Tot 't nut van 't algemeen: de literaire canon Archief

Debatten

donderdag 11 september 2008 - 20.00 > 21.30

Paleis voor Schone Kunsten | Studio, Ravensteinstraat 23, 1000 Brussel

Tot 't nut van 't algemeen is een debatreeks over de canon, georganiseerd door deBuren in samenwerking met Bozar. Verspreid over vier maanden houden begenadigde sprekers een prikkelend statement, telkens gevolgd door een 'Lagerhuisdebat' met meningen, bezwaren en aanvullingen van academici, schrijvers, critici en beleidsmensen uit Vlaanderen en Nederland. Ook het publiek krijgt de kans zich in de discussie te mengen.

In 2005 raadde de Nederlandse Onderwijsraad zijn minister aan om de socialiserende taak van het onderwijs te versterken. Jongeren zouden beter op de hoogte moeten zijn van hun eigen culturele identiteit en het verhaal van hun land. De Onderwijsraad adviseerde de invoering van een canon, een richtsnoer voor de elementen van cultuur en geschiedenis dat een land wil meegeven aan nieuwe generaties en nieuwe inwoners. Die vensters op de wereld zijn niet gesloten en statisch maar openen net het debat. En dat is precies wat deze reeks beoogt. Een open discussie, niet over lijstjes maar over de bruikbaarheid van canons in diverse domeinen. Het debat leeft ook in Vlaanderen, zo bewees onlangs een enquête over de literaire canon in het weekblad Knack. Door stemmen uit Vlaanderen en Nederland samen te brengen, beoogt Tot 't nut van 't algemeen een bredere kijk. VRT-hoofdredacteur Siegfried Bracke geeft en neemt het woord tijdens de verschillende debatten.

Voor het eerste deel in de reeks Tot 't nut van 't algemeen, over de literaire canon, werken deBuren en Bozar samen met literaire vereniging Het beschrijf. Het startschot wordt gegeven door Geert Buelens, hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde en directeur van het Departement Nederlands aan de Universiteit Utrecht. Van zijn bekroonde studie Van Ostaijen tot heden (2001), een geschiedenis van de moderne Vlaamse poëzie, verscheen begin dit jaar een derde druk, met een nieuw nawoord. Voorts publiceerde hij onder meer de essaybundel Oneigenlijk gebruik. Over de betekenis van poëzie (2008) en studies over de Europese poëzie uit de Eerste Wereldoorlog. Hij is columnist voor De Morgen en dichter van Het is (2002) en Verzeker U (2005).

Beluister hier het interview met Dorian Van der Brempt, directeur van deBuren, over de canondebatten in Mezzo op Radio 1.

In samenwerking met Bozar Literature en Het beschrijf

Podcasts

#67 - de Literaire Canon

Je hebt Adobe Flash nodig om deze podcast te kunnen beluisteren. Download flash hier.

Download (29.2mb)

Foto's

Documenten

Interview met Geert Buelens over de literaire canon in Knack op 3 september 2008

Aankonding van dit debat in Knack

Lees hier een verkorte versie van de lezing van Geert Buelens

Abstract van de lezing van Geert Buelens

Lees hier het opiniestuk "Het nut van een literaire canon" in De Standaard

 

Reageer (2) Delen

Reacties

Bart Haers

re: Tot 't nut van 't algemeen: de literaire canon

Door Bart Haers 12/09/08 (3 jaren geleden)

Over de Canon
Functies, begrip en belang

Con amore

Het is duidelijk dat we niet graag zeggen wat we belangrijk vinden, welke bladzijden we ten stelligste willen verdedigen, waar we andere mensen van willen overtuigen. Geert Buelens gaf op een boeiende wijze verslag van het probleem waarvoor hij stond: een canon is een contradictio in terminis, maar we hebben het absolute van ons afgeduwd en durven niet meer, zonder ons belachelijk te voelen, te erkennen wat echt belangrijk is. Een postmoderne discussie over literatuur is lastig, speelt zich af in de sfeer van een vermeend onbestaande overtuiging. Dat de literaire canon strijdt met ons gevoel van openheid en mogelijke verandering, lag telkens weer op tafel.

Maar toch, er is een canon. In Vlaanderen zijn er geheiligde boeken, zoals het Verdriet van België, van Hugo Claus en ook zal men nooit meer om Kartonnen dozen heen kunnen of om Guggenheimer, al staan die ver van mij af. Uit de wereldliteratuur zal men graag Gabriel Garcia Marquez laten opdraven en uit het Noorden komen Reve en Hermans zonder enige twijfel naar voor. Het is een Canon van wat in de interviews over mensen en hun boeken telkens naar voor komt, dat waarmee men wil aantonen te behoren tot de geciviliseerde, verfijnde geesten.

