Schone lelijkheid
Geschreven door Ann De Craemer op 2 september 2008
'Auteur J.M.H Berckmans is het voorbije weekend plots overleden in Antwerpen', staat maandag op de voorpagina van de Vlaamse krant De Morgen. Veel literatuurliefhebbers zullen weliswaar geschrokken zijn van het nieuws van Berckmans' dood, maar 'plots overleden' moet misschien wel wat gerelativeerd worden: wie enkele maanden geleden op Canvas de uitzending van Weervolven zag over Jean-Marie Berckmans moet vast en zeker de overpeinzing hebben gemaakt dat deze man geen lang leven kon beschoren zijn. De schrijver liet zich in de documentaire zien zoals zijn lezers hem ook in zijn boeken hebben leren kennen: meer dronken dan nuchter; de hoofdrol vertolkend in zijn eigen marginale bestaan; soms heel helder maar vaker total loss; eeuwig worstelend met zichzelf, met het geld dat er nooit was, met de grote wereld waarop hij geen greep kon krijgen.
Jean-Marie Berckmans was misschien wel de enige Vlaamse schrijver die een ware cultstatus had bereikt. Toch brak hij nooit door bij het grote publiek: hij schreef vijftien boeken, maar die werden vooral gesmaakt door een kleine groep liefhebbers. Daar leek de voorbije jaren echter wat verandering in te komen: zijn laatste boek, Je kunt geen twintig zijn op een suikerheuvel, haalde de longlist van De Gouden Uil, en Joost Zwagerman nam tot de verrassing van velen een kortverhaal op van Berckmans in zijn bloemlezing De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 verhalen.
Wie Berckmans leest, voelt de wanhoop uit de letters omhoog kolken. In het diepste van mijn dump en op het topje van mijn mesthoop zit ik te zitten en na te denken over de problemen van de wereld, armoede en liefdeloosheid. Geen schrijver in de Lage Landen heeft zo rauw beschreven wat het betekent om aan de zelfkant van de samenleving te leven. Berckmans lezen doet haast letterlijk pijn: de ellende, de uitzichtloosheid, de vruchteloze pogingen om van de fles te blijven. Ik moet stoppen met drinken, schrijft hij in zijn laatste boek in een brief aan 'Lieve Kristien'. Hoe doe je dat. Ik weet het niet. Vertel het mij, fluister het mij in beide flaporen maar zeg het mij want ik wil.
De mythe dat Berckmans niet geholpen wilde worden en zich graag wentelde in zijn marginale bestaan, kunnen we bij deze naar de prullenbak verwijzen. Jean-Marie Berckmans was ziek en wilde graag genezen, maar het is hem nooit gelukt. Moeten we om die reden postuum medelijden met hem hebben? Dat mag, dat kan, maar bewondering is een gevoel dat meer op zijn plaats is. Zoals Berckmans zijn er ontelbaar velen die aan de rand van de afgrond leven, maar weinigen slagen er niettemin in om temidden van al die lelijkheid toch nog schoonheid te produceren. Schoonheid gedistilleerd uit lelijkheid - misschien is dat wel de meeste kernachtige manier om het oeuvre van Berckmans te karakteriseren. Berckmans lezen is een ervaring vergelijkbaar met wat wel eens wordt gezegd over het kijken naar de twee vliegtuigen die zich in de Twin Towers boren: dat zoveel gruwel toch nog een gevoel van schoonheid kan opleveren.
Het is jammer dat Berckmans nooit het succes heeft gekend dat hij verdiende ? des te meer omdat hij een unieke stem was in de Vlaamse letteren. Daarover zei hij zelf in een interview: Och, Jaap Goedegebuure noemde mij de Antwerpse Bukowski, Frank Hellemans noemt mij de Antwerpse Céline, Jos Borré noemt mij de Jeroen Bosch van de Vlaamse letteren. Ik vind dat allemaal flauwekul, hoor. Ik vind dat ik op mezelf sta. Er is niemand in Vlaanderen of in Nederland die schrijft wat ik schrijf. Berckmans' stem werd door weinig lezers gehoord, maar dat is iets wat geldt voor zoveel Vlaamse schrijvers. Bij leven worden hun boeken vaak amper opgemerkt; hun dood levert een kortstondig moment van aandacht op, en daarna wordt het weer even stil, zoniet nog stiller dan daarvoor.
Berckmans' uitgever had net de kopij van zijn jongste verhalenbundel gelezen, en wilde deze week met de auteur afspraken maken over de publicatie. Het leven heeft er anders over beslist, maar laten we hopen dat de laatste pennenvrucht van Berckmans net zo indrukwekkend was als het boek waarmee hij genomineerd werd voor de Gouden Uil. Dan kan Vlaanderen de schrijver alsnog het respect betonen dat hij verdiende door hem postuum te nomineren voor de Gouden Uil. 's Nachts is er altijd een lichtje dat niet uitgaat. Misschien is het wel een hoerenkot, wie weet. Maar 's nachts is er altijd een lichtje en dat gaat niet uit. Het lichtje is uit, maar in de schaduw van de schemering zal ik Jean-Marie Berkcmans opnieuw lezen.
Ann De Craemer is medewerker programmering bij deBuren. Ze schrijft wekelijks uit eigen naam een column voor deze website.
Reageer
Velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.
Reacties
Het verhaal van Jean-Marie Berckmans bljft intrigeren omdat we als lezer regelmatig zijn naam tegenkwamen. Hij was aanwezig, maar zijn boeken drongen zich niet zo vaak op de voorgrond.
Er zijn nog schrijvers, zoals Claude van den Berge die we niet kennen. Of anders gezegd, de auteurs die we geacht worden te kennen, zijn net altijd de schrijvers (m/v) die we dan uiteindelijk echt wel smaken.
Het punt is dat niemand zich hoeft te kennen omdat men Berckmans niet kende. Anders dan bij BV's lijkt het met romans en verhalen vaak moeilijker aan te geven waarom we die of die moeten kennen.
Het belang van een schrijver is niet alleen een kwestie van smaak. Elschot, Walschap, Claus en Boon zou men gelezen moeten hebben als Vlaamse afstuderende van de middelbare school. Het verhaal van de boeken die lazen en ons bijbleven, moeten we zelf vertellen, maar het zijn juist die verhalen die we moeten vertellen. Bij deze zal ik eerlang nog eens een Berckmans ter hand nemen. Maar ter mijner verontschuldiging moet ik zeggen dat het lezen over de ellende van een mens, mensen na Primo Levi en Italo Svevo aan nieuwe normen onderhevig werd. Men kan een auteur nooit zomaar vergelijken met andere, maar het blijft opvallend dat we over Berckmans lazen, maar dat de boekhandel hem niet zo gauw in huis had. Ook dat is geen excuus, maar een vaststelling waar we niet om heen kunnen. De kleine gedreven boekhandel, daar vindt men wel dit werk.