President van Europa: Hendrik Vos
Geschreven door Hendrik Vos op 20 november 2008
Dames en Heren,
Waarde Europeanen,
Het is presidententijd. Amerika heeft zijn spektakel gehad, indrukwekkender dan de opening van de Olympische Spelen, straffer dan de landing op de maan, glorieuzer dan de Gentse Feesten.
Het is nu tijd voor Europa. Ik beloof het u, we gaan het beter doen. Met scherpere speeches, sterkere running mates, met meer passie, meer emotie, meer tranen. De Europese President, er wordt soms aan getwijfeld, maar hij komt er. Volgend jaar, of binnen twee jaar, maar hij komt er. Hij werd vermeld in de Verklaring van Laken, hij werd gesteund door de Conventie, hij was voorzien in de Grondwet, hij is gerecupereerd in het Verdrag van Lissabon, desnoods wordt hij binnengesmokkeld langs een juridische achterdeur, maar hij komt er. Of zij komt er. Maar er zijn weinig vrouwelijke kandidaten, helaas.
Ik ben kandidaat, en ik zal u vertellen waarom ik kandidaat ben. Maar ik wil u eerst iets anders zeggen.
De omstandigheden maken het ons niet makkelijk om er een even fijn feest van de democratie van te maken als onze Amerikaanse vrienden. Nochtans hebben wij, naar men zegt, de democratie wel uitgevonden. Een land kan trouwens maar toetreden tot de Europese Unie als het af en toe verkiezingen organiseert. Die democratie, die willen wij ook uitdragen naar de rest van de wereld. Als er in om het even welke republiek, archipel, enclave, mini- of microstaat een president wordt verkozen, dan sturen wij waarnemers. Om te controleren of iedereen die dat wilde zich kandidaat kon stellen. Of de campagne fair verlopen is. Of er niet gefraudeerd werd bij het tellen van de stemmen. Of er niet gefoefeld is met de stembiljetten. Of de stembussen ordentelijk gesloten waren. En pas op: wie een slecht rapport krijgt, die gaan we sanctioneren. We geven ze geen visa meer, we bevriezen hun tegoeden, we schorten de handel op. Europa lacht er niet mee als de democratie met de voeten wordt getreden. We maken er paria's van en ze zullen het geweten hebben.
Maar wacht even. Hoe zit dat met onze president? Wij gaan onze president niet verkiezen. Er zal geen race zijn naar het Résidence Palace. Er zal ook geen campagne zijn. Eigenlijk zullen er zelfs geen kandidaten zijn. Er worden namen gesuggereerd, ja. Tony Blair, Jean-Claude Juncker, Bertie Ahern, José María Aznar. Maar heel waarschijnlijk wordt er te elfder ure nog iemand anders uit de hoed getoverd. Iemand zonder scherpe tegenstanders, en dus wellicht zonder mening. In Amerika kenden ze hun kandidaten wel. Al meer dan een jaar op voorhand begon de afvallingsrace. Voor de gemakkelijkheid werden ze onderverdeeld in categorieën: man of vrouw, afro-amerikaans of blank amerikaans, democraat of republikein, heel rechts of wat minder rechts. Er was alle gelegenheid om de kandidaten met elkaar te laten debatteren, voor- en tegenargumenten af te wegen, de keuze voor te bereiden.
Wij krijgen die gelegenheid niet. Bij ons wordt de president aangeduid. Door de grote jongens en dat ene meisje. Door de Merkels, de Sarkozy's, de Letermes, de Balkenendes, de Berlusconi's, god betert. Zij zullen onder elkaar uitmaken wie onze president wordt, zoals de kardinalen onderhandelen over wie de nieuwe paus wordt.
Maar wij zijn toch geen bananenrepubliek? Wij moeten Wit-Rusland of Zimbabwe toch niet achternadoen? Wij zijn toch het Vaticaan niet?
Nee, en daarom ben ik kandidaat. Omdat er eigenlijk geen kandidaten mogen zijn. Maar ik eis mijn democratisch recht op. De strijd voor het presidentschap is nu open. En ik heb een programma. Ik wil u geen revolutionaire slogan aanpraten, ik vraag zelfs geen radicale ommezwaai. Change, dat is voor Amerika. Ik wil dat wij, in Europa, heel eenvoudig, doen wat we zeggen.
Ik geloof in Europa, omdat Europa een vat vol goede voornemens is, al vele jaren. In Maastricht in 1991, gingen we werk maken van een gemeenschappelijk buitenlands beleid, in Luxemburg in 1997 gingen we de werkloosheid bestrijden, in Tampere in 1999 gingen we een humaan asielbeleid ontwikkelen, in Göteborg in 2000 sloegen we de weg van de duurzame ontwikkeling in, en ? als klap op de vuurpijl ? in maart 2007, hier in Brussel, gingen we de opwarming van de aarde stoppen. En tussendoor hebben we ook gezegd dat we een eerlijk handelsbeleid zouden voeren en ontwikkeling en mensenrechten promoten, overal in de wereld, we gingen de interculturele dialoog voeren, de armoede uitbannen.
De Europese ambities zijn grenzeloos. En ze zijn nobel. Maar hoe zit het op het terrein? De Europese samenwerking is geen débacle, zeker niet. We hebben vrede, we zijn betrekkelijk welvarend, onze milieuwetgeving is behoorlijk streng, de consumentenbescherming is goed geregeld. In vergelijking met de rest van de wereld doen we het niet slecht. Maar precies daarom kunnen we het ook nog heel wat beter doen.
We zijn in het Europese jaar van de interculturele dialoog, we hebben een fotowedstrijd georganiseerd, en straks misschien ook een kleurwedstrijd of een interculturele zeepkistenrace. Maar een echt beleid rond interculturaliteit, hebben wij dat? Er zijn werkgroepen opgericht en comités en commissies en expertenvergaderingen. We hebben gebrainstormd in Brussel en in Luxemburg, ook wel eens in Warschau, en uiteraard in Straatsburg, over het klimaat en over werkloosheid, over asiel en migratie, over de strijd tegen armoede en over een moedig ontwikkelingsbeleid. Aan goede intenties heeft het ons nooit ontbroken. Aan veel vergaderzucht evenmin, en gelukkig ook niet aan een sterke lever. De meeste studiedagen eindigen met een receptie. De meeste gewone dagen eigenlijk ook. Maar op het einde van de dag, bij het laatste glas wijn, moesten we vaststellen dat vele plannen dode letter bleven.
Hoe zit het dan met onze geloofwaardigheid? Tegen die Aziatische boer hebben we gezegd dat we hem zouden helpen om een menswaardig bestaan op te bouwen. We hebben hem dat beloofd. Maar onze bietentelers hebben verhinderd dat hij zijn suiker exporteerde. Tegen die dertig Afrikanen in hun gammele boot, op weg naar Lampedusa, hebben we aangekondigd dat we een menselijk asielbeleid zouden voeren. We hebben hen dat beloofd. Maar intussen hebben we hen teruggestuurd en bij hun tweede poging zijn ze gezonken. Tegen die pinguin hebben we gezegd "blijf zitten op uw ijsschots, maak u geen zorgen, wij stoppen de opwarming van de aarde". We hebben hem dat beloofd. En elke dag druppelen er een paar vierkante centimeter van zijn ijsschots.
Terwijl de camera's draaiden en er op alle banken applaus klonk, heeft Europa wel aangekondigd dat de uitstoot met minstens twintig procent omlaag zou gaan. Maar waar staan we vandaag? De autoconstructeurs willen alleen meewerken als ze subsidies krijgen. De chemie en de aluminiumbedrijven willen aan de kant blijven. De Duitsers steunen de autoindustrie, de Polen willen steenkoolcentrales. Allemaal goed en wel, maar zo komen we er niet. De hoogmissen, daar zijn we goed in. Maar er zitten farizeeërs in de tempels, er wordt met een gespleten tong gesproken, de particuliere belangen van sommige landen, van sommige groepen wegen zwaarder dan al onze nobele engagementen en goede bedoelingen.
Europa wil van de wereld een betere plek maken. We hebben dat beloofd. We hebben het beloofd aan Banki Moon, we hebben het beloofd aan de Palestijnen, we hebben het beloofd aan de Congolezen, we hebben het beloofd aan de ijsberen en aan de pinguïns, we hebben het beloofd aan de werklozen, we hebben het beloofd aan die zwangere vrouwen in hun bootjes op weg van Afrika naar een beter leven.
We gaan iets doen, we hebben dat gezegd. Maar wat doen wij? We sluiten onze grenzen, we plooien ons terug en we vergeten onze ambities. Als het te warm wordt, kopen we een ventilator. Mijn programma als kandidaat-president is heel eenvoudig. Drie simpele woorden die Europa zullen veranderen, die de wereld zullen veranderen: Beloofd. Is. Beloofd.
Als we een force for the good willen zijn, dan is het na alle plannenmakerij nu tijd voor actie. Precies daarom wil ik een sterke president zijn. Niet iemand die bij het begin van de vergadering in drieëntwintig officiële talen goeiemorgen zegt, koffie inschenkt, met pralines rondgaat en minzaam lachend op de foto staat. Geen protocolaire rol voor mij, ik wil macht. Macht om iedereen op zijn verantwoordelijkheid te drukken. Ik zal geliefd zijn en bewonderd worden. Maar ik zal ook gevreesd zijn en mijn tegenstanders zullen talrijk zijn. Mijn tegenstanders zijn zij die hun kortetermijnbelangen laten voorgaan op de afspraken die we maakten. Mijn tegenstanders zijn vooral ook zij die niet geloven in een Europese aanpak. Want laat daar geen misverstand over bestaan: we zijn elk afzonderlijk te klein om de uitdagingen van vandaag aan te pakken. We moeten het samen doen. Mijn tegenstanders zijn ook zij die twijfelen aan onze fraaie ambities. Die dromen van een Europees rakettenschild, die de doodstraf willen invoeren en die het smeltende ijs van onze planeet zien als een opportuniteit om naar olie te boren. Vergis u niet, er zijn Europeanen die Amerika willen kopiëren. Mijn programma is een Europees programma, gebouwd op plannen die we zelf lanceerden, maar door omstandigheden nog niet realiseerden.
Toch moet ik erkennen dat we nog veel kunnen leren van de Amerikanen. Ze hebben ons een jaar lang meegenomen in een wervelend verhaal over hun president. Pride and Prejudice, Bold and Beautiful, het zat er allemaal in. Er was veel retoriek, maar ook veel inhoud. En op het eind een apotheose van formaat, voorspelbaar natuurlijk, maar goed gedaan. De trillende stem van MacCain, de tranen tijdens de speech van Obama. Mooi in beeld gebracht ook. In Amerika kunnen ze dat. Yes, they can. Ook dat is democratie: politiek bij de mensen brengen, in de cafés en op de feestjes, als onderwerp bij de kapper, als openingszin bij het speeddaten.
Maar wanneer wordt er over Europa gesproken? De Europese integratie ging meer dan een halve eeuw geleden van start en vijftig jaar lang is er over Europa alleen maar gefluisterd. In de salons van de diplomaten, achter de muren van het Schumanplein, in de krochten van de Berlaymont. Bij kaviaar en champagne zijn de plannen gesmeed om de macht van Europa uit te breiden, onhoorbaar en onzichtbaar. Begrijp me niet verkeerd. Dat was nodig, we moeten samenwerken om iets te betekenen in de huidige wereld.
Maar het is nooit verteld aan de Europeanen, het werd nooit uitgelegd. We voelen dat Europa machtig wordt, maar denken dat we er geen greep op hebben. De Europeaan is wantrouwig geworden. En die argwaan is een ongeleid projectiel. Hij slaat toe tijdens referenda, krachtig en meedogenloos, live op CNN. Maar hij werkt ook subtieler en heeft zich genesteld, diep in onze geesten. Hij vreet aan de legitimiteit van het Europese project.
Een democratie mag geen spiegelpaleis zijn, waar niets is wat het lijkt. U moet weten dat Europa belangrijk en nodig is. Mijn campagne zal concreet zijn, omdat Europa dat ook is. En ik wil tastbare thema's om mijn programma aan de man te brengen. In deze campagne wil ik Joe the plumber, ik wil een hockey mom, ik wil een aanhanger die 106 jaar oud is, die nog gevochten heeft op de IJzervlakte, ik wil een zwangere tienerdochter. Omdat ik daar een verhaal aan kan ophangen. Over economie en belastingen, over kleine zelfstandigheden, over gelijke kansen en onderwijs, over oorlog en vrede. Dingen die er toe doen, waar Europa mee bezig is, al vijftig jaar lang, maar die al te vaak verpakt worden in een gruwelijk jargon.
Over Europa moeten we helder zijn en duidelijk, en niet meer fluisteren of in codetaal spreken. Ik wil geen diplomatiek gezeik meer over intergouvernemtele evenwichten en proportionaliteit en subsdiariteit en gekwalificeerde, gekwantificeerde, gemystificeerde of gemummificeerde meerderheden. Ik wil het niet meer horen.
Dames en Heren, de campagne begint vandaag. Hier, in Brussel. Ik roep de andere kandidaten op om zich kenbaar te maken. Ik wil strijden, het moeten klinken en botsen. Een jaar lang, desnoods twee jaar. Ik wil debatten, ik wil inhoud, ik wil ook emotie en passie. Ik wil mensen ontmoeten en ontroeren. Ik wil, ik zal campagne voeren, ik zal spreken over Europa in de Ierse pubs en in de Poolse kerken, op de sneeuwvlakten in Lapland en op de stranden in Spanje, voor creatieve kunstenaars en voor corrupte zakenmannen, voor meisjes van plezier en voor pastoors. Ik wil een bruisende strijd.
Omdat Europa belangrijk is. Omdat Europa hun leven, uw leven, mijn leven beïnvloedt, ingrijpender dan we ons voorstellen. Het zal in alle kranten staan, u zal het zien op televisie, u zal het horen op de radio, er komen filmpjes op youtube en een fanpage op facebook. De Amerikaanse campagne, dat was al wat. But you ain't seen nothing yet.
Hendrik Vos
'De President van Europa' is een reeks van deBuren. Tijdens drie avonden houden telkens twee sprekers een prikkelend verkiezingsrede, uitgaande van de oproep: 'Kies mij als president van Europa!'. Dinsdag 18 november: Kader Abdolah en Hendrik Vos. Dinsdag 25 november: Mia Doornaert en Thomas von der Dunk. Toegang gratis. Reserveren: info@deBuren.eu of 02-212.19.30 meer informatie: www.deBuren.eu
Deze tekst verscheen in De Standaard (19.11.2008)
Reageer
Velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.
Gerelateerd
Debatten Wat mag europa van Nederland verwachten als het om Europa gaat?
Goede buren Machiavelli-debat: Europa: de impasse voorbij?
Debatten De president van Europa: Kader Abdolah & Hendrik Vos
Debatten Tot 't nut van 't algemeen: de Europese canon
Debatten De Europese droom. Debat met Hendrik Vos, Bart Staes, Saïd El Khadraou…
Column Mag Europa leesbaar zijn?
Archief
| 2012 |
| 2011 |
| 2010 |
| 2009 |
| 2008 |
| 2007 |
Blijf op de hoogte
Schrijf je in op onze nieuwsbrief:
Volg onze RSS feeds of abonneer je op onze seizoensbrochure.