De ontdekking van boeken, het verkennen van andere realiteiten ligt besloten in het aanreiken van een canon, de canon, maar het is duidelijk dat er iets ontbreekt. Het geloof dat die canon, met de apocriefe werken ernaast een representatie vormen van wat we geloven, waar we in geloven, waar we zelf iets van onszelf in leggen.

Hoe opvallend was de dans van de egootjes niet, het mijne incluis. Maar wat mij betreft mogen de regenten in de republiek der letteren, de literatuurspecialisten, de literatoren zelf en de lesgevers hun dans ten eeuwigen dage voortzetten, als er maar iets van de bevlogenheid in blijft zitten. En dat, moeten we opmerken, lijkt het moeilijkste punt.

Zouden we het dan inderdaad niet beter hebben over de boeken zelf, de literaire boeken, maar misschien ook de essays, de poëzie, theaterteksten en ons op het publieke forum niet te beroerd tonen te stellen dat er nieuwe media zijn, prachtige media, die wellicht hun eigen canon zullen brengen, van “Alles kan Beter” of “De Mol” tot “Schipper naast Mathilde” dat maar weinigen van ons in première hebben gezien. En ja, ook de spelletjesindustrie zal haar eigen standaarden maken en ergens zullen uitblinkers hun eigen canon scheppen. Maar het zal altijd het publiek van Kastaliërs zijn, die zullen bepalen wat algemeen bekend hoort te zijn. De dynamiek van de canonisering zelf overstijgt ons, ook de Kastaliërs. Dat wil zeggen, zelfs al willen we niemand opleggen dat ze “A room for her own” of Heines “Reisebilder” best zouden mogen kennen, dan nog zal men het heel schoorvoetend doen.

Toch heeft de canon een belangrijke functie Afgezien van het feit dat er altijd een canon zal ontstaan, is er het gegeven dat in de mondiale globalisering mensen de kans moeten krijgen hun weg te vinden. Hoe absoluter die canon gepresenteerd wordt, hoe groter de canons dat de onafhankelijke geesten dat pad zullen afwijzen. Maar daar is niets mis mee, want zij die de canon afwijzen, hetzij als maskerade of bewust, zullen er misschien nieuwe titels, zinnen, gedachten aan toevoegen.

In de geglobaliseerde wereld heeft elke cultuur af te rekenen met een zekere druk van lokale zelfbevestiging. De Vlaamse en Nederlandse schrijvers hebben tegen het marketinggeweld van de grote spelers in de media, vaak de indruk dat minder belangrijk werk toch aandacht krijgt, omdat het in New York, London of Berlijn aandacht krijgt. Maar de commercie kan de goegemeente wel eens bedriegen. De Da vinci code is inderdaad zwaar gehyped, maar niemand kan zeggen, in ernst, dat het meer was dan een leuk speeltje.

Overigens, ook binnen de kleine markt moeten uitgevers hun titels kunnen plaatsen, wetende dat de wereld van de promotie ergens gemaakt wordt in de redactiekamers van de grote kranten: een bekende naam is leuker, tenzij de “new kid in town” iets speciaals heeft of is.

Maar dat gaat over de nieuwe literatuur, die haar eigen betekenis heeft, maar niet meteen de weg op de parnassus kan starten. Zoals we zeiden, in de literatuur en kunsten leven we met een soort provincie, Kastalië, zoals Hesse dat beschreef, waarvan hij uiteindelijk het droge, het steriele heeft getoond. Ook in de literatuurdiscussies zit er iets van het droge van de kennis, de objectiverende kennis van wat zich aan ons voordoet.

Geert Buelens als het op enig ogenblik over een sublieme ervaring. Ik denk dat dit punt van de discussie voor velen iets is waar ze liever niet op doorgaan. De zoveelste lectuur van een boekje van Timmermans “Pieter Bruegel; zo heb ik u uit uw werken gebroken” liet mij zien hoe het lezen en herlezen van dit werk op vele manieren mijn aanvoelen van en beleven van Breugel vorm gaf. Ik denk dat objectief het boekje op fictie drijft en dat men de waarachtigheid ervan niet hoog genoeg kan inschatten. Maar de waardering gaat naar meer dan een objectieve benadering. Het is een boek waar ik buitenlanders iets van Vlaanderen, toen, dat tweevoudig toen, dat van de schilder, dat van de verteller, maar ook nu, vandaag duidelijk kan tonen.

Het is de kwestie die ons moet bezig houden: tonen we met de canon onszelf, een jong publiek de weg naar wat literatuur is, dan is het onvermijdelijk zo dat sommigen dit autoritair, paternalistisch zullen vinden. Maar wat zou het? Als zij, die criticasters ons vertellen dat zij andere titels hebben, misschien een paar, enkele, 21%, dan is dat net leuk. Maar, eens we die canon voor een zekere tijd aanvaarden, mag het wel over het schrijven zelf gaan, over de waardering of de betwisting, anders wordt het vluchten voor droogkloterij.

