Migratie en Identiteit: Meryem Kanmaz Archief

Lezingen

woensdag 21 januari 2009 - 20:00 > 21:30

deBuren, Leopoldstraat 6, 1000 Brussel

Over identiteit wordt de laatste tijd steeds vaker geschreven en gesproken. Het is vooral de discussie rond het al dan niet bestaan van een nationale identiteit die daarbij de aandacht trekt. De WRR publiceerde een dik rapport over nationale identiteit, en de discussie daarover raakte in Nederland op kruissnelheid toen prinses Máxima tijdens de presentatie van dat rapport beweerde dat de Nederlandse identiteit niet bestaat. En in zijn meest recente essaybundel Onredelijkheid onderzocht Bas Heijne de nieuwe behoefte aan identiteit die Nederland op dit moment in zijn greep houdt.

Naar aanleiding van de grote aandacht voor nationale identiteit wil deBuren het begrip identiteit opentrekken en er een driedelige lezingenreeks aan wijden. Het eerste deel in deze reeks gaat nader in op migratie en identiteit.

Over immigranten en de multiculturele samenleving en de problemen die daarbij komen kijken wordt heel vaak geschreven. Minder vaak wordt gepraat over wat migratie betekent voor de mensen in kwestie zelf. Wat doet migratie met iemands identiteit?

Meryem Kanmaz was journaliste voor o.m. De Standaard en is verbonden aan de UGent. Identiteit vormde een deel van haar doctoraatsproefschrift waarin ze naging of er sprake is van de ontwikkeling religieuze van een islamitische identiteit die etnie en nationaliteit overschrijdt.

Foto's

Documenten

Klik hier om de lezing van Meryem Kanmaz te lezen

Reageer (3) Delen

Reacties

Jan Amery

re: Migratie en Identiteit: Meryem Kanmaz

Door Jan Amery 06/02/09 (3 jaren geleden)

Ik heb met grote belangstelling de diepgaande uiteenzetting van Meryem Kanmaz gevolgd.
Met vriendelijke groeten,
Jan Amery
Mettewielaan 77/59, 1080 Sint-Jans-Molenbeek.

Martin Laforce

re: Migratie en Identiteit: Meryem Kanmaz

Door Martin Laforce 22/11/10 (1 jaar geleden)

Kanmaz is goed in Takiya: liegen en bedriegen als het erop aankomt om aan moslimproselitisme te doen. Zo stelt ze in een artikel in de standaard dat in Sarajevo een moskee en kerk gewoon naast elkaar staan. Wat de hypocriete Mereym Kanmaz er niet aan toevoegt is dat christenen er nu worden gediscrimineerd. Voor de oorlog was Sarajevo een multiculturele stad, nu wordt het meer en meer een monoculturele islamitische stad. Vele christenen werden tijdens en na de oorlog verdreven en zijn nu nog slechts een gediscrimineerde minderheid met minder rechten. Waar je voorheeen in Sarajevo nauwelijks hoofddoekjes kon zien, worden nu volop moskeeën gebouwd en lopen er vele zwarte abaya's en andere totaal gesluierde 'vrouwen' rond. De multiculturele stad is een extreemrechts islamitisch bastion geworden. Kanmaz liegt bewust, islamisering en het opheffen van alle obstakels daartoe is immers haar doel. Alle middelen daartoe zijn goed, ook leugen en laster.

Ron

re: Migratie en Identiteit: Meryem Kanmaz

Door Ron 02/02/12 (3 maanden geleden)

Er bestaat immers geen enkel land met een moslimmeerderheid, waar andersgelovigen gelijke rechten hebben. Het bouwen van gebedshuizen voor andere religies dan de islam is verboden, bekering tot een andere godsdienst en atheïsme zijn verboden en kunnen leiden tot arrestatie en bestraffing. Wereldwijd worden in mosimlanden andersgelovigen gediscrimineerd, vervolgd en zelfs gedood. De 'islamitische identiteit' gepropageerd door onder meer Mereym Kanmaz is gewoon een stap in de islamisering van Europa...De islamisering van West-Europa gebeurt niet met het zwaard (zoals het geval was in Noord-Afrika, het Midden-Oosten en een groot deel van Centraal-Azië), maar met de jihad van de tong, geholpen door politieke strijdtermen zoals 'pluralisme', 'diversiteit', 'islamobobie', om elke kritiek op de islam in de kiem te smoren. Islamkritiek is immers verboden is islamitische landen en wordt ook in Europa nauwelijks geduld door de aanhangers van het boekje de koran dat bol staat van verzen die aanzetten tot onverdraagzamheid en zelfs het doden van 'ongelovigen'.

Ook de hypocriete Meryem Kanmaz, kan beter een toontje lager zingen, gezien de geschiedenis van christenvervolgingen en genocide van haar land van origine Turkije.. Een Europese islam, in die zin dat die andere religies gelijke rechten geeft bestaat niet: pluralisme is immers verboden in de islam. Wereldwijd worden mensen (anders gelovigen) onderdrukt, vervolgd en zelfs vermoord in vele moslimlanden. christenen zijn wereldwijd de meest vervolgde bevolkingsgroep.....

De massale uitroeiing van christenen in Turkije

Turkse massaslachtingen
Turkije was ooit een christelijk land. Al in het jaar 650 na Christus veroverden islamitische troepen Armenië. Twee groots opgezette Arabische aanvallen op Constantinopel (nu Istanbul) konden in het jaar 655 echter door de christelijk-Romeinse troepen worden afgeweerd. Van 674-678 en in 717/718 belegerden de moslims Constantinopel opnieuw, zonder dat het hen lukte de stad in te nemen. De definitieve verovering van Constantinopel door de moslims vond plaats in 1453 door de Ottomanen (Turken). Daarmee eindigde het christelijk-Byzantijnse rijk. Tegelijkertijd begon de systematische uitroeiing en het tot slaaf maken van de christenen door islamieten. In 1914 waren er nog 25% christenen in Turkije, nu zijn het nauwelijks nog 0,2%. De Turkse moslims hebben dus in de 461 jaar tussen 1453 en 1925 75% van alle christenen verdreven, vermoord of gedwongen geïslamiseerd. Er vond een bijna voltooide uitroeiing en verdrijving van christenen op het huidige gebied van Turkije plaats.
Turkije is eigenlijk een enorm christelijk kerkhof, waarschijnlijk ook het bekendste ter wereld. Daar wordt het christendom al 1000 jaar en tot op de dag van vandaag vervolgd. Bijna 100% van de inheemse bevolking op het huidige Turkse grondgebied was christen, voordat ze door de Jihad (heilige oorlog), door verovering, vervolging, massamoord, verdrijving, kerkenverwoesting of gedwongen bekering tot de islam bijna helemaal werden uitgeroeid. Nu zijn het nog maar 0,2% en ook zij worden in Turkije niet verdragen.

‘De christenen in Turkije vormen tegenwoordig een religieuze minderheid. Ze leven al ongeveer 2000 jaar op het huidige Turkse grondgebied. Volgens het Nieuwe Testament was de apostel Paulus afkomstig uit het huidige Turkije en voerde daar ook het grootste deel van zijn missiewerk uit. Ook in de apostelgeschiedenis, de katholieke brieven en de openbaring van Johannes spelen gemeenschappen in het gebied van het huidige Turkije een centrale rol. Het westelijke Klein-Azië was de belangrijkste bron van het niet-joodse, uit voormalige heidenen gerekruteerde christendom.’
Later leefden hier veel van de belangrijkste pausen. Alle zeven in het Oosten en Westen gezamenlijk erkende oecumenische concilies (bijeenkomst van de hoogste christelijke hoogwaardigheidsbekleders) vonden ook op het huidige Turkse grondgebied plaats. Daardoor werd hier het hele christendom in het eerste millennium van de christelijke periode maatgevend beïnvloed.. De Turkse christenen in het Anatolische deel van het toenmalige Turkije telden aan het einde van de 19e eeuw nog meer dan 2 miljoen zielen (25% van de bevolking op het grondgebied van het huidige Turkije). Turkije had in de 19e eeuw al honderdduizenden islamitische vluchtelingen opgenomen: Albanezen, Bosniërs en Balkan-Turken, die na de losmaking van de Balkanlanden van het Ottomaanse rijk verdreven werden of gevlucht waren. Dat leidde tot een demografische daling van het christelijke bevolkingsdeel in het Anatolische deel van Turkije. In de door Armeense christenen bewoonde gebieden alleen al werden 850.000 islamitische vluchtelingen gevestigd.

De Turkse variant van de ‘Endlösung’ tegen de christenen

Aan het einde van de 19e en in het begin van de 20e eeuw werden de meeste christenen uit het gebied van het huidige Turkije verdreven of vermoord.. De belangrijkste etappes daarbij waren:
1843 – door de Koerdische stamleider Bedirxan Beg werden bij bloedbaden minstens 10.000 christelijke Armeniërs en Nestorianen (een christelijke geloofsgemeenschap) in Asita (Hosut) vermoord. Vrouwen en kinderen werden deels als slaven verkocht.
1894-1896 – bij anti-Armeense pogroms werden 50.000 tot 80.000 Armeense christenen vermoord. De slachtoffers waren Armeens-apostolische mannen.
1909 – bij panislamistische (pro-islamitische), anti-Armeense pogroms in Adana en de provincie Cilicië werden 30.000 Armeense christenen vermoord. Tot 1910 eisten de daaropvolgende epidemieën en een hongersnood nog 20.000 slachtoffers onder de overlevenden van de slachting. Tijdens de tweede Balkanoorlog in 1913 werden Thracische Bulgaren en Bulgaren uit de Anatolische gebieden verdreven. Schattingen van organisaties van verdrevenen en de Bulgaars-orthodoxe kerk spreken van tussen de 60.000 en 400.000 vluchtelingen.

1915-1917 – volgens verschillende schattingen werden er 300.000 tot 1,5 miljoen Armeense christenen in het Ottomaanse rijk vermoord. Honderdduizenden werden naar Mesopotamië en Arabië gedeporteerd, velen stierven tijdens de deportaties, enkelen vluchtten naar het Russische deel van Armenië, er leefden nog minder dan 100.000 Armeniërs na 1922 in het land. Ook de Ottomaanse Assyriërs waren na 1915 het slachtoffer van volkerenmoord.
1922-1923 – ongeveer 1.250.000 Grieks-orthodoxe christenen werden in het kader van de Griekse nederlaag in de Grieks-Turkse oorlog en volgens de daarna overeengekomen bevolkingsuitwisseling tussen Griekenland en Turkije naar Griekenland uitgewezen. Uitzonderingen hierop vormden alleen de Griek-orthodoxe gemeenschappen in Istanbul en op de eilanden Bozcaada en Gökçeada. Bij de bevolkingsuitwisseling werden ook 500.000 islamitische Turken uit Griekenland naar de nieuwe Turkse nationale staat verdreven. Na de verovering van de Griekse gebieden of tijdens de verdrijvingen werden tienduizenden christenen vermoord.
1955 – na de vooral tegen Grieken gerichte pogrom van Istanbul verlieten duizenden Grieks-orthodoxe inwoners de stad. Van de 110.000 Grieken in het jaar 1923 waren tien jaar na de pogrom nog maar 48.000 over. De nakomelingen van de overgebleven christenen wonen overwegend in Istanbul (Grieks-orthodoxe en Armeense christenen), in het gebied Tur Abdin (meest Syrisch-orthodoxe en Aramese christenen) en in het zuidoosten in de provincie Hatay rondom de oude patriarchenstad Antiochië, het huidige Antalya. Deze provincie was tot in de jaren-20 van de vorige eeuw Syrisch gebied.

Tegenwoordig leven er ongeveer 100.000 christenen in Turkije en ze vormen ongeveer 0,2% van de bevolking van het land. Ongeveer 85% van de christenen in Turkije is geconcentreerd in Istanbul.
Actuele situatie
Mensenrechtenorganisaties zoals de Gesellschaft für bedrohte Völker (GfbV = Vereniging voor bedreigde volkeren) beoordelen de situatie van de Turkse christenen als kritisch. Officieel heerst er in Turkije godsdienstvrijheid (volgens artikel 24 van de grondwet), maar nog steeds bestaan er allerlei beperkingen, zoals het verbod om priesters en godsdienstleraren op te leiden. Aanslagen op christenen (ook op buitenlandse) en op christelijke gebouwen komen nog steeds voor in Turkije. Zo werd op 11 maart 2006 de Kapucijner monnik Hanri Leylek in Mersin door een jonge man met een mes aangevallen, die korte tijd daarna door de politie kon worden gearresteerd. In 2006 werd de Italiaanse priester Andrea Santoro tijdens het gebed in de kerk van Trabzon door een Turkse jongere doodgeschoten. Op 18 april 2007 werden in Malatya drie evangelische christenen vanwege hun geloof gruwelijk gemarteld en vermoord. Een van hen was de Duitse leraar Engels Tilmann Geske.

Op 3 juni 2010 werd de voorzitter van de Turkse bisschoppenconferentie, Luigi Padovese, ondanks persoonsbescherming door zijn islamitische chauffeur doodgestoken. Het onder minister Hüseyin Çelik ressorterende ministerie van onderwijs viel in april 2003 op met decreten tegen christelijke minderheden. Het ministerie zorgde ervoor, dat Turkse leerlingen meededen aan een opstelwedstrijd over de zogenaamde ‘genocidenleugen’ van de Armeniërs, Pontische Grieken en Syrisch-orthodoxen. Tegelijkertijd verplichtte het ministerie leraren tot deelname aan daarbij passende onderwijsmaatregelen en is begonnen aan de heruitgave van verouderde Turkse schoolboeken, waarin niet-moslims in Turkije ‘spionnen’, ‘verraders’ en ‘barbaren’ worden genoemd. Bovendien staat er in de boeken, dat hun scholen en kerken evenals joodse synagogen ‘schadelijke gemeenschappen’ zijn.
De Duitse president Christian Wulff riep de Turkse staat er in oktober 2010 in een toespraak voor het Turkse parlement in Ankara toe op om de rechten van de christenen in het land te verbeteren en hen de vrije uitoefening van religie mogelijk te maken. ‘Het christendom behoort zonder twijfel tot Turkije’, verklaarde Wulff in deze toespraak. In een toespraak m.b.t. de Dag van de Duitse Eenheid had Wulff enkele weken daarvoor gezegd, dat ook de islam, naast het christendom en het Jodendom, bij Duitsland zou horen. De zin, dat het christendom bij Turkije zou horen, werd door de parlementsleden met een ‘ijzig stilzwijgen’ aangehoord.
Rechtssituatie
In het Verdrag van Lausanne uit het jaar 1923, dat in Turkije tot op de dag van vandaag geldig is, kregen de aanhangers van twee christelijke confessies en van het Jodendom enkele minderhedenrechten. Volgens het verdrag worden echter alleen de Grieks-orthodoxe en de Armeens-apostolische kerk als christelijke confessies erkend. In Turkije worden christelijke Arameeërs niet als minderheid erkend. Hun cultuur en taal kunnen ze alleen maar in het geheim in kerken praktiseren, de kerktaal wordt stiekem geleerd. Volgens informatie van de Vereniging voor bedreigde volkeren werd het Verdrag van Lausanne intussen door het Turkse recht uitgehold, zodat het gebruiken van de minderhedenrechten nauwelijks nog mogelijk is. Christelijke studenten kunnen alleen nog maar theologie studeren aan islamitische theologische faculteiten. Priesters moeten zich of als diplomaten kunnen identificeren of Turkse staatsburgers zijn. Bijbels en andere christelijke literatuur mogen niet worden uitgedeeld op straat, christelijke straatfeesten en processies zijn verboden, christelijke radiozenders krijgen in principe geen licentie. Zodoende bestaat er een benadeling van christenen tegenover moslims, die onbeperkte cultusvrijheid genieten.
Andere onopgeloste problemen vormen de niet mogelijke opleiding van christelijke geestelijken en de aanhoudende sluiting van het seminarie van Halki, de rechtsstatus van de niet door het Verdrag van Lausanne beschermde kerken, die alleen maar bestaan als verenigingen van individuele personen, en daarmee samenhangend het verwerven of het bouwen van en het religieuze gebruik van onroerende goederen. Ook de renovatie van oude kerken wordt moeilijk gemaakt door juridische pesterijen. Onteigeningen van kerkgoederen is nog altijd praktijk. Ondanks veranderingen in het bouw- en verenigingsrecht geldt volgens Missio dat het ‘zeker op de middellange termijn niet mogelijk zal zijn om gebedsplaatsen te bouwen onder verantwoordelijkheid van kerken, aangezien de kerken geen rechtsstatus hebben’.
Kerken en kloosters
De kerk van de apostel Paulus in Tarsus, de geboorteplaats van de apostel Paulus, is een pelgrimsoord. De kerk, in 1943 door de Turkse staat in beslag genomen en gebruikt als militair magazijn, is op dit moment een museum. Een teruggave aan de katholieke kerk sluit de Turkse regering uit. De katholieke kerk vierde in 2008/2009 de geboortedag van Paulus 2000 jaar geleden met het Paulusjaar. In Tarsus zijn godsdiensten alleen toegestaan in overleg met de museumleiding. In juni 2008 gaf het Turkse ministerie van cultuur toestemming dat de kerk gedurende het Paulusjaar van juni 2008 tot juni 2009 door christelijke pelgrims voor godsdiensten gebruikt kon worden. Aartsbisschop Joachim kardinaal Meisner doet zijn best om in Tarsus een bestaande kerk over te nemen of een nieuwe kerk te mogen bouwen. De Turkse regering zou echter op haar mondelinge toezeggingen geen daden hebben laten volgen.. Hij wil; de Turkse regering er alsnog toe bewegen antwoord te geven.
Het tot het UNESCO-wereldcultuurerfgoed behorende klooster Mor Gabriel, een van de oudste christelijke kloosters ter wereld, is burcht en pelgrimsoord voor de christelijk-Assyrische minderheid in Turkije. Het klooster werd in het jaar 397 opgericht. Overgeleverd aan eeuwenlange overvallen door Turken en koerden, staat het op dit moment in het middelpunt van een politieke campagne. Sinds 2008 wordt het klooster Mor Gabriel door drie Koerdische dorpen aangeklaagd wegens ‘illegale nederzetting’. Het klooster wordt ervan beschuldigd dat er illegaal Aramees wordt onderwezen. Eind september 2008 vond in de dichtstbijzijnde stad Midyat een rechtszaak plaats om het voortbestaan van het klooster, waarvan het bestaan in Turkije van de kant van de autoriteiten van de staat door onteigening en stopzetting van het kloosterleven wordt bedreigd. Nieuwe registraties van het kadaster maken het voor aangrenzende boeren, die tot nu toe geen officiële eigendomsoorkonden bezitten, mogelijk om landerijen van het klooster voor zichzelf op te eisen. De aanklagers worden ondersteund door lokale politici van de regerende AKP. De Europese Unie heeft waarnemers naar het proces gestuurd.
Op grond van besluiten van het Turkse constitutionele gerechtshof moest in 1970 het priesterseminarie van de Armeense christenen in Üsküdarden zijn onderwijs staken en in de zomer van 1971 moest het in 1844 opgerichte Grieks-orthodoxe priesterseminarie van Halki voorgoed de deuren sluiten. De systematische uitroeiing van het christendom in Turkije zorgde ervoor, dat het aandeel christen in de hele bevolking van bijna 100% eerst tot 1914 daalde tot 25% en nu is gedaald naar 0,2%. Zullen de islamieten, die in Europa steeds talrijker worden, de christenen in Europa ooit net zo uitroeien zoals ze dat met de christenen in Turkije hebben gedaan?
Bron: Turkey-world.eu

In reeks: Identiteit Bevraagd

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Volg onze RSS feeds of abonneer je op onze seizoensbrochure.