Debat van de Maand: de dictatuur van de kijkcijfers Archief

Debatten

dinsdag 13 september 2005

deBuren, Leopoldstraat 6, 1000 Brussel

Joop Daalmeijer

De televisie en radio hebben door hun brede bereik grote invloed op het publieke domein. Het waarborgen van de kwaliteit en de diversiteit van het aanbod is voor  de overheid in Nederland en in Vlaanderen, net als in de meeste andere Europese landen, de reden geweest om een openbare omroep te subsidiëren. Culturele programma's, diepgravende achtergrondreportages en opiniërende debatten op hoog niveau danken daaraan hun bestaan. Maar ook de openbare omroep is steeds meer de kijkcijfers als maatstaf gaan hanteren.

Door de concurrentie aan te gaan met de commerciële omroep in plaats van die aan te vullen met een divers aanbod voor verschillende groepen kijkers, ontstaat steeds meer discussie over de bestaansreden van de openbare omroepen.
Heeft de overheid eigenlijk nog wel een taak in het televisie-aanbod, of laat zij dit deel van het publieke domein definitief aan de commercie over? En hebben minderheden ook kijkrechten, of moeten zij hun elitaire hobby"s maar elders uitleven? Een debat onder leiding van Piet Piryns met Mark Vanlombeek, Cas Goossens, Joop Daalmeijer, Laurens Drillich en Harry de Winter.

IMPRESSIE

Bestaat de dictatuur van de kijkcijfers? Mark Vanlombeek (VMMa) is van mening dat de markt op het gebied van televisie - 'radio is een ander verhaal' voorrang moet hebben: "Televisie is niet het ideale medium om kleine groepen te bedienen, omdat het daarvoor te duur is. En de overheid kan met de publieke omroep corrigerend optreden, maar mag nooit concurreren met de commerciële zenders", aldus Vanlombeek, die er ook op wijst dat  kwaliteit een relatief begrip is. "Ontspanning is geen scheldwoord."

Cas Goossens (oud-DG BRTN) ziet ontspanning, naast informatie en educatie, ook als een belangrijk onderdeel van de taak van de publieke omroep: "Als je dat zou wegnemen, krijg je het beeld van een saaie publieke omroep: voor entertainment moet je bij de commerciëlen zijn." Ook in zijn ogen zijn de kijkcijfers belangrijk: een publieke omroep zonder publiek zal voor de overheid een argument zijn om minder geld te geven. "Wat je moet proberen is om zo hoog mogelijke kijkcijfers te bereiken met kwaliteitsprogramma’s."

Joop Daalmeijer (Wereldomroep) ziet eerder een omgekeerde dictatuur: die van de marginale kijkcijfers. "Het zijn de moeilijke programma’s die worden geprezen door de pers. Maar kijkcijfers zeggen me eigenlijk niks, het gaat om het bereik. Als je een hoog percentage van bepaalde doelgroepen hebt bereikt, moet je tevreden zijn." Hij betreurt het daarom dat ook de politiek alleen over kijkcijfers praat, en niet over bereik. En dat zij zonder kwaliteitsargument bezuinigt op de publieke omroep: "Betaal je voor kwaliteit, dan krijg je kwaliteit. Betaal je voor rotzooi, dan krijg je rotzooi."

Zijn er harde ondergrenzen? vraagt discussieleider Piet Piryns. Laurens Drillich (BNN) wijst erop dat dit voor de commerciële omroep een louter financiële kwestie is. "In Nederland of Vlaanderen kun je als commerciële omroep geen programma’s maken voor 5% van de bevolking, daarvoor is het taalgebied gewoon te klein."

Ook de poging die televisieproducent Harry de Winter op dit moment onderneemt om een betaalzender op te zetten voor kwaliteitstelevisie is volgens Drillich kansloos: "Zijn intellectuelen bereid om daar 1000 euro of meer per jaar voor te betalen? Ik denk het niet." Maar de publieke omroep heeft een heel andere doelgroep: "De commercie richt zich op de adverteerder, de publieke omroep op de burger." Daarom spreekt hij net als Daalmeijer liever van bereik, waaraan hij nog toevoegt: en effect. Voor zijn jongerenomroep wordt op educatief en informatief gebied veel meer effect bereikt wanneer je de boodschap verwerkt in programma’s die aansluiten op trends die bij grote groepen jongeren leven. Als voorbeeld noemt hij de populaire 'telenovelas' (soaps) in Mexico, waarin maatschappelijke kwesties aan de orde komen waarover de mensen de volgende dag  met elkaar  napraten. "Het gaat erom de grote groep te bereiken die geen kranten leest, alleen maar games spelen. Dan maak je een game waarin het er niet om gaat zoveel mogelijk omaatjes plat te rijden." De mensen in het Big Brother huis elke dag voor het oog van de kijkers de krant laten lezen, zoiets dus, concludeert het publiek.

Foto's

Documenten

Klik hier voor meer informatie over de deelnemers van dit debat

Reageer (0) Delen