Het voorwerp van de discussie is echter niet enkel een objectief gegeven waar we rationele argumenten voor hebben. We schreven boven dit stukje “con amore”, hadden ook “con diletto” kunnen zeggen, omdat onze waardering, ook die van de literatuurkenner en literaire docent altijd ergens verborgen, soms te goed, het hart laat spreken, de betrokkenheid, geladenheid niet kan verbergen. Ooit geselde prof. Raymond Vervliet aan de universiteit Gent studenten geschiedenis en kunstgeschiedenis met eindeloze besprekingen over hoe de literatuurwetenschap zich ontwikkeld had en hoe de ene voor autonomie van het kunstwerk ging en de andere voor de sociaal-culturele context ging. Zeiden we “Geselen”? Voor de meeste was dat het geval, voor ons, mij, was het interessante studie in iets wat mij bezig hield: hoe kan het mooi vinden van “Die Erwählte” van Thomas kenbaar maken? De literaire methodes en de methodes van de literatuurwetenschap waren bijzonder boeiend omdat het ook wegen opende om te vertalen waarom een sublieme ervaring bij benadering had plaats gevonden. Alleen, het ging of gaat niet om de sublieme ervaring, maar om aan te geven tot zover de objectieve benadering en methode toelaten, het interessante van een werk kunnen verwoorden. En dan begint het rijk der zinnen met de betovering, waar de wetenschappers hopelijk niet altijd afstand van hebben gedaan. In de literatuur spelen literatuurwetenschappers soms de rol van slachtoffer van hun eigen kennis. Dat is wonderlijk en soms zeer mooi. Een ander soort verhalen, zoals Saramago’s “Het jaar van de dood van Ricardo Reis” brengt ons bij een schrijversleven, waarvan het waarachtige boven verdenking staat, maar waar de verteller zich meanderend een eigen voorstelling van maakt, waar ook de lezer mee over de baan kan.

Maar en daar is het ons om te doen: hoe belangrijk moet een werk zijn om het in de klassieke bibliotheek op te nemen. Als het, denk ik, op zichzelf weer een aantal nieuwe teksten voortbrengt, een rol gaat spelen in de discussies en gesprekken over literatuur. Men had het over de Dubbelfluit van Pastoor Cyriel Coupé heb k gekend, zoals de Zuid

Anita Lampaert

re: Tot 't nut van 't algemeen: de literaire canon

Door Anita Lampaert 12/09/08 (3 jaren geleden)

Toch een beetje verbaasd zitten luisteren gisteren naar een pijnlijke meta-discussie over het bestaansrecht van een canon. Met wat Vlaamse regenten die het Claus- sfeertje nog niet overstegen waren en zich tegen kerk en vaderland én dominantie vanuit Nederland - en dus ook tegen een canon - moesten afzetten...Met een discussie over waardenvrijheid die mij als sociologe zeer gepasseerd overkwam en decennia terugwierp. Met hier en daar nog zelfs resten van een marxistisch jargon. Een vermoeiend postmodern sfeertje, druipend van zelftwijfel en relativisme. Uiteindelijk werd met veel moeite nog een pragmatische benadering gehaald, met in het achterhoofd de teloorgang van het Nederlandse onderwijs en de noden van het Vlaamse inburgeringsbeleid. Ik zat er als geïnteresseerde burger - niet werkzaam in onderwijs of inburgering - onwennig bij. Alsof de tijden niet onzeker zijn door secularisering, specialisatie, globalisering én commercialisering, voor letterlijk iedereen. Alsof de burger geen nood heeft aan referenties van het eigen culturele erfgoed, een soort traditiekern, deze keer eens niet vanuit rechts
doorgedouwd, niet vanuit de media artificiëel opgesteld ("beste kinderboek" "grootste auteur"), maar vanuit professionele en/of belezen hoek ter dialoog voorgedragen. De welwillende burger wordt toch heen en weer geslingerd tussen zijn afwijzing voor commercie en zijn openheid voor multiculturaliteit in een context van uitholling van de democratie? Enig houvast inzake eigen geschiedenis en dus toekomst, eigen erfgoed en dus kritiek op dat erfgoed is ...niet zozeer welkom, het is broodnodig! Het gaat om gemeenschapsvorming. Is die traditiekern duidelijker, dan verhoog je de toegang tot je traditie, vergemakkelijk je de omgang ermee zowel in bestendigende als in kritische zin. Je versterkt de mondigheid en burgerzin van het individu.

Dus : proficiat aan deburen voor het initiatief en excuus aan alle geleerden uit het hoge Noorden voor zoveel Vlaamse blabla. Jammer alleen van het tv-format! We praten over traditie die ondermeer door de media ondermijnd worden en we doen alsof..juist alsof we op tv zijn. De tekst van G Buelens bevatte bovendien alles voor een interessant gesprek; waarom toch die 5 vragen van S Bracke?