Volle Petrol: kunst op de markt

Als in 2022 het WK voetbal plaatsvindt in Qatar zal er, na ‘De kaartspelers' van Cézanne, misschien al meer kunst die kant op zijn gegaan.
Door Dorian van der Brempt op 14 feb 2012
Tekst
Politiek & samenleving

Het valt DORIAN VAN DER BREMPT op hoezeer bij kunsthandel de nadruk op het tweede woord van de samenstelling is gaan liggen.

Afgelopen woensdag zag ik Chantal Akerman in Cinema Zuid. Gisteren opende in het MuKHA de tentoonstelling van deze belangrijke Belgische kunstenares. In het moeilijke gesprek met Chantal Pattyn was Akerman zichzelf. Bitter en teleurgesteld dat haar films in deze zaal niet in originele 16 mm-versie worden getoond maar ook dankbaar om de (verdiende) aandacht van het Antwerpse museum. Op het einde van het gesprek ontstond de juiste synthese: de kunstwereld is niet hetzelfde als de kunstmarkt. Waar ging het fout?

Het rommelt dezer dagen in de kunstwereld. Of is het op de kunstmarkt dat het rommelt? Sinds enkele jaren heeft Guy Pieters, de Knokse galeriehouder, Jan Fabre ontdekt, de kunstenaar die al bijna dertig jaar alomtegenwoordig is als theatermaker en beeldend kunstenaar. Laat het ons een late ontdekking of roeping van beide kanten noemen. Voor de kunstwereld is het bondgenootschap tussen Pieters en Fabre verrassend. Jan Fabre werd al lang door de tapijtwever en galeriehouder Marc Deweer gepresenteerd, maar door Pieters, nee dat had niemand verwacht. Een onverwachte Fabre-move of een zoveelste schijnbeweging? Fabre beweerde toch altijd dat niemand hem mocht of kon vertegenwoordigen?

God en klein Pierke


Jan Fabre wilde altijd een autonoom en ongeleid projectiel zijn. Pieters bezit galeries in Knokke en Sint-Martens-Latem en sinds enkele jaren ook in Parijs en Saint-Paul-de-Vence. Maar de Franse vestigingen zouden nu weer verkocht zijn. Ik loop graag rond in de Knokse vestiging. Ik ontdek er nooit iets nieuws, want Pieters is handelaar in gevestigde waarden. Af en toe pik ik er flarden van gesprekken op. Die gaan meestal niet over kunst maar over geld. Elk werk werd omschreven als een aandeel, ja, soms zelfs als een obligatie. Zonder garanties te kunnen leveren werd er steeds over meerwaarden gespeculeerd. Net als de vierkante meter op de dijk van Lippenscity wordt kunst in Knokke elk jaar een beetje duurder. Soms waan ik mij in Knokke op Waregem Koerse; zonder hoeden en zonder paarden maar met even sterke verhalen. Goddelijke Monsters alom.

Tijdens de twee laatste edities van de Biënnale van Venetië is Pieters ook op deze hoogmis zeer aanwezig. Hij nodigt ‘collectioneurs' uit op feestjes waar ook het werk van Fabre wordt aangeboden. Ik vroeg aan Jan in Venetië hoe hij zich goed voelde in het gezelschap van Delphine Boël, want ook haar werk wordt door Pieters aangeboden. Fabre wilde daar niets mee te maken hebben.

Toen Martin Heylen, als sluw klein Pierke, de prijs van de witmarmeren Pietà vroeg, maakte Jan een foutje. Hij noemde een prijs en gaf zelfs een hint naar de naam van de koper, verzamelaar, mecenas, investeerder… hoe zullen we hem noemen? Is het een Chinees, een Rus, een sjeik of gewoon een ongewone Antwerpenaar met een Russische voornaam?

Trofee voor Tom Boonen

De invloed van het grote geld op de kunst is vooral sinds de achttiende eeuw sterk voelbaar. De kunstwereld werd een heuse kunstmarkt onder de Russische Catharina de Grote (1729-1796), die in Parijs, Londen, Berlijn en Wenen steeds hoger bood om in haar Hermitage van Sint-Petersburg de beste verzameling onder te brengen.

L'histoire se répète. Sheikha al-Mayassa, een van de dochters van de emir van Qatar, is een zevenentwintigjarige ambitieuze jongedame die heeft beslist om in het oliestaatje een verzameling moderne en hedendaagse kunst op wereldformaat aan te leggen. De nieuwste aanwinst van de koninklijke familie is De kaartspelers van Paul Cézanne, waarvoor een kleine tweehonderd miljoen euro zou zijn betaald. Ik hoorde in de wandelgangen vertellen dat alle bronzen van Fabre ook op weg zijn naar de Golf. Misschien mag Tom Boonen als recordhouder etappeoverwinningen van de Ronde van Qatar er binnenkort eentje in ontvangst nemen. Dat zou de eerste keer zijn dat hij zich gelukkiger prijst met brons dan met goud.

Jean Clair, Frans Academicien en voormalig directeur van het Picasso Museum, drukte twee jaar geleden in een pamflet zijn bezorgdheid uit. In Les musées ne sont pas à vendre, hekelt hij het Louvre dat aan Golfstaten kunst gaat verhuren. De Franse zakenman François Pinault spendeerde in 2009 twintig miljoen euro om in Punta della Dogana, naast San Marco in Venetië, een tweede presentatieplek voor zijn collectie te realiseren. Enkele jaren voordien had hij het Palazzo Grassi overgenomen van Fiat. Pinault heeft in Venetië een historische plek gered met een museum. Hij toont er zijn collectie maar hij voedt ook het algemeen belang. De Japanse architect Ito realiseerde een uitzonderlijk gebouw. In Venetië heeft Pinault het gehaald van Zara en McDonalds of een vulgair casino. Dat hij er zijn privécollectie toont is duidelijk, maar ja, ook in de kunstwereld geldt: charité bien ordonnée commence par soi-même.

Rommelkunst

Vorig jaar werd het financieel vocabularium verrijkt met enkele neologismen. Er werd plots gepraat over bad banks en er werden gevaarlijke producten gedetecteerd, de zogenaamde ‘rommelkredieten'. Omdat kunst steeds meer speculatief wordt verhandeld, wordt ook de kunstwereld besmet met virussen die erg gelijken op hun financiële varianten. Voorkennis zou ook in de kunstmarkt nuttig zijn. Zoals er bad banks zijn, kunnen wij waarschijnlijk ook bad galleries zien verschijnen en zal er ook ‘rommelkunst' op de markt verschijnen naast de rommelkredieten.

Is dit te voorkomen? Waarschijnlijk niet. Er zullen altijd goede en slechte romans geschreven worden en er is geen wetmatigheid die bepaalt dat enkel goede literatuur succesvol is. Mijn poging tot een verklaring waarom wereldwijd nieuw-rijke snobs (in de letterlijke betekenis van sine nobilitate) vandaag zoveel interesse hebben in hedendaagse beeldende kunst is de volgende. Als je plots over veel geld beschikt, of je nu in West-Vlaanderen, Dubai of Siberië woont, kun je nog geen ‘cultuur' kopen. Je kunt niet op één jaar belezen zijn of melomaan worden. Maar als je met een miljoen dollar op zak beeldende kunst gaat shoppen, dan ben je in één maand… een belangrijke collectioneur die mag aanzitten aan de rijke tafels die de kunstmarkt voor de kunstwereld dekt.

Het doet mij denken aan Le Bourgeois Avant-Garde – een heerlijke versie van Molières Le Bourgeois gentilhomme die ik twintig jaar geleden in New York zag – waarin een omhooggevallen zakenman krampachtig probeert aan te sluiten bij de culturele elite. Hij doet daarvoor de gekste inspanningen, maar het lukt hem niet. De kunstwerken kun je kopen maar de ware liefde voor kunst laat zich niet in dollars uitdrukken. Om Oscar Wilde aan te halen: ‘Tegenwoordig kennen mensen van alles de prijs, maar van niets de waarde.' De prijs als limiet voor de waarde.

De sterkste prestatie van Jan Fabre is dat hij dertig jaar in de Champions League van de kunsten heeft gespeeld. Dat er af en toe een faux pas was, maakt hem authentieker en menselijk. Dat er deugnieten zijn in de kunsthandel en in de kunstwereld is nogal logisch. Overal waar geld verdiend wordt, is er fraude en misbruik. Aan allen die beweren interesse te hebben voor kunst: kijk ook af en toe op stille plekken, in de kleinere galeries, ontdek eens iets zelf, laat u leiden door uw hart en niet door winst. Beschouw financiële meerwaarde als collateral benefit van het plezier of het inzicht dat kunst brengt.

Op Francis Alÿs hebben petrodollars geen enkele vat. Googel eens de naam Luc Brewaeys en u leert een van de grootste levende Belgische kunstenaars kennen. Koop het boek van Danny Devos, PERFORMAN-DDV. 1979-2011, in eigen beheer uitgegeven als een heuse performance die 32 jaar uitzonderlijke productie documenteert. Probeer The Invader te zien van Nicolas Provost. Kunstenaars kunnen ook best met de kunstwereld lachen.

En ja: ook schoonheid

Tot slot: de enige zekerheid in de kunstwereld is dat niemand alles weet. Onderzoek en sentiment, vertrouwen en vermoeden, gezeur en gezeik worden vandaag door elkaar gehaspeld, met kunstenaars, curatoren en galeriehouders als vaardige mythomanen. Het resultaat is veelkleurig en meerstemmig zoals de kunst zelf. Ooit probeerde een Brusselse verzamelaar in een kasteel van de Antwerpse Voorkempen mij ervan te overtuigen dat Panamarenko een Oekraïens kunstenaar was. Jan Fabre zegt dat zijn performers ‘Krijgers van de Schoonheid' zijn. Hij staat al dertig jaar als onverbiddelijk generaal aan het hoofd van zijn krijgers. Van Fabre is voorlopig maar één uitspraak juist: ‘De tijd is mijn beste vriend.'

Deze column verscheen op 11.02.2012 in
De Standaard. Dorian van der Brempt is directeur van deBuren.

Vertel het verder: