In Memoriam Viviane De Muynck

Zondag 29 januari sprak acteur Simon Versnel een In Memoriam uit voor Viviane De Muynck... die in de zaal zat en na afloop van het IM in gesprek ging met Anna Luyten.
Door Simon Versnel op 31 jan 2012
Tekst
Literatuur

Binnenkort kunt u hier een videoverslag en audio-opname terugvinden, vandaag presenteren wij al deze bijzondere tekst.

 

Proloog

 

Brooklyn, New York, eind oktober 1999. Ik zit in een McDonald’s-restaurant en lees de New York Times.

We spelen met Needcompany twee voorstellingen in New York, eerst The Miraculous Mandarin van Grace Ellen Barkey en een paar dagen later Morning Song van Jan Lauwers. Men had ons gezegd dat we er nooit zeker van konden zijn dat de New York Times zou komen om de voorstellingen te recenseren, want ja, we waren uiteraard niet de enige company die gedurende die dagen zou spelen. Dus het was afwachten.

Tot mijn verrassing en blijdschap stond er een groot artikel in de krant over Morning Song. Het was in het algemeen zeer positief. Maar één bepaald gedeelte deed mijn hart in mijn keel kloppen. Er stond: ‘Viviane De Muynck makes Liliane a bawdy mix of Mother Courage and the Stage Manager in Our Town. She and Simon Versnel, who plays the innocently affable Leo, nearly steal the show with the delicacy and precision of their timing.’

Ik barstte spontaan in snikken uit. Een prachtige zwarte familie – vader, moeder en vier kinderen – staarde me met grote ogen aan. Wat zat die man daar te doen? Huilde hij om een artikel in de krant? Ja, dat deed hij inderdaad. Ik werd in één adem genoemd met de allerbeste actrice die ik kende, de vrouw waar ik in mijn beroep als acteur alles aan te danken had, voor wie ik zo'n enorme bewondering had, lang voordat ik haar leerde kennen al en zeker toen ik haar directe collega werd. Voor mij kon de dag niet meer stuk en wat er verder ooit nog over me geschreven zou worden, het zou allemaal in de schaduw staan van dit bericht. Ik ben het dan ook nooit vergeten.

 

In Memoriam Viviane De Muynck

 

Een mens van vlees en bloed


Toen ik haar persoonlijk leerde kennen, had zij al aan sterstatus, zo niet in Vlaanderen, dan toch in elk geval in Nederland. Ze werkte jaren in Nederland, aan het begin van haar carrière en kreeg er in 1987 de prestigieuze prijs der prijzen, de Theo d'Or, voor haar rol als Martha in Who is afraid of Virginia Woolf. Ze werkte een tijd bij de toen fameuze Maatschappij Discordia. Daarnaast had ze regelmatig eenmalige contracten bij andere groepen.

Ik las in die tijd veel recensies en was goed op de hoogte van wat zich op theatergebied afspeelde in Nederland. Uiteraard ging ik ook naar voorstellingen kijken, maar merkwaardigerwijs had ik Viviane daar nooit zien spelen. Wel zag ik haar op de televisie in diverse series. Ik bewonderde haar enorm. Je voelde direct dat ze een geweldig natuurtalent was en dat ze schijnbaar met gemak, volkomen naturel, het ene na het andere karakter gestalte gaf. Altijd weer succesvol en direct vanaf haar debuut, na het conservatorium, een veelgevraagd actrice. Voor mij was er, in die tijd, geen enkele aanleiding om maar te vermoeden dat ik ooit op het podium zou staan, en al helemaal niet dat ik naast deze topvrouw zou staan en zelfs scènes met haar zou spelen! Maar dat gebeurde dus toch.

In 1996 was het zover. Ik kon het zelf nauwelijks geloven. Na twee producties te hebben gespeeld met Grace Ellen Barkey, vroeg Jan Lauwers me om in Macbeth te spelen. Mijn nog maar kortgeleden begonnen carrière had een vlucht genomen die ik zelf nooit voor mogelijk had gehouden. En wat er nu ging gebeuren was het toppunt: ik zou naast Viviane De Muynck staan. Uiteraard had ik haar al leren kennen voor die tijd, door mijn engagement bij Needcompany, maar samen op de scène met haar was toch wel even iets anders. Het idee alleen al maakte me dodelijk nerveus.

Welnu, het klikte vanaf het begin. Viviane bleek een gewoon mens van vlees en bloed, een lieverd, met een gewoon mensenleven en gewone mensenzorgen, een geweldige vrouw met een zoon, een vader en een moeder, een handjevol familie en daarnaast haar grote passie, het acteren.

