Omgekeerde romantiek

In Nederland hangt de Angolees-Nederlandse, volmaakt geïntegreerde student Mauro een verplichte uitzetting boven het hoofd; in België wordt de Marokkaanse topcrimineel Mohammed C. na 16 jaar op een vliegtuig gezet maar teruggehaald. Volgens sommigen vinden problemen rondom migratiebeleid hun oorsprong in de historische romantiek. Maar wat betekent ‘romantiek’ vandaag de dag?
Door Vitalski op 17 apr 2012
Tekst
Politiek & samenleving
Literatuur

In Nederland hangt de Angolees-Nederlandse, volmaakt geïntegreerde student Mauro een verplichte uitzetting boven het hoofd, tot ongenoegen van de hele natie; in België wordt de Marokkaanse topcrimineel Mohammed C. na 16 jaar op een vliegtuig gezet maar teruggehaald, ook tot ongenoegen van de hele natie. Mauro veroorzaakt ongewild een béétje onduidelijkheid over zijn ware naam; Mohammed C. opereerde graag onder in het totaal acht valse namen. Nederland en België weerspiegelen elkaar dus weer eens mooi, al gaat dit over hetzelfde: moeilijkheden rond eenvormigheid in migratiebeleid. Volgens sommigen vinden die hun oorsprong in de historische romantiek.

Doorgaans lees ik erg graag in rekto:verso, het gevarieerde cultuurblad dat gratis in culturele centra verspreid wordt. Mijn teleurstelling was dan ook groot toen ik het meest recente nummer over ‘romantiek’ las. Romantiek, zo stelt het editoriaal, moet breder worden gezien dan het bekende dinertje bij kaarslicht; maar die inleiding zelf geraakt niet veel verder dan ‘sensuele dagdromen’, ‘verbeelding’ en het rare begrip ‘verlangenstructuur’. Verderop in het blad schrijft Paul Mennes dan toch een verhaal over een valentijnsdiner, Francis Mus noemt een zeker fotoportret van Leonard Cohen ‘romantisch’ omdat deze er duister op staat en volgens Stephan Desmet is de film Into the Wild anti-romantisch omdat ze de natuur afbeeldt als onherbergzaam; de romantische filosoof Burke definieerde de natuur toch juist als dodelijk?

Dit onvermogen om de romantiek in zijn historische betekenis recht aan te doen, doet terugdenken aan het interview met Jef Rademakers op Radio 1 vorig jaar, naar aanleiding van diens collectie romantische schilderijen in Museum M in Leuven. ‘Het is kunst met een klein schepje suiker,’ gaf hij toe. ‘Is het geen suiker met een klein schepje kunst?’ vroeg de interviewer meteen. De socialistische Leuvense Burgemeester Tobback had reeds laten weten te huiveren voor wat hij noemde het irrationalisme van de romantiek. ‘Ik neem geen standpunt in,’ zo kwam de in de studio aanwezige Tom Lanoye tussenbeiden, ‘Maar filosofisch kan romantiek al te gemakkelijk een vrijbrief worden voor obscurantisme.’

In dat radioprogramma en in vrijwel al die artikels van rekto:verso wordt de romantiek een eigengereide, sentimentele wereldvreemdheid aangewreven. Een slag in het gezicht van, bijvoorbeeld, Mary Wollstonecraft, die, binnen de romantische beweging, pionierswerk verrichtte voor vrouwenemancipatie. Een aanfluiting ook voor romantische denkers als Godwin en Coleridge, die met gevaar voor eigen leven vochten voor de stopzetting van de slavernij. Hoe cynisch onze apathie bij de Griekse crisis, vergeleken bij Lord Byron, die speciaal voor de Griekse onafhankelijkheid persoonlijk ter plaatse ging sneuvelen. De mensenrechten, de rechten van het kind, de emancipatie van krankzinnigen: al dit sociaals werd bedacht door de verlichting, maar bewerkstelligd dankzij maatschappelijk bevlogen, daadkrachtige romantici.

Nog in rekto:verso stelt hoogleraar Maarten Doorman dat onze actuele onrust over migratieproblemen romantische wortels heeft. Vanzelf greep ik naar de oorsprong van de romantiek: de Bekentenissen van Rousseau; en terwijl het journaal bezig was nieuwe beelden uit te zenden van sans-papiers met dichtgenaaide mond, in hongerstaking om niet uit het land te worden gezet, herlas ik die passage waarin Rousseau het koninklijke bevel tot ballingschap ontvangt. Amper is hij, om twee uur 's nachts, in een koets naar het buitenland gegooid, of een hoogst literaire inspiratie bevangt hem. ‘Ik was verbaasd over de lieflijke stroom van mijn gedachten en over het gemak waarmee ik die kon weergeven. Ik schreef in drie dagen de eerste drie zangen van een kort gedicht, aandoenlijk zachtaardig.’

Daarna herlas ik het culminatiepunt van de romantiek: de mémoires Tien jaar verbannen door Madame de Staël. Op een namiddag eind september 1803 zit deze romantische feministe met enkele vrienden aan tafel, wanneer een commandant van de gendarmerie zich bij haar aanmeldt met bij zich het bevel van Napoleon zelf om, binnen de 24 uur, voorgoed de plaat te hebben gepoetst. Nog terwijl onze heldin dit verdict aanhoort, dringt haar zintuiglijke omgeving zich aan haar op: ‘Het parfum van de bloemen en de pracht van de zon overvielen mij in het bijzonder.’ Het getormenteerde hongerstaken van vandaag, dat eerder refereert aan hongerkunstenaars als Jan Arends, Franz Kafka en J. van Oudshoorn, zijn minder schatplichtig aan de romantiek dan aan het expressionisme.

Vertel het verder: