De missverkiezingen van de literatuur
Geschreven door Ann De Craemer op 8 september 2008
De Gouden Uil is de afgelopen week wat van zijn glans verloren. Vlaanderen belangrijkste literatuurprijs kreeg bakken kritiek over zich heen toen het bestuur een aantal nieuwigheden aankondigde. Er kwam ? zonder al te veel uitleg - een nieuwe jury met als voorzitter Guy Mortier, ex-hoofdredacteur van het weekblad Humo, en er werd een meer gemediatiseerde prijsuitreiking uitgewerkt. Daarnaast werd ook een beslissing teruggeschroefd die eind juli al voor opspraak zorgde: uitgeverijen mochten toen slechts nog een beperkt aantal boeken insturen. Op die manier wilde men de kwaliteit van het werk van de jury, die vorig jaar 380 inzendingen moest lezen, garanderen. De uitgevers weigerden echter de ene auteur boven de andere te verkiezen en besloten de nieuwe regel niet te volgen. Door quota op te leggen, zo werd geprotesteerd, wilde de Gouden Uil aansturen op een commerciëlere winnaar, na de tegenvallende verkoopscijfers van Gouden Uil 2007-winnaar Mark Reugebrink, die slechts 7.500 exemplaren verkocht van zijn roman Het grote uitstel. Mét quota zouden nobele onbekenden de selectie van de uitgever misschien niet halen, en daardoor stegen de kansen van de grote namen én dus ook het verkoopsucces. Ook de samenstelling van de nieuwe jury; de keuze voor commercieel talent Guy Mortier als voorzitter en de 'hippere' prijsuitreiking worden door velen gezien als pogingen om de Gouden Uil sexier en commerciëler te maken.
Je moet geen genie zijn om te weten dat daar iets van aan is. De drie initiatiefnemers van de prijs, de VRT, het weekblad Humo en Standaard Boekhandel zijn voor een rondje commercie altijd wel te vinden. De VRT noemt zichzelf nog steeds'openbare' omroep, maar heeft de laatste jaren steeds meer weg van een commerciële zender. Dat ook Humo de neus niet ophaalt voor commercie, daar hoeven we geen tekeningetje bij te maken. Een blad dat straks de nieuwe roman van de Vlaamse successchrijver Dimitri Verhulst gratis verspreidt maar voor de rest geen halve recensie publiceert ? dat zegt genoeg. En Standaard Boekhandel ? die mort omdat ze dankzij Gouden Uil-'partner' Humo straks heel wat minder romans van Verhulst zullen verkopen ? van die Boekhandel weet iedereen die het boekenvak een beetje kent dat ze meer van centen houden dan van goede literatuur. Bovendien bestaat het bestuur van de Gouden Uil uit afgevaardigden van de sponsors ? daar is op zijn zachtst gezegd toch ook een reukje aan. Wanneer sponsors zich gaan mengen met het dagelijkse bestuur van een literatuurprijs, dan kan het niet anders of de commerciële belangen zitten mee aan tafel.
De Gouden Uil is commercieel geworden, klonk het dus de afgelopen week uit de mond van veel literatuurliefhebbers. Ja, dat klopt. Maar is dat werkelijk zo shockerend? Moet daar nu echt zo'n heisa over gemaakt worden? Laten we niet vergeten dat het hier wel degelijk om een commerciële literatuurprijs gaat, wat trouwens ook geldt voor de Nederlandse AKO- en Libris Literatuurprijzen. AKO is een Nederlandse BV met circa honderd boek-en tijdschriftenwinkels; de Libris Literatuurprijs ontleent zijn naam aan de gelijknamige Nederlandse boekhandelketen. Over de shortlist van genomineerden van de AKO Literatuurprijs beweerde de controversiële Nederlandse weblog www.geenstijl.nl in 2005 dat ze slechts was opgesteld om de verkoopcijfers de hoogte in te drijven. Waar of niet waar; AKO en Libris zullen de shortlist in elk geval ieder jaar met open armen ontvangen.
Laten we wel wezen: de Gouden Uil is altijd al commercieel geweest. Alleen is die commerciële inslag sterker en opvallender geworden omdat onze samenleving en dus ook de literatuur steeds meer een mediaspektakel wordt. Sommige auteurs springen gretig op de kar van die overdreven media-aandacht ? denk maar aan Arnon Grunberg die vorig jaar van de uitreiking van de AKO Literatuurprijs zijn privé-feestje maakte door niet met A.F.Th. Van der Heijden (die het spel ook maar wat graag meespeelde) aan één tafel te willen zitten en de hele avond áls een kind mét een kind op schoot te zitten. Alle camera's op Grunberg gericht, en hup, ping ping aan de kassa.
De uitreiking van een commerciële literaire prijs heeft iets weg van circus: Jeroen Brouwers zei al in 2001, toen hij de Gouden Uil won, 'dat het spektakel van longlists, shortlists en televisieprogramma's waarmee een commerciële literaire prijs gepaard gaat, de zielenrust en dus de creativiteit van de schrijver in de weg staat.' Dat zal wel niet voor elke auteur gelden en dat Brouwers tóch het prijzengeld van 25.000 euro in ontvangst nam was een schoolvoorbeeld van inconsequentie, maar hij had een punt.
Daarom, omdat commerciële literaire prijzen zijn wat ze zijn, moeten we er geen overmatig belang aan hechten en is de hele heisa rond de Gouden Uil overbodig. Bovendien: een literaire prijs beloont een goed boek dat door een bepaalde groep mensen goed wordt bevonden, maar wie zegt dat het om het beste boek gaat? Literaire prijzen zijn als missverkiezingen: wie wint, is niet noodzakelijk de mooiste.
Moeten we commerciële literaire prijzen dan maar afschaffen? Helemaal niet. Elk nadeel heb z'n voordeel, om Johan Cruijff te citeren: ze leveren aandacht voor de literatuur op, en daar moeten we altijd blij mee zijn. Ze kunnen mensen ertoe aanzetten om boeken te lezen waarvan ze anders misschien niet eens het bestaan zouden afweten. In dat opzicht is de commercialisering en mediatisering van de literaire prijzen misschien niet eens zo slecht: ze werken ongetwijfeld de leesbevordering in de hand. Maar voor sommige literatuurliefhebbers is het nooit goed: ze willen meer aandacht voor de letteren, ze willen een boekenprogramma, ze willen dit, ze willen dat, maar zodra ze menen dat de literatuur een tikkeltje bedreigd wordt door de commercie, gaan ze op hun achterste poten staan. Dat we in een tijd leven waarin de literatuur de commercie nodig heeft, tja, dat kan je betreuren. Maar de echte literatuurliefhebber moet dat niet aan zijn hart laten komen. De commercie kan de literatuur nooit klein krijgen. Wie waarlijk van literatuur houdt, is niet bezig met shortlists en longlists; wie waarlijk van literatuur houdt, ergert zich niet aan de gemediatiseerde prijsuitreikingen van Gouden Uil, AKO of Libris; wie waarlijk van literatuur houdt, leest op dat moment gewoon een goed boek.
Reageer
Velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.