Onbegrensde paradijzen

Geschreven door Ann De Craemer op 21 november 2008

West-Vlamingen en Antwerpenaren, dat is water en vuur. Zo luidt althans een alom gekend Vlaams cliché. Antwerpenaren heten luidruchtig te zijn, arrogant, zelfbewust; ze staan graag in de kijker en vinden zichzelf beter dan anderen. Zó dicht bij de Nederlandse grens wonen - het kan niet anders of die sinjoren, zoals ze zichzelf noemen, zijn halve Ollanders. Mensen die hun stad 'A' noemen en ervan uitgaan dat de rest van de wereld meteen weet wat ze daarmee bedoelen ? die moeten het nogal hoog in de bol hebben.

Van West-Vlamingen zegt men dat ze bescheiden zijn, eerder verlegen en nogal gesloten. Ze houden niet van veel gedoe en zijn noeste werkers. Zwijgt en doe voort, leert ieder West-Vlaams kind thuis en op school, terwijl zwijgen bij Antwerpenaren alleen in gevallen van opperste nood voortkomt.

Ik schets gewoon even de gangbare clichés, om daar meteen aan toe te voegen dat ik er niet in geloof. Er zijn ook heel wat arrogante West-Vlamingen en ik ken een pak bescheiden Antwerpenaren. In clichés zit altijd een kern van waarheid, maar we moeten ze vooral ook durven te relativeren.

Als de clichés zouden kloppen, dacht ik de afgelopen week bovendien, dan zou ik een hekel moeten hebben aan de muziek van Wannes van de Velde, en dat is helemaal niet het geval.

Ik beken wel meteen: ik heb eigenlijk maar net zijn werk ontdekt. Misschien zaten mijn West-Vlaamse roots daar dan toch voor iets tussen: Wannes van de Velde heeft in West-Vlaanderen nooit dezelfde populariteit heeft genoten als in Antwerpen. Dat kan ook niet anders, want Van de Velde was een echte Antwerpse volkszanger die in het echt Aantwerps zong - net zoals Willem Vermandere in het plat West-Vlaams zingt, en ook voor hem geldt dat zijn bekendheid in eigen provincie het grootst is.

Naar 'de muzikalen Don Quichot der Lage Landen' had ik nooit geluisterd, tot vorige week. Van de Velde overleed na een lange ziekte, en zoals dat zo vaak het geval is, zet de dood op zulke momenten het leven extra in de kijker.

Op YouTube tikte ik 'Wannes van de Velde' in, maar de resultatenlijst was nogal mager. Twaalf filmpjes maar. Het eerste was een In Memoriam, op de klanken van 'Ik wil deze nacht in de straten verdwalen'. Wél aangenaam verrast was ik toen ik een zwart-witfilmpje uit1967 bekeek waarin de jonge Wannes van de Velde optreedt. Hij staat een beetje onwennig achter de micro, vouwt een A4'tje samen waarop zijn tekst moet hebben gestaan, kijkt even naar de grond en begint dan te zingen:

Al van de droge haring willen wij zingen
ter ere van zijn koppeke zullen wij springen
't is van zijne kop
springt er maar op


Een lied ter ere van een droge haring: ik vond het meteen poëzie. Het maakte me nieuwsgierig naar de andere teksten van Van de Velde - in het journaal hadden ze hem immers 'de enige echte stadsdichter van Antwerpen' genoemd.

Ik luisterde opnieuw naar 'Ik wil deze nacht in de straten verdwalen' ? nu voor het eerst echt aandachtig. De klank van de stad maakt mijn ziel amoureus: het is een regel die zo uit de pen van die andere Antwerpse stadsdichter, Paul van Ostaijen, had kunnen vloeien. En in de zinnen de klatergouden lampekes/van klatermondaine bars/verdoezelen de krampekes/van levekes in de war proefde ik de sfeer van Van Ostaijens Music-Hall. Het blijft Antwerps, maar bij Wannes van de Velde krijgt dat scherpe taaltje plots iets zachts.

Wannes van de Velde zal altijd in de eerste plaats van Antwerpen blijven, maar nu hij er niet meer is, hoop dat ik veel West-Vlamingen net als ik even de moeite nemen om zijn muziek en vooral de poëzie van zijn teksten te ontdekken:

Ne mens ga dood, zo goed als dat em wordt geboren
Den boot ligt klaar en de machines zijn gesmeerd
Als ge me vraagt: is er dan zoveel aan verloren?
En is da leven al die nobele moeite waard?
Dan zeg ek: ja, al kunde er anders over peinzen,
't is een mirakel waarin we hier zijn in beland,
een monument vol onbegrensde paradijzen.

Reageer (1) Delen Naar het overzicht

Reacties

Een Antwerpenaar

re: Onbegrensde paradijzen

Door Een Antwerpenaar 04/12/08 (2 jaren geleden)

Ik ben Antwerpenaar en ben naar de herdenkingsplechtigheid geweest van Wannes Van de Velde in de Roma. Ik zou bijna durven zeggen “uiteraard” hou ik van Wannes. En van zijn teksten. De enige echte staddichter van Antwerpen, er is zeker iets van aan. Wannes was vooral ook erg geëngageerd. Zeker wat Antwerpen, zijn stad, onze stad, “A” dus, betrof. Nu wil het toeval (nu ja, wat heet toeval…) dat ik getrouwd ben met een West-Vlaamse (water met vuur?). Wonen doen we wel in Antwerpen (haja!). Mijn vrouw spreekt enkel nog haar dialect met haar familie en vrienden. Door het contact met haar familie (en aanverwanten) durf ik te zeggen dat ik het West-Vlaams perfect begrijp. Zo heb ik ook absoluut geen enkele moeite om de liedjes van Willem Vermandere te verstaan. Buiten het feit dat beiden in hun streektaal zingen, vind ik toch dat er een verschil bestaat tussen de twee kunstenaars. Wannes is meer iemand die anderen tegen hun schenen durfde te schoppen. Willem Vermandere duft dat ook wel eens, maar ik denk dat Wannes harder trapte. De West-Vlaming is dan weer poëtischer aangelegd. Zijn teksten zijn wondermooi (zo ook is het Westvlaams). Hoever de bekendheid van Wannes in West-Vlaanderen reikt weet ik eigenlijk niet zo. Bij ons (in A dus) geniet Willem Vermandere toch wel serieus wat bekendheid meen ik. Maar er wordt ten onrechte af en toe nogal smalend over gedaan. Hij wordt regelmatig beschouwd als een wat wereldvreemde geitenwollensokken zanger die in een onbegrijpelijk taaltje zingt. En dat is hij pertinent niet. Hij heeft prachtige teksten en ook zijn muziek is soms van een wondermooie schoonheid. En hij heeft ook mooie verhalen. Maar het is het lot van dialect zangers dat ze nu eenmaal niet al te au serieux genomen worden. Onterecht. Zeker in het geval van Wannes en Willem. Maar u hebt overschot van gelijk wat betreft clichés over Antwerpenaren en West-Vlamingen. Eén van die clichés is de Antwerpenaren hun grote mond in verband brengen met de nabijheid van de Nederlands grens. Nederlanders waren ooit erg bescheiden mensen. Het is maar pas nadat in de 16e eeuw vele Antwerpenaars, op de vlucht voor de Spanjaarden, in Nederland aanbelandden dat de Nederlanders (onder invloed van die van A…) ook mondiger werden en hun Gouden Eeuw konden beleven. Hopelijk bevestig ik hiermee geen enkel cliché…

Archief

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Volg onze RSS feeds of abonneer je op onze seizoensbrochure.