De kracht van geweld

Onder het mom van dierenliefde slaan enkele onverlaten de kunstenaar Jan Fabre in elkaar, de centrumrechtse politicus Bart De Wever treft op zijn oprit een afgesneden varkenskop aan en homo's aftroeven is weer helemaal in... Misschien tijd om te bedaren?
Lees/luister/kijk
Door Vitalski

Vorige maand nam Vitalski het op tegen de columnist Tom Naegels, die in De Standaard aanwees waarom het volksprotest tegen de vrijlating van de vrouw van Dutroux ‘abnormaal’ moest worden genoemd. Mogen wij niet meer kwaad worden op slechteriken? vroeg Vitalski zich af. Nauwelijks één maand later wil hij deze repliek bijschroeven. Onder het mom van dierenliefde slaan enkele onverlaten de kunstenaar Jan Fabre in elkaar, de centrumrechtse politicus Bart De Wever treft op zijn oprit een afgesneden varkenskop aan, homo's aftroeven is weer helemaal in... Misschien inderdaad toch tijd om te bedaren...

Waarom moet er überhaupt zoiets als een kijkfile bestaan? Zoals Oscar Wilde zegt dat er geen goede of slechte boeken zijn (alleen maar goed of slecht geschréven boeken), zo zullen wij, die nog zoveel moderner zijn, ons voor zo'n kijkfile wel even gemakkelijk van ethiek bevrijden. Dit met de bedoeling om zuiver van de concrete vorm van andermans destructie een sublieme huiver, een sensatie te mogen gewaarworden. Hoe aangrijpend verwoorden de Beatles dit met hun A Day In A Life: het contrast van Lennons zoetgevooisde zang in combinatie met zijn broodnuchtere geweldsregistratie: ‘He blew his mind out in a car (...) But I just had to laugh.’ Precies tien jaar later, in 1977, schreef Bowie er een vervolg op met de obscure song Always Crashing In The Same Car. Opnieuw dat merkwaardige versmelten van een mooie en kalme melodie met van zo dichtbij beschreven haast pornografisch verkeersgeweld. Dit keer met de verteller zelfs in de slachtofferpositie. ‘I was always looking left and right (...) I was going round and round the hotel garage.’

‘De twintigste eeuw bereikt zijn zuiverste expressie op de snelweg,’ schreef J.G. Ballard in een essay in 1971. ‘Hier zien we de snelheid en het geweld van onze tijd, en de eigenaardige liefdesrelatie van die tijd met machines en hun destructie.’ In zijn roman van toen, Crash, beschreef Ballard het autoaccident als een pervers erotische belevenis; een door gedraaid staal doorboord lichaam als een seksuele penetratie. ‘Het meest weerzinwekkende boek ooit,’ oordeelde de New York Times meteen. Minder weerstand ondervond in de jaren tachtig de Italiaanse striptekenaar Liberatore (ook wel ‘de Michelangelo van de negende kunst’ genoemd) toen hij in zijn postapocalyptische stripverhaal Ranx In New York een bepaald krankzinnig personage opvoerde dat zodanig verrukt wordt door het fotograferen van autoaccidenten, dat hij zich laat opsluiten in de kofferbak van een overdreven gevaarlijk rijdend tuig. Wanneer de wagen over de kop slaat en de man wordt bevrijd, reutelt hij door zijn in tweeën gereten gezicht zijn laatste woorden: ‘Schitterend... De moeite waard...’

Beeldverhalen, fictief en onbeweeglijk, zijn ideaal om geweld te esthetiseren. Al kan de film er ook wat van sinds A Clockwork Orange, en meer systematisch sinds Reservoir Dogs. In 1997 sloeg een jongeman in Kentucky aan het moorden na het zien van de bloederige film The Basketball Diaries. Frank Zappa was al eerder met een argument op de proppen gekomen om in dit soort tragediën de scheppende artiest vrij te pleiten: als kunstwerken werkelijk zoveel invloed hebben op onze maatschappij, hoe leg je dan uit dat 90 procent van onze Westerse popliedjes over liefde gaat  ̶  terwijl je nergens om je heen liefde ziet? De geschrokken romancier Jim Carroll, op wiens boek de film gebaseerd was, zei alleen maar: ‘Waarom hebben de filmmakers ervoor gekozen om die moordscène in mijn boek in beeld te brengen in slow motion? Geweld gaat nooit zo traag en is nooit zo fraai  ̶  geweld komt vlug en is steeds dom en erg lelijk.’

In Nederland zal wel niet bekend zijn wat voor een overdreven heisa er momenteel in Vlaanderen gaande is naar aanleiding van een filmpje op YouTube, dat laat zien hoe een filmploeg voor een film rond Jan Fabre een hoop katjes voor de camera de lucht in gooit. Je zag er vanzelf de knipoog in naar de vliegende katten van Salvador Dalí. Veel anderen dachten daar anders over: enkele zelfverklaarde dierenvrienden hebben Fabre zelf, de dierenbeul, in elkaar geslagen toen hij aan het joggen was. De volgende dag zag je op het nieuws Fabres filmploeg aan het werk op een gezellig, Antwerps pleintje  ̶  een paar jonge acteurs die verkleed als knuffelbeesten de straat oversteken. Maar enkele dierenvrienden die er rondhingen zagen meteen hun licht op groen springen voor een ongemene dosis agressie, onder andere voor het oog van enkele kinderen die daar aan het spelen waren. Ze sloegen de knuffelmaskers van de hoofden van die kerels af en gromden: ‘Kleine katjes aanpakken, durf je wel, hé? Pak nu maar eens de grote jongens aan!’

Inderdaad: plotseling,  heel erg lelijk en dom geweld. Weerzinwekkend. De Van Dale heeft zojuist weer 1.500 nieuwe woorden in zijn compendium opgenomen, waaronder ‘retweeten’, ‘woordfeuden’, ‘bangalijst’. Een teken aan de wand zijn de neologismen als ‘gaybashen’, ‘schoolshooting’ en ‘happy slapping’ (voor de lol iemand volledig in elkaar timmeren, zoals hier te Antwerpen vorige week gebeurde in een tram op Linkeroever.) De onverdraagzaamheid van het Westen voltrekt zich niet enkel in politieke kamers en parlementen. Stap voor stap raken we gewend aan alsmaar meer brutaliteit, gewoon op straat.

 

Vertel het verder: