. Nog niet met een vergrootglas viel er op die grote krantenbladzijden ook maar iets aanvallends te detecteren. De gevaarlijkste alinea was die, waarin Van Reybrouck De Wever vriendelijk de vraag voorlegde of hij niet bang was voor een cordon sanitaire. Verderop verdedigde hij De Wever zelfs, als een te koesteren bliksemafleider voor extreem rechts. Dit alles netjes verspreid tussen de schattige herinneringen aan hun gezamenlijke studententijd in Leuven.

Van Reybrouck kon misschien niet anders, die had zich intussen opgeworpen als een neutraal medium voor een nationaal debat. Als Desmet het echter op zijn voorpagina uitschreeuwt dat De Wever het moet hébben van tegenreacties, dan gedraagt hij zich als iemand die ons wil waarschuwen voor een valkuil  ̶  door er zelf demonstratief met de beide benen in te lopen. De Wever, grootgemaakt door De Slimste Mens, kreeg uiteraard andermaal de kans om zich wijds te verdedigen op de staatstelevisie  ̶  in een monoloog, want dat was zijn voorwaarde. Desmet kon daarna enkel nog terugslaan, in zijn eigen krantje maar weer. 'Ik mocht toekijken hoe de voorzitter zijn retorisch talent bovenhaalde om mij vakkundig te fileren.' Was hij daar dan werkelijk door verrast?

Vervolgens was het de beurt aan de gepensioneerde filosoof Etienne Vermeersch. De Wever, die van 's lands televisie àltijd zelf mag kiezen of hij dialogeert of monologeert, zag een debat met deze eminentie wel zitten. Die had hem naar het scheen beloofd om alleen maar over essenties te zullen discussiëren, niet over bijkomstigheden. Voor het programma meteen een aanleiding om hun zendtijd ferm uit te breiden: Reyers Laat ontvangt normaal gezien steeds drie tot vier gasten, maar De Wever versus Vermeersch, dat is de Hulk versus Batman. Liever geen sidekicks dus, de hele avond lang.

Het eerste halfuur stroopten de vedetten mekaar zalf om de nek. Immers: al die tijd ging het wél over bijkomstigheden, die zij nu eerst eens even samen, harmonieus, moesten ontmantelen. Pas het tweede halfuur ging Vermeersch zoals beloofd 'als een arend' in de aanval: door middel van een uiteenzetting, als voor eerstejaarsstudenten, over Rousseau en Voltaire en vooral de categorische imperatieven van Kant. Tot veler verbazing ging de NVA hier niet meteen van aan het wankelen. Dan volgde een opbod van Latijnse aforismen. Tekenend dat Vermeersch niet eens luisterde toen De Wever Ovidius citeerde: 'Op straat word ik door de mensen in mijn gezicht gespuwd  ̶  thuis applaudisseer ik voor mijzelf.'

De Wever was ooit krachtig omdat hij als enige de inmiddels terminale Filip Dewinter wist te pareren met argumenten die niét emotioneel vertroebeld geraakten. Wie tegen De Wever is, zal moeten wachten op een gelijkaardig strateeg. Iemand die zich niét vergrijpt aan metaforiek, iemand die niét al zijn verwijten op één hoop gooit, iemand die niét de-contextualiseert. Maar uit welk paniekvoetballend milieu van partijkaarttrekkers gaat zo'n serene denker tevoorschijn treden?

Vertel het verder: