Jan Fabre... zoals niet te verwachten en te voorzien (De Standaard 23.10.08)
Geschreven door Dorian van der Brempt op 29 oktober 2008
Vijfentwintig jaar geleden leerde ik hem kennen. 't Stuk in Leuven was the place to be en Jan Fabre beloofde voor de laatste voorstelling van 'Het is Theater zoals te verwachten en te voorzien is' iets extra te doen. De programmatoren Theo Van Rompaey en Michel Uyterhoeven waren er niet gerust op. Het werd gedurende acht uur een voorlezing van kritieken over de voorstelling. Jan Fabre werd na de voorstelling op het podium geroepen. De teneur van de discussie was: alles kan maar moest deze relativering nu met de medestanders van 't Stuk gebeuren. Een mengeling van teleurstelling, begrip, bewondering en verbazing en een artikeltje in deze krant was de neerslag van deze rare voorstelling.
Fabre heeft mij nooit teleurgesteld (wel eens kwaad gemaakt). Niet alle theaterproducties waren geniaal en elk beeldend werk was niet voor de eeuwigheid bestemd, maar geen levende kunstenaar was zo veeleisend voor zichzelf en voor zijn artistieke (en zakelijke) omgeving. Niemand was onverschillig, zelfs Herman de Coninck niet 'die aan zijn water voelde dat het nep was ....'(sic). Fabre heeft veel geproduceerd en is erin geslaagd gedurende een kwarteeuw de meest invloedrijke beeldende kunstenaar van dit land te worden.
Wat is zijn geheim? Ongetwijfeld hebben genen en milieu Jan positief gediscrimineerd. Leentje Troubleyn en Mon Fabre waren genereuze en tolerante ouders en ten huize Fabre waren de verbeelding en de fantasie aan de macht. Een uitspraak van Leentje resumeert dit als: 'Jan liegt nooit maar hij heeft veel fantasie'. De grootste kwaliteit van Jan is zijn ongeëvenaarde capaciteit om detaillering en monumentaliteit, sensualiteit en kracht in beelden te verzoenen. De beeldende kunstenaar en de theatermaker zijn meestal samen op stap. Sinds hij bewust rondloopt experimenteert Jan met dode en levende organismen, met gevoelens en ideeën, met mensen en organisaties. Hij ontdekt snel dat hij de gave bezit om anderen te overtuigen van zijn project en van zijn plan. Daarvoor gebruikt hij een mengeling van ingrediënten en methodes. Fabre is de meester van de beweging en van de schijnbeweging. 'De vervalsing van het geheime feest', 'De macht der theaterlijke dwaasheden', 'Ik ben een fout', 'De keizer van het verlies' en 'De koning van het plagiaat', 'De man die de wolken meet', zijn enkele titels die de rebus Fabre helpen begrijpen maar nooit helemaal oplossen.
Jan Fabre heeft perfect begrepen dat een kunstenaar een ondernemer is die zich met de beste medewerkers moet omringen in de best mogelijke werkomstandigheden. De omgeving waarin het veelzijdige werk van Jan Fabre vandaag tot stand komt, is waarschijnlijk een van de sterkste creatieplaatsen ter wereld. Het beste is juist goed genoeg voor Jan. Alle publieke en private middelen die gedurende 25 jaar besteed werden in functie van zijn werk werden goed besteed. Als Fabre in het Louvre of in het Pausenpaleis straalt dan worden Antwerpen, Vlaanderen en België even mee uitgelicht.
Moest het 'Opportunisme' bestaan als stroming dan zou Jan de André Breton van deze richting zijn. Niet in affairistische of afgeleide betekenis maar in de absolute betekenis. Jan Fabre weet als geen ander kansen te creëren, omstandigheden te scheppen, onmogelijkheden om te buigen en ? het allerbelangrijkste ? voor dit alles de exacte timing te bepalen. Als iedereen fluisterde heeft hij geroepen en als later iedereen het roepen had ontdekt was hij weer aan het fluisteren.
Dank je Jan, voor de mooie luide en de wijze stille momenten, voor de grote feesten en laatste uren met Leentje. Robert Mapplethorpe in de Priorij Corsendonk zal ik nooit vergeten. Het studieklooster waar de bezinning ook een plan en een project werd.
Jan Fabre vooral Homo Faber, zeer hard werkende mens.
Dorian van der Brempt is directeur van deBuren en schreef dit stuk in De Standaard (23.10.08).
Reageer
Velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.