We werden eigenlijk direct vrienden. Dat lag mede aan het feit dat we dezelfde leeftijd hadden, een bepaald gevoel voor humor deelden en gedurende de vele reizen met de groep – die voornamelijk uit veel jongere mensen bestond – een gelijksoortige interesse bleken te hebben voor alles wat je in een vreemde stad zoal kunt doen: Naar musea gaan, lekker eten en vooral drinken, shoppen in te dure winkels…

We hadden toen nog ouder wordende ouders en waren daar altijd wel op de één of andere manier mee bezig. Dat gaf ook een band. Dan weer was het haar vader die ziek was, dan weer mijn vader die in het ziekenhuis werd opgenomen, het was altijd wat en de angst was ook groot dat we op de werkelijk belangrijke momenten niet thuis zouden zijn, want the show must go on en die show was vaak op plaatsen, vanwaar je  niet gemakkelijk in een uurtje naar huis kon reizen. We kwamen niet uitgepraat over hen en het was heel goed dat we dat konden delen.

 

De diva en de gigolo


Zoals ik al schreef, had Viviane een zoon. Zonder teveel in details te treden, kan ik zeggen dat zij ook met hem veel bezig was, als we op reis waren. Ze had hem aan de zorgen van haar ouders toevertrouwd in zijn prille jeugd, omdat ze, juist toen er sprake van was dat ze naar het conservatorium zou gaan, plotseling weduwe werd. Haar ouders stimuleerden haar om toch haar droom te volgen en boden aan om voor haar kind te zorgen.

Hoewel ik meen te mogen zeggen dat de grootouders hun uiterste best hebben gedaan, heeft Viviane altijd een gevoel van schuld gehad over die eerste periode in het leven van haar kind. Het eeuwige dilemma van een werkende moeder en zeker in die tijd een nog totaal niet geaccepteerde manier van omgaan met de zogenaamde plichten van de moeder! We spraken er regelmatig over, vooral als Viviane in mijn ogen wel eens te ver kon gaan in het verwennen van de jongen – die inmiddels een volwassen man was geworden, die best voor zichzelf kon zorgen en die heel goed begreep dat hij de belangrijkste persoon was in het leven van zijn moeder.

Ik herinner me dat we in Berlijn in een antiekwinkel een paar peperdure  Jugendstill-oorbellen zagen. Viviane deed ze aan, keek in de spiegel en smolt.

Ik zei: ‘Wil je ze hebben?’
Zij antwoordde: ‘Ja’
Ik weer: ‘Heb je het geld?’
Zij: ‘Ja’
Ik: ‘Wat zou je er anders mee doen?’
Zij: ‘Waarschijnlijk aan mijn  kind besteden’
Ik: ‘Kopen, die oorbellen!’

Op die manier kon ze mij er ook vaak de schuld van geven dat ze weer de één of andere onverantwoordelijke uitgave had gedaan. Vaak liep ik als een soort gigolo, met pakjes en hoedendozen achter haar aan te rennen en niet zelden werden we door anderen als een echtpaar gezien en aangesproken. We lieten het maar gewoon gebeuren.

 

Wat ruist daar in het decolleté?


De humor van Viviane is zeer bekend bij de mensen die met haar hebben samengewerkt. Als ze een mop vertelde, was dat geen gewone mop, maar een one-woman-show met een plot van minstens een half uur, die iedereen op de grond deed rollen van het lachen. Als er dan eerst sprake was van het innemen van wat sterkedrank, werd het alleen nog maar beter en was er geen houden meer aan.

Bij het spelen van Macbeth hadden we één korte scène samen. Viviane droeg een kostuum, met daaronder een kledingstuk dat zeer diep uitgesneden was, zodat een groot deel van haar weelderige boezem zichtbaar was, zeker voor hen die dicht bij haar stonden. Op een keer zei ze tegen me: ‘Zeg, Simon, even over die scène die we samen hebben. Heb jij eigenlijk wel in de gaten dat je me nooit in de ogen kijkt als je tegen me spreekt, maar aan één stuk door in mijn decolleté staat te kijken?’ Ik was het me totaal niet bewust, maar zelfs als je als man nou niet direct door een damesdecolleté wordt aangetrokken, om het maar eens eufemistisch te zeggen, kon je hier onmogelijk omheen. Hoewel we er beiden ontzettend om moesten lachen, schaamde ik me ook, want erg professioneel was het natuurlijk niet en zonder dat ze dit wilde, had Viviane me toch weer iets geleerd.

Als we in de coulissen stonden om op te gaan, hoefde ik alleen maar zachtjes één zin te zingen uit een befaamde speech van Toon Hermans: ‘Wat ruist daar door het struikgewas? Het is een…’, om Viviane plat te krijgen en het haar moeilijk te maken om ernstig het podium op te stappen. Maar uiteraard, een professional als Viviane krijg je natuurlijk niet echt plat.

 

Eenzaam aan de top


Viviane was een topvrouw, de Grande Dame van het toneel in de Lage Landen, maar ook  beroemd tot ver over de landsgrenzen heen. Niet in de laatste plaats vanwege haar  bijzondere gave om de Kunst van het Acteren op nieuwe generaties over te dragen in talloze masterclasses en workshops. Niet iedere goede acteur heeft ook de didactische mogelijkheden om het vak aan anderen te leren. Zij kon dat als geen ander en iedereen die zo'n workshop weleens heeft meegemaakt, zal dit beamen. Haar uitzonderlijke talenkennis was daarbij van groot belang. Ook hen die ooit door haar geregisseerd zijn, kunnen daar alleen maar met de grootste bewondering op terugkijken, want ook dat deed ze fabelachtig goed.

Wat mijzelf betreft: hoe vaak heb ik niet ademloos naar haar staan kijken als zij een monoloog deed, als zij in tranen was, als haar klaterende lach opklonk, kortom als zij met haar vak bezig was, zoals alleen zij dat kon? Zodra ze het podium opstapte, was ze degene die zij in het stuk moest zijn en liet ze de vrouw die ze werkelijk was volkomen achter zich. Dat deed ze met passie en overgave en ze was daarin absoluut lonely at the top.

Ik ben er van overtuigd dat ze ook veel eenzame momenten heeft gekend. Dat is helaas inherent aan dit beroep, dit prachtige beroep: Je geeft op een avond een paar uur alles wat je hebt aan mensen, die je niet kent, om daarna alleen naar huis te gaan en in een leeg huis te komen. Dat kan louterend zijn, maar het heeft ook een trieste kant.

Het is heel moeilijk om met al dat gereis en die drukke werkzaamheden een serieuze relatie op te bouwen of te onderhouden. In plaats van die ‘vaste’ relatie, zijn er dan gelukkig wel ‘affaires’ (om het zo maar te noemen) en Viviane heeft zich op dit gebied zeker niet onbetuigd gelaten. Dat gaf dan ook altijd wel weer aanleiding tot de nodige hilariteit als we spraken over onze escapades.
 
Vriendschap onderhouden met Viviane was niet altijd makkelijk, omdat zij zo veel gevraagd werd en meestal ‘Ja’ zei op een vraag of aanbod. Dat hield automatisch in dat er lange tijden waren dat we elkaar niet zagen of spraken. Maar, zoals dat gaat met echte vriendschappen, als je elkaar dan weer zag, was het net of je elkaar de week daarvoor ook nog gesproken had en je pikte de draad meteen weer op. Dat ga ik nu misschien nog wel het meeste missen: de ontmoetingen na lange tijd, de warme omhelzing, haar uitroep: ‘Kind, hoe gaat het?’ en het daaropvolgende gesprek over alles wat we in de afgelopen periode ondernomen en beleefd hadden.

De rest zal herinnering zijn en niet zozeer een gemis. Het fijne van herinneringen is dat je ze kunt koesteren. Helemaal alleen of samen met anderen, die de herinneringen met je delen. Viviane zal in mijn persoonlijke herinneringen altijd een heel belangrijke plaats innemen, en verder weet ik zeker dat er een collectieve herinnering is aan haar, van alle mensen die haar hebben gekend op wat voor manier dan ook.

Zij laat veel achter. Theater blijft in je hart en in je hoofd zitten als het goed is, maar film- en televisiebeelden kunnen altijd weer opnieuw bekeken worden. Ik heb die film en televisie niet echt nodig. Ik vergeet haar nooit. Ze blijft voor mij de beste leermeester, de top-actrice en regisseur, de vriendin, de bezorgde moeder voor haar kind en de lieve dochter voor haar ouders. Een prachtmens! Wat een enorm voorrecht om haar te hebben gekend!

 

Epiloog


Hoewel ieder van ons ongetwijfeld zijn of haar eigen herinneringsmoment heeft aan één van de vele creaties van Viviane, wil ik er heel graag één uitlichten. Dat is de monoloog van Molly Bloom, het laatste hoofdstuk van het meesterwerk Ulysses van James Joyce.

Te weinig mensen zullen dit hebben gezien, omdat helaas de rechten niet werden verkregen, om dit stuk in het openbaar op te voeren. Een schandelijke belediging overigens voor het grote talent van de actrice! Het is daarom slechts in besloten kring gespeeld. Ik verkeerde in de uitzonderlijke positie dat ik dit stuk zo'n vier of vijf keer gezien heb en altijd weer, terwijl ik wist wat er ging gebeuren, was ik aan het slot tot tranen toe geroerd, door de manier waarop Viviane deze vrouw gestalte wist te geven. Zo intelligent, zo ontroerend, zo humoristisch en zo breekbaar.

Ik hoop dat u mij toestaat, al heeft  dat iets blasfemisch, ik geef het toe, om de laatste woorden van deze monoloog te citeren. Als een eerbetoon  aan en een afscheid van Viviane. Ik verzeker u, dat als zij hier nog zelf aanwezig was geweest, ik het echt aan haar gevraagd zou hebben, maar dat kan immers niet meer. Het zal ongetwijfeld mooier zijn als u niet meer naar mij kijkt, misschien zelfs de ogen sluit en alleen aan haar denkt.

I was a flower of the mountain yes when he put the rose in my hair like the Andalusian girls used or shall I wear a red yes and how he kissed me under the Moorish wall and I thought well as well him as another and then I asked him with my eyes to ask again yes and then he asked me would I yes to say yes my mountain flower and first I put my arms around him yes and drew him down to me so he could feel my breasts all perfume yes and his heart was going like mad and yes I said yes I will Yes

Vertel het verder: